Opinie KNHS: ‘Afdruk alleen mag nooit het doel zijn van de dressuurruiter’ »
Door De Paardenkrant op 13-02-2009 12:50:18 - 1577 keer bekeken,,In het opinieartikel in De Paardenkrant van 11 februari snijdt Toos Brinksma het thema ‘hoog van de grond gaan’ aan. In de eerste plaats bekritiseert zij de wijze van losrijden. Daarnaast pleit zij voor het laten vervallen van ‘het hoog van de grond gaan’ tijdens het beoordelen van de proef.
We onderschrijven de kritiek van Toos Brinksma waar het gaat om onze verantwoordelijkheid om onze mooie sport zowel voor onszelf, onze paarden, als voor de buitenwereld, eerlijk en fair te houden. Ook de KNHS is voorstander van het aanspreken op gedrag dat niet door de beugel kan. We stimuleren dan ook dressuurjuryleden om eens op het voorterrein te kijken en indien nodig in te grijpen, voordat men in het juryhokje plaatsneemt. De KNHS besteedt veel aandacht aan ‘fair play’ tijdens de bijscholingen voor federatievertegenwoordigers en juryleden en leidt momenteel ook nieuwe stewards op.
Zowel bij het opleiden van een paard als ruiter als bij het beoordelen van een proef als jury, is het scala van de africhting van groot belang. Het doel van de dressuur, waarbij het paard uiteindelijk een ‘happy athlete’ is geworden, wordt bereikt langs de weg van het ‘scala van de africhting’.
Het scala ziet er als volgt uit. In de vertrouwensfase: takt (zuiverheid van de beweging); souplesse/ontspanning/losheid; en aanleuning. Bij ontwikkeling draagkracht gaat het om: impuls; rechtgerichtheid; en verzameling.
Geen van de zes begrippen kan los van elkaar worden gezien; alle begrippen hangen met elkaar samen en beïnvloeden elkaar. De eerste drie criteria zijn vooral van toepassing op de B- en L-klasse, de overige criteria worden belangrijker naarmate de scholing van het paard vordert. Uiteindelijk, wanneer alle bouwstenen optimaal verankerd zijn in het paard, zal het paard als vanzelf moeiteloos volkomen ontvankelijk zijn geworden voor alle hulpen van de ruiter. Dit noemen we Durchlässigkeit. Dit scala geeft de bedoelingen van het FEI-reglement volledig weer en hier zijn onze dressuurproeven al op afgestemd.
Het beeld van het goed gaande paard wordt tot uitdrukking gebracht door alle zes principes van het ‘scala’. Dit scala geldt voor juryleden ook als leidraad voor de beoordeling. Geen van deze criteria mag ontbreken in een volledig geslaagde dressuurproef op hoger niveau.
Als een paard tijdens het losrijden overmatig ‘opgejaagd’ wordt met sporen en/of zweep en vervolgens met de handen (bijvoorbeeld met veel stang) tegengehouden wordt, of zelfs ‘in de krul’ wordt getrokken, heeft dat niets met goed opleiden te maken. Als het ‘hoog van de grond’ gaan ten koste gaat van souplesse/ontspanning en een fijne aanleuning, is er sprake van een fundamentele fout in het opleiden en voorstellen van een paard. Juryleden mogen deze wijze van rijden uiteraard niet hoog waarderen.
Als het ‘hoog van de grond gaan’ samen gaat met een fijne takt, souplesse en aanleuning en er sprake is van buiging in de heup, knie – en spronggewrichten en meer dragen van gewicht op de achterhand, is er sprake van correcte verzameling en zal dit juist hoog gewaardeerd dienen te worden. Het laten vervallen ‘van het hoog van de grond gaan’, zoals Toos Brinksma voorstelt, is dus absoluut niet aan de orde. In de hogere klassen van de dressuur verwachten we juist afdruk ten gevolge van gedragenheid en verzameling, mits dat gecombineerd wordt met fijne bewijzen van de overige aspecten van het scala.
In de lagere klassen is dat minder van belang en dient een zuivere takt, souplesse en smakelijke aanleuning voorop te staan. Ook hier geldt weer: als sprake is van afdruk gecombineerd met fijne takt, souplesse en aanleuning de cijfers fors omhoog moeten. Zo’n happy athlete moet het doel zijn en maakt dat we kunnen genieten van de dressuursport. Maar afdruk alleen mag nooit het doel zijn!
Elke ruiter moet bij het vorderen van de africhting de zes aspecten langslopen en controleren. Als een ruiter meer impuls tracht te krijgen en een paard is daardoor bijvoorbeeld minder nageeflijk en houdt zich vast in de rug, dient de ruiter een stapje terug te gaan om weer meer souplesse en ontspanning te krijgen.
Succes met de eerlijke opleiding van het paard!”
Maarten van der Heijden is manager Topsport bij de KNHS, dressuurruiter, nationaal dressuurjurylid en voorzitter van de Disciplinecommissie Dressuur.
