10-02-05 Nederlands tuigpaard niet klaar voor 21e eeuw
In tegenstelling tot de meeste tuigpaardenliefhebbers ben ik niet met tuigpaarden opgegroeid. Ik kwam op latere leeftijd met dit type paard in aanraking. Hierdoor is mijn mening over ‘hoe een écht tuigpaard eruit zou moeten zien’ niet van huis uit gevormd. Ik zie dit als een voordeel. Ik heb mijn eigen smaak kunnen ontwikkelen en kijk daardoor met andere ogen naar deze prachtige tak van paardensport en -fokkerij.
Mijn interesse gaat uit naar het tuigpaard als modern showpaard. Als ik buitenstaanders hoor zeggen dat tuigpaarden lomp, grof en ouderwets zijn, dan kan ik dat deels begrijpen. De tuigpaarden hebben een negatief imago en daar moeten we vanaf. Zelf ben ik ook van mening dat ras, uitstraling, verfijning, ‘elektriciteit’ in de beweging en het showpaardtype soms ver te zoeken zijn. Bij zowel de merriekeuring als hengstenselectie zou hier veel meer op gelet moeten worden.
Twee typen
Het lijkt erop dat het KWPN op dit moment twee typen tuigpaarden probeert te fokken. Enerzijds zie je dekhengsten met vrij veel bot, massa en een trage bewegingsvorm. Anderzijds zie je hengsten die scherp van type zijn en veel ‘trek’ in de benen hebben. Laatstgenoemde tuigpaarden passen naar mijn mening alleen binnen ons fokdoel; een showpaard dat op het hoogste niveau presteert.
Het is niet eenvoudig een goed tuigpaard te fokken, en als je twee tegenstrijdige typen gaat hanteren wordt dit alleen maar verder bemoeilijkt. Binnen de tuigpaardenfokkerij is een conservatieve groep die tegen verfijning lijkt te zijn. Een veelgehoorde kreet is dat er wel een ‘echt’ tuigpaard over moet blijven. Maar wat is een ‘echt tuigpaard’? Een grof gebouwd paard met veel bot, een groot hoofd en een trage bewegingsvorm zoals in het Oregon-tijdperk? Of doelt men op het modernere type uit de periode van Renovo?
Naar mijn mening is het tuigpaard niet klaar voor de 21e eeuw. Als we willen dat de discipline blijft bestaan, zullen we moderne showpaarden moeten fokken; paarden met veel ras, front en extreme beweging. Bot, massa en een ‘koud’ karakter passen niet binnen dit plaatje. Die eigenschappen zijn een erfenis uit het landbouwtijdperk, toen het tuigpaard zowel een werkpaard als een showpaard moest zijn. Het tuigpaard hoeft tegenwoordig echter niet meer voor de ploeg.
De tuigpaardensport is een showsport en dan zijn verfijning en expressie een must! Ras, kwaliteit en verfijning hoeven een topprestatie niet in de weg te staan. Het is niet toevallig dat tuigpaarden die jarenlang op het hoogste niveau hebben gepresteerd, vaak over deze eigenschappen beschikken (mede doordat dit vaak samengaat met een sterk karakter). Ik kan de angst voor verfijning niet begrijpen. Paarden uit andere disciplines zijn over het algemeen fijner van bouw en die presteren toch ook? Denk aan de draf-, men-, dressuur- en springsport.
Verenigde Staten
Zoals de meeste mensen zullen weten, heb ik veel contact met de Verenigde Staten. Aanvankelijk om er een afzetmarkt voor het Nederlandse tuigpaard te creëren. Het was altijd erg moeilijk om geschikte tuigpaarden voor de Amerikaanse showpaardenmarkt te vinden. Het ontbreken van front, ras en kwaliteit en in grote mate het gebrek aan sensibiliteit (trainability) heeft de export negatief beïnvloed. Een groot deel van de geëxporteerde tuigpaarden voldeed niet als showpaard.
Verschillende Amerikaanse juryleden hebben het Nederlandse tuigpaard betiteld als ‘European mule’ (Europese muilezel), en dat zegt veel.
Dat de Amish wel geïnteresseerd zijn in het huidige tuigpaard, versterkt het negatieve imago van het tuigpaard als showpaard alleen nog maar meer. De Amish gemeenschap zet het tuigpaard immers in als werkpaard en vervoermiddel, wat in schril contrast staat met de functie van het showpaard.
