Wissels als scherprechter? »
Door De Paardenkrant op 27-10-2008 14:56:35 - 4704 keer bekekenWeloverwogen werden een paar jaar geleden alle dressuurproeven aangepast. Met veel gemopper en gemor werden de proeven in ontvangst genomen. De ene helft van de fanatieke dressuurruiters was er blij mee, de andere helft zag er het nut niet van in. Laten we zeggen, iedereen moest er even aan wennen. Nu, eind 2008, zijn de meeste mensen toch wel gewend.
In het Z2 zag men aanvankelijk door de bomen het bos niet meer. Er moesten wel vier tot zes galopchangementen gesprongen worden. In tegenstelling tot de ‘oude’ Z2-proeven, waarin er in het ‘gunstigste’ geval twee werden gevraagd. De organisatie van de nationale dressuursport was blij. Nu zouden er geen ‘wisselloze’ combinaties meer doorstromen van het Z2 naar het ZZ-licht. Want, zo stelde men, met vier tot zes wissels opgenomen in een proef, was het moeilijker om een winstpunt te halen als de wissels niet beheerst werden. De gemiddelde Z2’er zag het iets minder zonnig in. Zes wissels in een proef met 27 rijdbare onderdelen was en is tenslotte best een hele opgave. De opzet was goed, de uitvoering blijkt vandaag de dag iets minder.
Regelmatig sta ik langs de kant tijdens een Z2-rubriek. Gemiddeld genomen worden de wissels niet al te best gesprongen. Wat is nou een slechte wissel? Blijkbaar is dat per jurylid verschillend. Is een wissel die in tweeën gesprongen wordt een vier of een zes? Of misschien zelfs wel een drie? En een wissel die door de teugel heen wordt gesprongen? En dan: een wissel die correct uitgevoerd wordt, maar misschien wat groter gesprongen had kunnen worden? Is die wissel dan diezelfde zes waard als de eerder genoemde wissel in tweeën?
Bij sommige juryleden wel. Een paar weken geleden zag ik iemand met een nog vrij groen Z2-paard rijden. Een zeer talentvol paard, maar nog niet bevestigd in de Z2-oefeningen. Helemaal niet erg, het paard komt er wel. Van de vijf gevraagde wissels in de proef, sprong het paard er geen één zoals het reglementair in het boekje staat. Alle vijf werden op precies dezelfde wijze ‘na’ gesprongen. Consequent, maar niet te definiëren als goed natuurlijk. Wat schetste mijn verbazing? Deze amazone had ruimschoots een winstpunt én cijfers variërend van vier tot zes voor haar wissels. Bij geen enkele wissel stond op de coupon gemotiveerd waarom het cijfer daarvoor gegeven was.
Deze combinatie heeft inmiddels meerdere proeven gereden in het Z2 en voor het merendeel werden ze beloond met een winstpunt. Mooi, maar of het de bedoeling is? In de toekomst wil zij ZZ-licht gaan starten. Nu is zij wel zo slim om ervoor te zorgen dat ze haar wissels voor elkaar heeft vóórdat ze de overstap maakt. Zij wel. Ik geloof echter dat er hele ladingen ruiters en amazones zijn die op deze manier alsnog hun winstpunten in het Z2 bij elkaar sprokkelen en promoveren naar het ZZ-licht. Het doel om combinaties die geen goede wissels kunnen laten zien de doorstroom naar het ZZ-licht te belemmeren is dus in feite niet gehaald.
De ZZ-licht-rubrieken barsten soms uit hun voegen en bij tijd en wijle lukt het nog geen kwart van de deelnemers een winstpunt te rijden. Juryleden klagen dat het niveau niet hoog genoeg is. Wat zegt ons dat? Het zegt iets over zelfreflectie van de ruiter. Hij moet tenslotte zelf kunnen inschatten of hij toe is aan het gevraagde niveau. Anderzijds heeft hij wel de benodigde vijftien winstpunten behaald om te promoveren. Het is zaak om allemaal op één lijn te zitten wat betreft de beoordeling. Een kapot gesprongen wissel is gewoon onvoldoende en een correcte wissel voldoende. Nu weet ik ook wel dat het allemaal niet zo gemakkelijk is, als je achter C zit, maar eenheid moet toch het doel zijn.
Melanie Brevink, redacteur
Deze column verscheen 24 oktober in De Paardenkrant
reacties
ik ben zelf jury IZ en rijd zelf ook Z2, ik vind de proeven een drama je leert hier een paard niks meer mee. Dat er meer wissels in een proef zitten daar heb ik absoluut geen moeite mee maar waarom op lijnen vanuit een appyement naar de middenlijn , wat op zich al moeilijk is omdat dit een nieuwe oef. is en dan op de middenlijn ? en wat denk je van die slangenvoltes, en dan ook nog eens een eenvoudige wissel ertussendoor. en dan tot overmaat van ramp kun je dan nog doodleuk contragalop doen met een eenvoudige wissel van contra naar contra en dan ook als klap op de vuurpijl nog even schouderbinnenwaarts er achteraan. En als je dan nog goed oplet zijn elke 3 maanden de 2 proeven met de meeste wissels naar links en de andere 3 mnd de meeste naar rechts, ook niet eens om en om.De paarden worden hier echt niet beter van, waarom niet de korte diagonaal en vanuit een appyement naar de hoefslag of vanuit de contragalop op de hoefslag. Als jury ben ik het er mee eens dat een nagesprongen wissel of verzet geen 6en kunnen opleveren, maar geef dan wel aan wat er beter kan. Het is zoiezo voor ons ook niet prettig om te punten en ik kan me ook echt wel voorstellen dat we juist nu een run op de ZZ-licht krijgen want die proeven zijn veel relaxter. Die gedachte heb ik zelf nl ook met mijn Z2 paard alleen ik ben zelf wel zo verstandig om te wachten tot mijn paard er klaar voor is.
Ik vind een goed gesprongen wissel laten beginnen met een 5 wel heel laag. Als je dus al je wissels in een proef netjes hebt gedaan maar niet bijzonder dan heb je gemiddeld nog een onvoldoende.
als jurylid ben ik het volledig eens met de laatste mening: een correct gesprongen wissel begint aan een 5 of 6, en komt hoger naargelang van de kwaliteit ervan. In twee tijden, of nagesprongen zit onder 5 of onvoldoende, of nog minder als er andere fouten tegelijk zijn.. bv verzet, controle verlies enz..ik vermoed en hoop dat alle juryleden deze toch wel gekende norm hanteren.
Dit hele verhaal klinkt mij als springruiter bekent in de oren, in onze regio krijg je als ruiter vanaf het B GEEN enkele keer een (open) waterbak voorgeschoteld tot in het M: en dan gaat het bij de meeste combinaties mis. Met de wissel is het in mijn ogen hetzelfde, ik zie de dressuurruiters om me heen verschikkelijk hun best doen om de paarden de contragalop aan te leren, daarna krijgen ze de eenvoudige wissel en in het Z2 hebben ze een probleem: 4 tot 6 wissels in de proef. Van nature maakt een paard een wissel is het dan niet verstandig om in de lagere proeven te beginnen met een eenvoudige en vandaaruit langzaam per proef op te bouwen naar die 6 wissels?