Reactie van Toos Brinksma op de visie van de KNHS
Geachte heer Van der Heijden,
Heeft u mijn brief wel goed gelezen? Mijn tekst was beslist geen pleidooi om het ‘hoog van de grond gaan’ te laten vervallen. Uw uitleg over de dressuur klopt als een bus, maar is in werkelijkheid ver te zoeken. U heeft niet begrepen waar het nu om gaat en dat vind ik toch wel een kwalijke zaak gezien uw positie binnen de KNHS.
Juryleden stimuleren om eens op het voorterrein te gaan kijken is iets anders dan wantoestanden aanpakken als organisatie.
Toos Brinksma-Koning, Hummelo
Deze opinie verscheen vrijdag 13 februari in De Paardenkrant.
reacties
Ik ben lid van de paardenkrant en daar staan nu vele reakties in over wat Toos Brinksma heeft geschreven. Ik denk eerlijk dat de reakties niet allemaal helemaal oke zijn. Je moet als Ruiter de beperking van je paard weten dan kun je ook de cijfers van de jury beter waarderen. De paarden zoals Salinero en Tortilas zijn paarden die zo geboren worden met een enorme afdruk. Zoiets kan er niet ingereden worden. Al zou ik mijn paard zo hard slaan en schoppen dan nog gaat ie nooit zo van de grond. Ook is het zeker niet zo dat als wij op zon paard stappen je er maar alles mee kan doen. Zulke paarden rijden is niet voor iedereen weggelegd. Ik vind het niet rEeel om de profs de schuld tegeven. Ik heb jaren bij iemand gelest en we waren er van overtuigd dat we de punten moesten kunnen rijden. Helaas bleven die uit. Ik dacht dat mn paard zn top bereikt had maar nu les ik bij een echte prof en ik sta versteld wat er allemaal nog beter kan. Nu kan ik mischien in de winst rijden in het ZZ licht. Maar als het niet zo gaan is het niet door de jury. Tuurlijk, er zijn erbij die je gewoon zeggen dat je er niet thuis hoort maar er zijn er zat die je wel goed beoordelen. Als er een 4 op je protecol staat zonder commetaar en je weet zelf niet waarom dan ben je in mij ogen niet goed bezig. Ik weet heel goed waarom er een 4 staat. Ik heb juist liever dat er bij 6 en 7ens commetaar staat hoe het nog beter zou kunnen. Alle ruiters die denken dat ze fantastisch rijden moeten het maar eens filmen en dan heel eerlijk er naar kijken, ik weet zeker dat je dan begrijpt waarom je geen winst gereden hebt. Het is nou eenmaal zo dat een paard wat gewoon makkelijke en los door zn lijf loopt betere punten krijgt, ook al maakt ie fouten, maar dat neemt niks weg van je eigen paard. Ik persoonlijk ben super trots op mijn paard dat we al zover gekomen zijn en neem het de jury niet kwalijk dat ze paarden die gewoon kwalitatief beter zijn, ook hoger plaatsen. Ga na je proef eens met de jury praten, gewoon rustig wat ze er van vonden, dan wordt je het ook gewoon uitgelegd wat er in hun ogen beter zou kunnen en je moet gewoon dan eerlijk tegen jezelf zijn en er voor open staan. Niet de jury de schuld geven maar eerst eens eerlijk tegen jezelf en zeker tegen je paard zijn. Ik ben voor stewards bij de ring, dat zou echt een goeie zaak zijn, maar ik vind niet dat we met zn allen met vingertjes moeten wijzen naar de jury en naar de profs, dat is niet eerlijk. De beperking van je paard en van jezelf accepteren en heel blij zijn met je paard. Je doet het altijd nog voor jezelf en ieit voor een ander. Je wordt echt niet afgebrand door een jury daar zitten ze niet voor.
Ben ik nog een keer. De pest van de nieuwe proeven is dat de punten voor de gangen nu vaak de dienst uit maken. De normale bewegers krijgen daar 3 zesjes en de bewegingstoppers krijgen 3 achten en soms nog een 9 voor de (zweefdraf in veel gevallen), die mensen hebben dan al snel 6 of 7 punten meer, dat tikt flink aan en is niet eerlijk voor de mensen die geen geld hebben voor de duurde bewegingskunstenaars. Ik heb al meerdere malen geschreven bij jury's. Een paard die geweldige ruime gangen had maar 3x in de staak ging won van een meisje die alle oefeningencorrect uitvoerde doordat zij in de gangen maar magere punten kreeg. Schrappen dus die cijfers voor de gangen! Dat maakt het dan voor veel mensen ook moeilijker om een winstpunt te halen!
Hanneke heeft een aantal goede punten maar het verhogen van de grens om een winstpunt te halen lijkt mij niet verstandig. De paarden worden namelijk nu al tot het uiterste gedreven om een winstpunt te halen en zo snel mogelijk door een klasse heen te komen.