Als reactie hierop kunnen wij denken; ‘de pot op met die Amerikanen!’ Daar ben ik het deels mee eens. Aan de andere kant zet het mij ook aan tot nadenken...
Mensport
De laatste jaren is er een sterk groeiende markt voor mooie menpaarden. Voorheen werden hiervoor met name rijpaarden ingezet. Sinds het tuigpaard luxer is geworden, valt de keuze van gerenommeerde menners steeds vaker op het tuigpaard.
Een groep mensen binnen de tuigpaardenfokkerij is van mening dat het fokdoel meer moet worden toegespitst op het fokken van een menpaard. Naar mijn mening is dat zeer ongewenst omdat het fokken van een top-showpaard dan sterk in het gedrang komt. Dat dit ook onnodig is, blijkt uit het feit dat een extreem tuigpaard eveneens geschikt kan zijn voor de mensport. Een sprekend voorbeeld hiervan zijn meerdere goedgekeurde tuigpaardhengsten, die na hun carrière als tuigpaard wereldwijd op het hoogste niveau in de mensport lopen.
Aanpassen aan de markt
Uit bovenstaande mag niet de indruk ontstaan dat ik niet van tuigpaarden houd. Ik moet dagelijks mijn brood verdienen in deze tak van paardensport en ben trots op ons Nederlandse tuigpaard! Wij hebben geweldige paarden, die op het hoogste niveau met de rest van de wereld kunnen concurreren. Maar om het bestaan van het tuigpaard veilig te stellen, is het noodzakelijk om een groter publiek aan te spreken en om het imago sterk te verbeteren. Daarom moeten we ons tuigpaard blijven aanpassen aan de markt.
Het heeft geen zin om over slechte prijzen en een gebrek aan afzet te klagen als er niet wordt geluisterd naar de redenen waarom de handel naar onder andere het buitenland is gestagneerd. Er zal in de 21e eeuw vraag blijven naar extreem luxe en scherpe showpaarden. Aan ons dan ook de taak om het Nederlandse tuigpaard aan deze eisen te laten voldoen.
Marcel Ritsma (35) runt hengstenhouderij, trainings- en handelsstal Ritsma Show Horse in Wijnjewoude (Fr.).
Deze opinie verscheen vrijdag 5 februari 2010 in De Paardenkrant.
| |
|
reacties
Bedankt voor de link naar het filmpje van Sir William Robert! Helaas, heb ik een ruin (een tuigpaard die ik onder het zadel rij), anders had ik zeker bij deze hengst gedekt. Wat een plaatje! Voor zover ik weet was deze saddlebred maar één seizoen beschikbaar.
Het filmpje over soring gaat over Tennessee Walkers en komt bij Saddlebreds en hackney's niet voor. Paarden raken er kreupel van en kunnen geen normale draf meer laten zien. Natuurlijk moet Brusse alle fokkerijen in Amerika over één kam scheren. Dat is hetzelfde als na lezing van het artikel over hyperflexie of het couperen van staarten, concluderen dat dat dus ook bij tuigpaarden gebeurt, want dat is ook een Nederlandse fokkerij.
Weet Brusse wel dat er over tuigpaarden ook de wildste verhalen rondgaan en dat daar vaak ook niks van klopt? Helaas zijn de mensen die een ras hard naar beneden halen nooit bereid zich onbevooroordeeld in de betreffende fokkerij te verdiepen.
Elke fokkerij heeft min- en pluspunten. Brusse zegt dat het tuigpaard goed is zoals het is. Volgens haar is er dus geen vooruitgang meer te boeken en is het fokdoel bereikt. Als zij gelijk had waren er wel 30 hengsten aangewezen voor het verrichtingsonderzoek.
Natuurlijk moeten de positieve eigenschappen van het tuigpaard worden bewaakt. Maar met net doen alsof er geen minpunten zijn, help je een fokkerij echt niet vooruit.
u laat het er verder bij? Ik wil u graag ongevraagd adviseren om een opinie naar de Paardenkrant te sturen met als titel;
'Maar ik heb wel de vele goede eigenschappen van de écht klassieke tuigpaarden leren kennen, en weet uit eigen ervaring dat die het ook prima doen in de sport. Mij maakt u dus niets wijs.'
