10-03-26 Desperate Horsewives: ‘We denken vanuit onze passie’
Al jaren komen we met een groepje vrouwen een paar keer per jaar bij elkaar. Samen bezoeken we allerlei evenementen en ja, we praten natuurlijk veel over paarden. We zijn allemaal gepassioneerd fokster en houden ons met name bezig met dressuurpaarden.
Allemaal hebben we een verschillende insteek, maar toch hetzelfde idee. Het groepje bestaat naast fokkers uit dressuurjuryleden en een paardenfysiotherapeute. Het is een leuke kruisbestuiving. We zijn op een relaxte manier bezig, maar tussen de regels door heel serieus. Naast mijzelf, bestaat het clubje uit Mara van Hoey Smith, Ineke Jansen, Esther van der Velde, Linda Laugeman en Isabel van Gisbergen-Sponselee.
Mensen prikkelen
Vanuit ons gezellige samenzijn werd vijf jaar geleden het idee van ‘Desperate Horsewives’ geboren. De opzet is om mensen te prikkelen en de discussie aan te zwengelen. De eerste stap in die richting zetten we een paar weken geleden met het door ons georganiseerde Desperate Horsewives-symposium met als thema ‘Het ideale dressuurmodel, zin of onzin’.
Op het symposium stond het optimale exterieur van het dressuurpaard in de topsport centraal. Wij vinden namelijk dat het exterieurmatige fokdoel van het KWPN niet altijd overeenkomt met het ideaalbeeld voor een top dressuurpaard. Het KWPN streeft bijvoorbeeld hoogbenigheid na bij zijn dressuurpaardenpopulatie, maar het is niet voor niets dat er de afgelopen tijd enkele onderzoeken naar die hoogbenigheid opgestart zijn. Wim Back is een van de onderzoekers die het onderwerp hebben opgepakt.
Op zich is er niets mis met hoogbenigheid, maar aangetoond is dat in veel gevallen de halzen niet meegegroeid zijn. Daardoor zie je veulens vaak op een vreemde manier in de wei gras eten, simpelweg omdat ze anders niet bij het gras kunnen komen. Ongelijke voeten werk je daarmee in de hand.
Wij vinden het niet goed dat bij het KWPN een paard met een wat korter voorbeen niet gewenst is. Je mag toch verwachten dat een wereldwijd toonaangevend stamboek daar zelf ook onderzoek naar doet? Naar ik vernomen heb, zijn ze daar gelukkig ook mee bezig. Daarnaast is het natuurlijk belangrijk om aspecten als duurzaamheid en een goed bewerkbaar karakter door te ontwikkelen.
Opmerkelijke conclusie
Een paar jaar geleden hebben Jacques Verkerk en Cor Loeffen, in opdracht van VCG-Horses, de internationale Grand Prix-paarden op Indoor Brabant exterieurmatig bekeken. Uit die beoordeling kwamen opmerkelijke dingen naar voren. Zo kwamen er volgens de keuringsnormen nogal wat exterieurmatige ‘tekortkomingen’ voor en bleken veel paarden helemaal niet te voldoen aan het foktechnische ideaalbeeld.
Aan de hand van het onderzoek zijn we verder gaan praten. We lopen als fokkers allemaal tegen bepaalde dingen aan. Soms heb je een paard op stal dat in je eigen ogen een echte ‘wow-factor’ heeft. Op de keuring valt het met zo’n paard soms tegen. Dan merk je dat men er daar anders tegenaan kijkt. Als Desperate Horsewives willen we absoluut niet tegen het KWPN aanschoppen, maar het is onze bedoeling de discussie open te houden.
Kijk bijvoorbeeld eens naar mijn eigen Grand Prix-paard Sisther de Jeu. Zij presteert geweldig in de dressuurpiste en ze spreekt veel mensen aan. En toch, als je Sisther op stal ziet staan, past ze niet op alle fronten in het ideaalbeeld volgens het KWPN. Ze heeft bijvoorbeeld niet zo’n extreem lang voorbeen.
Ideaalbeeld?
De opzet van ons symposium was meningen naast elkaar te zetten en daarover met elkaar in gesprek te komen. Naast KWPN-inspecteur Cor Loeffen en onderzoeker Wim Back, die een toelichting gaven, kwamen er ook mensen uit de praktijk aan het woord. Trainster Nicole Werner en handelaar Tim Coomans gaven hun visie over het onderwerp.
Grappig was dat er bij de praktijkmensen veel verschillen in het ideaalbeeld naar voren kwamen. Logisch natuurlijk, want de ene mens ziet het liever op die manier en een tweede heeft het graag anders. Iedereen stelt immers een andere eis aan een voor hem of haar ‘geschikt’ paard.
Ik denk dat het als toonaangevend stamboek belangrijk is om je te realiseren dat elke fokker zijn eigen fokdoel heeft. Ieder mens is tenslotte anders. Veel mensen zien wel hetzelfde, maar hechten op een andere manier belang aan dingen.
Bij het KWPN is het fokken van een sportpaard het doel. Toch moet je je als fokker realiseren dat, als je werkelijk als doel hebt een Grand Prix-paard te fokken, je daar veel geld en tijd voor moet uittrekken. Het kost namelijk tien jaar om er überhaupt achter te komen of een paard werkelijk die norm kan halen. Zo kost het fokkers jaren om erachter te komen wat nu precies het grote aandachtspunt of pluspunt is in hun merriestapel.