Zodra je de grens verhoogt hebben de mensen met 'gewone' paarden helemaal geen kans meer om de klasses te doorlopen met gevolg dat die paarden helemaal suf getraind worden om toch die winstpunten te halen op een onvriendelijke manier. De particulier moet niet de dupe worden van de bewegingstoppers waar de prof mee komt. Dat doe je door de juryleden zo op te leiden dat ze kijken naar het 'juist' voorgestelde paard en niet naar de ruime bewegingen van een paard.
De redactie van Horses.nl ontving de volgende reactie per e-mail:
N.a.v. "Schandalige dressuurvertoning wordt beloond", het volgende:
Maarten van der Heyden is een aardige man, maar geen "paardeman". Hij heeft het netjes opgesomd. Zo hoort het inderdaad, maar zo gebeurt het slechts in max. 5 % van de gevallen. De meeste paarden die "hoog van de grond komen" kunnen niet eens normaal stappen, draven en galopperen. Dat werd onlangs op de Hengstenkeuring maar weer eens aangetoond bij diverse top- en subtopruiters. Laat staan hoe dat op lokaal/regionaal niveau gebeurt.
Er dient heel snel wat te gebeuren. een aantal zaken m.i.z.:
1. Allereest wordt het hoog tijd dat ook Nederland, zoals nog vele andere niet-deelnemende landen, mee gaan doen aan een internationaal systeem, waarbij men aan de gekleurde badge op het jasje van de ruiter kan zien op welk niveau de desbetreffende ruiter zich bevindt. Ruiters die wedstrijd willen rijden, moeten een examen of test van bekwaamheid afleggen, zowel theoretisch (ruime alg. kennis plus rijtechniek, 't Scala) als praktisch, ieder in zijn eigen leeftijdscategorie en zijn eigen discipline. Deze test dient ieder jaar vervolgd te worden. Zo krijgt uiteindelijk ieder kind tot in de volwassenheid door, alle kennis op gebied van verzorging, stalverzorging en rijtechniek enz. enz. aangepast aan niveau en leeftijd. Aan de kleur van de badge kan elke Europeaan, maar ook Amerikaan zien op welk niveau iemand zich begeeft en welke kennis deze persoon ongeveer dient te hebben over zijn paard en rijtechniek. Zo kan men iemand ook gemakkelijker op zijn gedrag aanspreken. Dit is een bestaand internationaal systeem!!!
2. Hogere toelatingseisen voor juryleden, waardoor het kaft van het koren wordt gescheiden en de Sinterklazen verdwijnen. Train deze mensen door vakmensen; maak daar geld voor vrij. Voor onderlinge wedstrijden in manege- of verenigingsverband zou men een aparte oplossing kunnen bedenken.
3. Deze bekwame juryleden behoren eindelijk eens fatsoenlijk betaald te gaan worden. Er is geld zat in paardenland, als mensen elke week op wedstrijd kunnen, kan het inschrijfgeld ook verhoogd worden, of op wat voor manier dan ook!! Dat geld MOET er komen willen wij meer kwaliteit in onze sport!!
4. Het gevolg van het trainen van betere juryleden zou mogelijk kunnen zijn dat er minder wedstrijden uitgeschreven kunnen worden, hetgeen een positieve ontwikkeling is, m.i.z.
5. Het moet moeilijker worden om een winstpunt te halen. De klassen met pak hem beet 23 combinaties, waarvan 20 tot 23 combinaties winst pakt ( ja, dat gebeurt niet zelden!!), moet gestopt worden, dit gaat nergens meer over.
6. De leeftijd van een uit te brengen paard zou min. 4 jaar moeten zijn en voor het Z verhogen naar 7 jaar, zodat ruiters gedwongen worden langer te trainen en er niet langer beloond kan worden voor snelheid.
7. Slechts 2 klassen per jaar. Paarden moeten de tijd krijgen om te kunnen leren; ruiters die daar ontmoedigt door raken, kunnen beter stoppen. Zo selecteert het zichzelf!!
8. Uiteraard goed opgeleide en goed betaalde stewards (zie punt 3).
9. Evt. het aantal benodigde aantal winstpunten verhogen naar min. 20. Wellicht zal dit niet nodig zijn, indien er straffere regels komen, waardoor het moeilijker wordt om een winstpunt te halen.
10. Ruiters die zich toch misdragen naar hun paard toe of verbaal naar jury of wie dan ook, moeten direct gediskwalificeerd kunnen worden, buiten de ring door steward of ringmeester, binnen de ring door de jury zelf. Deze mensen moeten onbedingt de steun van de KNHS hebben. Bij 2 diskwalificaties moet er schorsing voor onbepaalde tijd volgen. Geen enkele reden mag een excuus zijn. Hoogste tijd voor respect!
Hanneke Paerels