Inderdaad...het is een citaat van uzelf vanuit uw eerste reactie. Ik zie uit naar uw persoonlijke en deskundige motivatie. Ik ben vooral geinteresseerd in uw uitleg over 'mij maakt u dus niets wijs'...
...het is mij namelijk nog een raadsel hoe het mogelijk is dat mensen zoals uw persoon in een positie geraken dat ze niet meer wijzer kunnen worden van een ander zijn opinie, kennis en ervaring. Ik hoop dat u mij toestaat voorlopig nog te denken dat het 'mij maakt u niets wijs' een klassieke (lees; klassieke!) fout is...ik laat me graag overtuigen.
Daarnaast houd u nogal van persoonlijk worden. Hiervoor nog een ongevraagd advies; Maak een afspraak met dhr. Ritsma. Wellicht dat face-to-face communiceren een hoop onduidelijkheid weg neemt....en zouden niet alle uitingen van dien aard moeten zijn, dat ze face-to-face uitgesproken kunnen worden?
Ik "beticht" Marcel Ritsma niet van zaken die niet waar zijn, maar wijs er alleen geheel terecht op dat hij zowel in de brochure van zijn hengstenhouderij als op Internet het door hem geïmporteerde sperma van zowel de Hackney-hengst Maker's Mark als van de Saddlebredhengst Sir William Robert propageert voor gebruik op tuigpaardmerries. Dit is in de tuigpaardenwereld algemeen bekend.
Zie bijvoorbeeld:
http://www.youtube.com/watch?v=V_vz53vx_aQ
en
http://www.youtube.com/watch?v=02cbdS-Yf1c
Waarom ik het er niet mee eens ben dat de Marcel Ritsma die kruisingen aanprijst, heb ik hieronder al uitvoerig uitgelegd. Ik heb daar verder niets aan toe te voegen en hier laat ik het dus verder ook bij.
Het is naar mijn mening ongehoord en ongepast om op deze wijze opinieschrijver dhr. Ritsma weg te zetten, van allerlei zaken te betichten.
Ik kan me aansluiten bij de oproep van Aliza; stel zelf een opiniestuk op! En geniet, net als iedereen (wat voor type paard we ook het meest liefhebben) vooral van de zwartblessen voor de gouden koets in uw woonplaats, op de derde dinsdag in september....
Wat betreft de inhoud van het opiniestuk van dhr. Ritsma sluit ik mij ook aan bij eerdere reacties; De betrokken en vooruitstrevende showpaardenliefhebber / tuig-sport-paard liefhebber, maar vooral ook gebruiker kan zich vinden in de visie van dhr. Ritsma. Voor diegene die nog niet overstag zijn, en toch mee willen blijven doen binnen sport en fokkerij komt de harde leerschool vanzelf. Ik doel op de cobinatie 'volle mestvaalt, lege portemonnee en lege prijzenkast'....
De consequentheid waarmee dhr. Ritsma zijn eigen smaak en visie vervolgens doorvoert op alle onderdelen (eigen fokkerij, selectie en succesvolle training) dwingt respect af.
Zeker ook de wijze waarop dhr. Ritsma zijn visie kan presenteren, bijvoorbeeld in dit opiniestuk.
Jammerlijk genoeg is door het gaan voor de snelle winst, eigenbelang en een slechte samenwerking binnen het toch kleine tuigpaardwereldje een belangrijk export land voor het Nederlandse tuigpaard verloren gegaan. Laten we hier als tuigpaadfokkers richting toekomst van leren! Bijvoorbeeld door vooral de gewenste paarden te verkopen aan doelgroepen in binnen en buitenland.
Nog een paar opmerkingen m.b.t. de inhoud;
- uiteindelijk is niet 'het KWPN' die paarden fokt, maar de fokker zelf. Zijn smaak en persoonlijk fokdoel, en de consequentheid waarmee hij deze doorvoert op zijn eigen fokkerij is de grootste bepalende factor voor vooruitgang.