Niet idealistisch
Wij zijn niet idealistisch, maar praktisch. Het is goed om de blik open te houden voor andere zienswijzen en wetenschappen om in de toekomst te kunnen groeien. Met ons symposium hebben we geprobeerd dergelijke onderwerpen input te geven, om die onderwerpen voor iedereen duidelijker te maken.
Ook het bij elkaar brengen van fokkers en ruiter is daarbij belangrijk. Op de tribune tijdens het symposium werd een levendige discussie gevoerd en mensen gingen nadenken over dingen waar ze nog nooit eerder bij hadden stilgestaan. Wij denken vanuit onze passie en we zijn nog lang niet klaar!
Emmy de Jeu is dressuurpaardenfokster in Oosterstreek.
Deze opinie verscheen 26 maart 2010 in De Paardenkrant.
| |
|
reacties
Het evenwichtsmodel
[img]http://img85.imageshack.us/img85/6545/evenwichtsskelet.png[/img]
Afbeelding
http://www.fokt.nl/phpBB3/viewtopic.php?f=14&t=11673&p=432223&hilit=evenwichtsmodel#p432223
Evenwichtige bewegingen ontlenen hun tact aan een evenwichtige bouw van het skelet. Een paard dat tactmatig draaft, heeft al naar gelang de kracht van de afzet een ruim of minder ruim zweefmoment. Dat delicate proces van evenwicht wordt aan de gang gehouden door bewegende ledematen, spieren, pezen en banden. Een evenwichtsskelet en evenwichtige (economische) bewegingen kosten de minste energie en krachtsinspanning en leveren de grootst mogelijke efficiency met de minste slijtage op.
Een evenwichtsmodel bestaat uit verhoudingen die de verschillende skeletonderdelen ten opzichte van elkaar manifesteren:
-De hals moet even lang zijn als de rug.
-De lengte van het voorbeen moet gelijk zijn aan de rompdiepte en aan de helft van de romplengte. Een dergelijke rechthoeksromp vormt op zich weer exact twee vierkanten. Het paard moet dus over veel bodem staan.
-De schofthoogte moet gelijk zijn aan de lengte van hoofd en hals samen.
-De ruglengte moet de helft van de romplengte bedragen. De bovenlijn is weer onder te verdelen in 1/3 rug, 1/3 lendenpartij en 1/3 croupe.
-De ruimte tussen de voor- en achterbenen moet even lang zijn als de lengte van de rug inclusief de schoft.
-De hoogte en de lengte van het paard moeten gelijk zijn. De welving van de hals dient gelijk te zijn aan de welving van de rug en de schoft dient tot aan het midden van de rug door te lopen.
Aan de voorzijde moet het paard evenwijdig staan en als er een verticale lijn door het midden van de hoef wordt getrokken, moet die precies door het midden van de knie lopen. De afstand tussen beide hoeven en de knieën, van de voorzijde gezien, moet precies één hoef zijn.
Voor de achterzijde gelden dezelfde criteria. De verticale lijn vanuit de hoef getrokken moet precies door het midden van het spronggewricht lopen en zowel aan de onderzijde als tussen de spronggewrichten één hoef breed zijn. De loodlijn getrokken vanaf de boeg naar de grond moet evenwijdig lopen aan die van het voorbeen. De verticale lijn getrokken vanuit het zitbeen moet precies voor en evenwijdig aan het pijpbeen lopen en pal achter de hoef uitkomen. Om de bouw van een paard goed te kunnen beoordelen is het dus van belang dat het paard vierkant staat. We hebben voorts te maken met dragende gewrichtshoeken t.w. het boeg- en het darmbeengewricht en de gewrichtenhoeken die bepalend zijn voor de voortbeweging t.w. het elleboog- en het spronggewricht. Daarbij moeten de hoeken van het boeg- en darmbeengewricht elk precies 90 graden, die van het elleboog- en spronggewricht 135 graden en die van het kootgewricht 45 graden zijn. Samen vormen deze hoeken precies 360 graden. De bewegingsuitslag (openen en sluiten van de gewrichten) van de voortbewegingsgewrichten bedraagt 90 graden en ook die som van de vier benen laat exact weer 360 graden zien. Het bewegingsmechaniek van het paard vormt dus exact een cirkel. Dat geldt overigens ook voor het hele paard. En niet alleen voor het paard maar voor elk dier. Hoezo hebben wij het wiel uitgevonden?
Trekken we nu de lijn vanuit het kootgewricht weer door naar de lijn getrokken uit de knie dan vormt zich ook daar weer een hoek van 90 graden. Het belastende gewicht wordt derhalve zuiver over gelijke hoeken van 90 graden van de achterhand gedragen en voortgestuwd.
Een evenwichtspaard lijkt misschien overbouwd, maar dit is puur gezichtsbedrog. De bovenkant van de romp staat ten opzichte van de horizontale lijn in voorwaartse richting lichtelijk naar beneden en dat beeld vertekent de optische waarneming. De lijn van het hoogste punt van de schoft naar dat van het kruis loopt precies horizontaal en de onderzijde van de romp dient naar de voorbenen toe opwaarts te verlopen. Dan pas is er sprake van een opwaarts gebouwd paard. Het diepste (zwaarte) punt van het paard dient dus te allen tijde, op stand bijna en in de beweging precies in het midden van het paard te liggen anders is er geen sprake van balans!!!
Stal Wiebing Schuring
Hooghalen
Ik kon er helaas niet bij zijn, maar ben erg benieuwd naar de uitkomsten van dit symposium.