- uiteindelijk zijn er meer merries met onvoldoende kwaliteiten dan hengsten (merries waar normaal gesproken geen nakomelingen uit gefokt kunnen worden die nog aan het gewenste fokdoel gaan voldoen)
- een probleem is dat er na Cambridge, zijn zoon Renovo, zijn zoon Fabricius nog geen volgende echte verbeteraar is geboren (laten we nog hopen dat Manno het wordt (lees; een sterk verervende zoon krijgt))
De tuigpaardensport en fokkerij heeft met name een groot imago probleem, zowel binnen als buiten de paardenwereld. Wat betreft het imago is het tuigpaard zeker nog niet klaar voor de 21e eeuw.....
Zo is een groot probleem dat op dit moment er een bijna volledige stilstand is qua ontwikkeling van de tuigpaardensport. Wat individueel geleide projecten (Masterclass) die zorgen voor PR daargelaten. En laten we nu net geanalyseerd hebben dat 'de snelle winst' en geen samenwerking binnen de kleine tuigpaardwereld geleid heeft tot een snelle ondergang (zie Amerika).
Dit overigens in schril contrast met de ontwikkelingen van de overige (paarden)sporten om ons heen.
Ik denk dat iedere showpaardenliefhebber het met de opinie eens is. Helemaal als ook mevrouw Brusse toegeeft dat ze luxere paarden 'zelf ook best mooi vindt'. Niemand zal toch beweren dat schoonheid en verfijning ongewenst zijn? Hoever je verfijning doorvoert is een kwestie van smaak. Zoals ik het lees, wil de heer Ritsma luxere paarden fokken door meer te letten op de teeltkeuze binnen de fokkerij. Hij stelt dat op de merriekeuring en hengstenselectie meer op schoonheid gelet moet worden en zegt nergens dat we meer buitenlandse hengsten in onze fokkerij moeten toelaten.
Ik begrijp de ophef van Brusse eigenglijk niet. Wat zij er allemaal bij haalt, is voor de opinie irrelevant. Het is niet meer dan speculeren over dingen die in het stuk niet naar voren komen. Als zij met alle geweld haar "expertise" over inteelt (wat in de tijd van Oregon al aan de orde was, denk aan stempelhengst Hoogheid = Oregon uit Oregondochter) en buitenlandse fokkerijen ten toon wil spreiden, moet ze zelf een opinie insturen.
Net als Van der Weide denk ik dat Brusse een liefhebber is van het Gelderse menpaard. Helemaal als ze over zwart blessen begint. Groetjes, Aliza
Ik heb die video over het op dieronvriendelijke wijze prepareren van gangenpaarden voor shows in Amerika toch nog teruggevonden:
http://www.horses.nl/videos/bekijken/1495
Toegegeven, het gaat hier om Tennesee Walking Horses, maar wie zegt dat deze illegale praktijken niet ook worden toegepast op Saddlebreds en Hackney's? In ieder geval bestaat m.i. de kans dat de spectaculaire gangen van uit de VS voor de fokkerij geïmporteerde showpaarden niet 'puur natuur' zijn, en dus niet erfelijk. En omgekeerd is het ook geen prettige gedachte dat onze geëxporteerde tuigpaarden daar misschien de kans lopen om op dezelfde manier geprepareerd te worden voor shows.
Van mij mag iemand best van luxere paarden houden (zelf vind ik die ook best mooi), maar ik vind het geen goed idee om het Nederlands Tuigpaard door verdringingskruisingen helemaal om te vormen tot een evenbeeld van de Hackney of de Saddlebred, alleen maar om daarmee vraag naar Nederlandse paarden in het buitenland te creëren. Het Nederlandse Tuigpaard is goed zoals het is, en bloedspreiding ter voorkoming van inteelt kan ook gecreëerd worden door meer (Nederlandse) hengsten goed te keuren dan het KWPN nu jaarlijks doet.
Ik wil er ook nog even op wijzen dat de Amerikaanse showpaarden hun spectaculaire bewegingen nogal eens te danken hebben aan de weinig diervriendelijke wijze waarop ze geprepareerd worden, bijvoorbeeld door de benen met een bijtende stof in te smeren waardoor ze die hoger opgooien (er heeft op Internet, misschien zelfs wel op Horses.nl, een video gestaan over dat onderwerp, maar die kan ik zo gauw niet terugvinden). Ook is op veel filmpjes van shows te zien dat het beslag extreem zwaar is. Om dan te verwachten dat deze paarden hun bewegingen ook zo vererven, vind ik wel wat erg optimistisch. Waarschijnlijk zijn ze zonder die hulpmiddelen niet beter dan onze eigen Nederlandse Tuigpaarden. En ik kan me toch ook niet voorstellen dat we die Amerikaanse prepareerpraktijken hier ook willen importeren!
Van de gelegenheid wil ik even gebruik maken om een storende fout in mijn vorige reactie te verbeteren. De Saffraan x Patijn is natuurlijk niet 8 x maar 4 x op Cambridge Cole ingeteeld. Maar zowel Saffraan als Patijn zijn het produkt van een halfboer x halfzus kruising, en beide hengsten hebben twee maal Renovo (zoon van de Hackney Cambridge Cole) als grootvader. Dat vind ik een erg vergaande vorm van inteelt. Als deze aangewezen hengst wordt goedgekeurd, lijkt hij me op grond van zijn afstamming geen goede partner voor de vele merries die ook Renovo in de pedigree hebben.
En tenslotte: ik ben niet van mening dat de eigenaar van Cambridge Cole het Nederlandse Tuigpaard om zeep heeft geholpen, zoals Marcel Ritsma ergens suggereerde, maar er zit nu wel voldoende hackneybloed in, en ik vind dat we het daarbij maar moeten laten. Wie luxere tuigpaarden wil fokken, kan dat m.i. ook doen door teeltkeus binnen de huidige populatie.
Uw meningen lezend kom ik als oprechte tuigpaardliefhebber tot de conclusie dat u in uw hart een liefhebber bent van het Gelderse (men) paard en uw mening geeft over het tuig (show) paard.
Voor het mennen heb je geen paard nodig met een tuigpaard afstamming, in principe kun je hiervoor, zoals u weet, alle rassen c.q. kruisingen gebruiken.
De echte liefhebbers van een tuigpaard willen op concoursen een SHOW paard zien. En die, en hiermee ben ik het helemaal met dhr. Ritsma eens, moeten een luxere uitstraling krijgen.
Dat tuigpaarden met meer bloed en niet goed genoeg voor de sport bij menners en recreatieve gebruikers terecht komen is toch hun eigen keuze en verantwoordelijkheid. Deze keuze kun je niet afschuiven op mensen die de tuigpaardenpsport in Nederland naar een hoger peil willen brengen.
Dat 'een hoop ondeskundige merriehouders' gebruik zouden maken van meer bloed is totaal niet aan de orde, was dat wel het geval dan hadden ze het niveau van de tuigpaardenpopulatie in positieve zin een impuls gegeven. Het is juist de behoudende instelling van de fokkers en het stamboek waardoor we geen voortuitgang boeken richting een SHOWpaard.
Naar mijn mening moet er meer ruimte en begrip komen voor anders denkenden binnen de tuigpaarden sport/fokkerij en moeten we ons verheugen dat er (jonge) mensen als dhr. Ritsma zijn die op een vooruitstrevende wijze met de tuigpaarden bezig zijn.
Dat uw dhr. Ritsma met zijn handelsstal naar Amerika wenst omdat zijn invloed op de tuigpaardfokkerij weleens te groot zou kunnen worden lijkt mij een groot compliment voor hem. U dicht dus deze 35 jarige jongeman al enige invloed toe!
Groet,
Jacob
Ik blijf van mening dat u mijn artikel uit zijn verband trekt. Ik respecteer uw mening en acht de fokkers intelligent genoeg om zelf hun hengstenkeuze te maken. De tijd dat een hengstenhouder zijn klanten dicteert bij welke hengst te fokken is gelukkig al lang voorbij.
Het is niet mijn bedoeling om andere mensen mijn mening op te dringen. Ik werk dagelijks met paarden en doe het voor mijn plezier. Ook blijf ik van mening dat wij in werkelijkheid dezelfde tuigpaarden zullen waarderen. Maar u neigt meer naar het klassieke type en ik meer naar het moderne. Dus laten we het hier maar bij laten.
O ja, paarden zoals Jonker vielen in Amerika zeer in de smaak. Dit type tuigpaard was het probleem niet.
Groeten,
Marcel
Ondanks uw felle reactie op mijn commentaar blijf ik geheel bij mijn mening, en ik weet dat ik bepaald niet de enige ben die het steeds luxer fokken van tuigpaarden geen goede zaak vindt.
Dat luxer fokken geschied in de praktijk wel degelijk door het inkruisen van steeds meer Hackney- en ook Saddlebredbloed, ook al zegt u dat er niet expliciet bij, en daarnaast wordt er ook veel ingeteeld op Renovo en Cambridge Cole. Zo viel het mij bijvoorbeeld op dat uw gisteren op de hengstenkeuring in Den Bosch aangewezen Saffraan x Patijn in nabije generaties 4 keer op Renovo is ingeteeld, dat is dus 8 keer op de Hackney Cambridge Cole. Dat vind ik toch wel erg veel.
Ook kunt u niet ontkennen dat u zelf erg veel reclame hebt gemaakt voor de Amerikaanse Hackneyhengst Maker's Mark, waarvan u het sperma importeert.
Dat er in de VS minder vraag is naar klassieke Nederlandse Tuigpaarden dan u wel zou willen, betekent nog niet dat daarom ook in Nederland de meerderheid van de liefhebbers de voorkeur geeft aan luxe paarden met Hackney-achtige bewegingen. De aangespannen sport in Nederland en de showsport in de VS zijn totaal verschillende sporten, waarbij totaal verschillende paardenrassen worden gebruikt. Op YouTube zijn genoeg video's te vinden waarop iedereen dat kan zien. Nu wilt u blijkbaar dat de Nederlandse tuigpaardensport, die uniek is in de wereld, aangepast wordt aan de Amerikaanse showsport en aan de Amerikaanse smaak, om maar zoveel mogelijk Nederlandse Tuigpaarden naar de VS te kunnen exporteren. Dat is een behoorlijk kunstmatige constructie, die niets met de onder Nederlandse liefhebbers gangbare opvattingen over onze Nederlandse tuigpaardensport te maken heeft.
Ook de afzet richting mensport heeft meer te maken met de marketing van enkele Nederlandse handelaren dan met een vraag die vanuit de mensport zelf is ontstaan. Inderdaad zijn de voormalige dekhengsten Talos en Wodka HBC en nog een paar andere met veel publiciteit aan tweespanmenster Mieke van Tergouw verkocht en jammer genoeg voor de sport gecastreerd, maar IJsbrand Chardon heeft zijn KWPN-ers recentelijk door Lipizzaners vervangen, en andere vierspanmenners, zoals Henk Heus geven toch de voorkeur aan Franse dravers en andere paarden met veel bloed, die snel en wendbaar zijn. Is dat misschien mede de reden waarom sommige mensen het Nederlandse Tuigpaard nu ook maar zo hoog mogelijk in het bloed willen fokken, om meer belangstelling vanuit de mensport te creëren? In ieder geval is er van een grootscheepse vraag naar Nederlandse Tuigpaarden vanuit de wedstrijdmensport geen sprake.
Daar staan tegenover dat de vele recreatieve menners en stalhouders wèl graag met Tuigpaarden rijden, liefst zwartblessen. Omdat het hier gaat om aanspanningen die regelmatig op de openbare weg komen, wordt hier de voorkeur gegeven aan rustige, klassiek gefokte dieren, die "koel in de kop" zijn. En hier is wel degelijk met een reële vraag vanuit de markt sprake, niet van een reclamecampagne die door de handelaren is opgezet!
Tenslotte wil ik nog even zeggen dat ik me stoor aan alle vooroordelen over klassieke paarden die u in zowel in uw oorspronkelijke artikel als uw reactie uitgebreid etaleert. Ik citeer er even een paar:
"Een grof gebouwd paard met veel bot, een groot hoofd en een trage bewegingsvorm zoals in het Oregon-tijdperk"
"Het ontbreken van front, ras en kwaliteit en in grote mate het gebrek aan sensibiliteit (trainability) heeft de export negatief beïnvloed. Een groot deel van de geëxporteerde tuigpaarden voldeed niet als showpaard." (En Jonker dan, zou ik zeggen??)
"Naar mijn mening zijn we echter evenmin gebaat bij stugge, koude dieren die je het hele erf over slepen of die constant over je heen drammen. Dergelijke tuigpaarden zijn niet wendbaar, reageren amper op hulpen en veroorzaken net als te hete paarden ongelukken in het verkeer."
"grofgebouwde tuigpaarden met een lelijk hoofd en koud karakter"
Nou, zo kan-ie wel weer even, zou ik zeggen!
Gelukkig is de werkelijkheid anders, en gelukkig zijn er ook nog fokkers die kwaliteitsvolle klassieke tuigpaarden fokken met maar weinig Hackney- of ander vreemd bloed, en die het ook goed doen in de tuigpaardensport. Zulke paarden zijn ook fijne menpaarden voor recreatierijders omdat ze, in tegenstelling tot paarden met veel Hackneybloed, goed hanteerbaar zijn en een rustig karakter hebben. Ook na hun sportcarrière kunnen ze nog veel plezier geven, ook in handen van minder ervaren menners.
Dergelijke klassieke paarden hebben het Nederlandse Tuigpaard en het (in het buitenland meestal daarmee gelijk stelde) Gelderse paard een goede naam gegeven in bijvoorbeeld Duitsland en Italië. Het zou ook met het oog op de export jammer zijn als deze goede naam zou verdwijnen doordat het oorspronkelijke karakter van het Nederlandse Tuigpaard verdwijnt als gevolg van het inkruisen van vreemd bloed. Hopelijk ziet ook u in hoe belangrijk het is om de goede gebruikseigenschappen van het Nederlandse Tuigpaard te behouden.
U bent natuurlijk geheel vrij om uw eigen smaak te hebben, maar als hengstenhouder probeert u door middel van uw reclame ook de keuze van merriehouders te beïnvloeden, en die hebben helaas niet altijd even veel kennis van zaken op het gebied van erfelijkheidsleer. Als u werkelijk zoveel liefde voor het Nederlandse Tuigpaard hebt als u in uw beide schrijvens zegt te hebben, hoop ik dat u zich uw verantwoordelijkheid in deze goed realiseert.
Met vriendelijke groeten,
Karin Brusse
Hallo Karin,
Als de redactie van De Paardenkrant mij vraagt een opinie te schrijven, lijkt het mij niet zinvol iets aan te kaarten waar iedereen het bij voorbaat over eens is. Het leuke aan een andere mening is, dat het je ertoe aanzet om je eigen standpunt te herdefiniëren.
Om te benadrukken dat de lezer het niet met mij eens hoeft te zijn, heb ik met opzet in elke alinea gesteld dat het een mening betreft. Ik stel niet voor niets 'dat ik een eigen smaak heb ontwikkeld'. Het is mij een raadsel waarom u mij persoonlijk aanvalt en het nalaat om inhoudelijk op mijn opinie in te gaan.
Behalve dat uw reactie ronduit vijandig is, legt u mij woorden in de mond die ik graag wil rechtzetten. Als u de moeite had genomen om kennis te nemen van mijn OPINIE, was het u opgevallen dat ik nergens over vreemd bloed spreek. Ik ben niet van mening dat het toevoegen van Hackney- of Saddlebred-bloed noodzakelijk is om meer ras en verfijning te krijgen.
Binnen onze populatie is voldoende ras en verfijning (óók bij tuigpaarden zonder hackney-bloed). Naar mijn mening worden deze eigenschappen onvoldoende gewaardeerd en laten we hier een kans liggen.
Dat vreemd bloed waardevol kán zijn, bewijst de hackney Cambridge Cole (die aanvankelijk negatief werd ontvangen). Als Dhr. van Manen zijn nek niet had uitgestoken om deze hengst naar Nederland te halen, had u nu niet kunnen genieten van een hengst als Manno. Waarschijnlijk bent u van mening dat de eigenaar van Cambridge Cole het Nederlandse Tuigpaard om zeep heeft geholpen en dat hij alleen op geld uit was. Dat iemand bereid is om op zoek te gaan naar een mogelijk geschikte hengst en daarin investeert, vindt u de normaalste zaak van de wereld. Hengstenhouders zijn zich ervan bewust dat een groot deel van de hengsten (ongeacht het ras) in de massa verdwijnt en zullen zich daarom altijd inzetten om een paard te vinden dat de fokkerij vooruit helpt.
Voor een overdosis aan halfbloed-tuigpaarden door mijn persoonlijke toedoen, hoeft u niet bang te zijn. De beperkte voorraad diepvriessperma die ik naar Nederland heb kunnen halen, was met name voor eigen gebruik. Ik heb zelf zes drachtige tuigpaardmerries en kijk erg uit naar de veulens (waarvan overigens drie ‘puur’ tuigpaard). Als ik niet overtuigd was van de kwaliteiten van het tuigpaard, zou ik er niet mee fokken.
Het stoort mij dat u insinueert dat ik geen hart heb voor de fokkerij. Is het nooit bij u opgekomen dat ik mijn geld in de tuigpaarden probeer te verdienen, omdát het mijn passie is? De kortzichtigheid die u mij toedicht, zegt dan ook meer over u dan over mij.
Dat ik pleit voor meer sensibiliteit, betekent niet dat u klakkeloos kunt stellen dat ik voor zenuwachtige, hete paarden ben. Daar ben ik namelijk niet voor. Naar mijn mening zijn we echter evenmin gebaat bij stugge, koude dieren die je het hele erf over slepen of die constant over je heen drammen. Dergelijke tuigpaarden zijn niet wendbaar, reageren amper op hulpen en veroorzaken net als te hete paarden ongelukken in het verkeer.
U beschuldigt mij er ten onrechte van dat het mij koud laat 'dat veel overtollige veulens en jonge paarden voortijdig naar de slacht gaan'. Het ontgaat u dat het tegenovergestelde van uw bewering een argument vormt voor mijn opinie. Dat jonge paarden als ‘overtollig’ worden beschouwd is een gevolg van het feit dat ze niet voldoen aan wat de markt vraagt.
Het overgrote deel van de paardenliefhebbers wil een paard met een mooi, sprekend hoofd en veel kwaliteit. Het is niet voor niets dat de interesse vanuit de mensport is gegroeid, sinds de tuigpaarden luxer zijn. Als u uw ogen wenst te sluiten voor het feit dat er geen markt is voor paarden met een gebrek aan ras en kwaliteit, bent u vrij om grofgebouwde tuigpaarden met een koud karakter te fokken. Maar gun mij de vrijheid om te streven naar een luxe, lichtvoetig showpaard, dat op stand alle ogen al naar zich toe trekt en dat in beweging op het hoogste niveau presteert.
Waarschijnlijk is het contrast dat u tussen ons heeft geschapen in werkelijkheid minder groot. Het spreekwoord luidt niet voor niets ‘over smaak valt niet te twisten’. Ik neem het u dan ook kwalijk dat u mij een mening toedicht, die ik eenvoudigweg niet heb.
Marcel Ritsma
En wat moeten we dan straks met al die halve hackneymerries die meneer Ritsma op de wereld wil zetten? Die zeker ook weer laten dekken door hackney's en Saddlebreds of door kruislinghengsten die enorm 'strooien' met alle verschillende eigenschappen die ze vererven?
En wat te denken van al die voor recreatieve menners veel te hete en zenuwachtige paarden met veel Hackneybloed, waarmee de markt dan overspoeld wordt en die op de openbare weg meer ongelukken veroorzaken dan de koelbloedige klassieke paarden? Wat de sport ingaat is namelijk maar een heel klein deel van de tuigpaardveulens. De meeste belanden bij stalhouders en recreatieruiters en -menners. Maar dat zal hengstenhouders zoals meneer Ritsma worst wezen, net zoals de vele overtollige veulens en jonge paarden die voortijdig naar de slacht gaan.
Marcel Ritsma kan naar mijn mening maar beter overstappen op de zuivere Hackney- en Saddlebredfokkerij, en liefst met zijn hele handelsstal naar Amerika vertrekken voordat hij het Nederlandse Tuigpaard nog verder om zeep helpt.
En, meneer Ritsma, ook ík ben pas op latere leeftijd met de tuigpaarden in aanraking gekomen, en ben dus niet bevooroordeeld. Maar ik heb wel de vele goede eigenschappen van de écht klassieke tuigpaarden leren kennen, en weet uit eigen ervaring dat die het ook prima doen in de sport. Mij maakt u dus niets wijs. Maar jammer dat u weer een hoop ondeskundige merriehouders in de verleiding zult brengen om zo'n dure hackneyhengst te gebruiken met alle teleurstellende gevolgen vandien.





