10-07-02 De juryleden moeten dressuur blijven jureren
Ik vind het goed dat veranderingen worden aangebracht op het gebied van de jurering van de dressuur. Op het CHIO hebben we al gewerkt met een nieuw systeem dat inhoudt dat er meer juryleden komen en dat er wordt gewerkt met een supervisorsysteem.
Het systeem zoals in Rotterdam getest vind ik nog niet optimaal. Wel vind ik het goed dat er wordt geprobeerd het optimum te bereiken. Rotterdam was de eerste keer dat we zoiets hebben gedaan. We wisten niet of het ging werken, maar naderhand kan ik alleen maar positief zijn.
Het is goed om een supervisor te hebben. Als jurylid ben je ook maar een mens en kun je dingen over het hoofd zien. Het is dan fijn om een wakend oog te hebben. Het is niet de bedoeling dat een supervisor ons constant corrigeert en op de vingers tikt, maar dat hij ons bijstaat. Zeker als jurylid vind ik het spreekwoord ‘Vertrouwen is goed, maar controle is beter’ hier van toepassing.
Blijven jureren
Het supervisorpanel is op zich goed, maar moet niet te veel invloed krijgen. De juryleden moeten blijven jureren, en de supervisors zijn voor eventualiteiten. Dat is in Rotterdam ook goed gelukt: van alle punten die we hebben gegeven – dat zijn er ruim 6.000 – zijn er slechts vijf veranderd. De einduitslag, dus de rangschikking, is hierdoor totaal niet veranderd. Zo moet het ook gaan.
Toch was er nog wel wat waar ik het niet helemaal mee eens was. Bij Matthias Alexander-Rath werden op één onderdeel alle juryresultaten aangepast. Wij zaten met z’n zevenen op één lijn. Dan vind ik het niet kunnen dat drie supervisors al die resultaten gaan aanpassen. Op zo’n moment neemt de supervisor te veel invloed.
Uitproberen
Het systeem dat we in Rotterdam gebruikten was de eerste pilot en de FEI is in samenspraak met de juryleden nog allerlei dingen aan het uitproberen. Het is nog niet definitief dat de dingen die we in Rotterdam hebben geprobeerd definitief in het nieuwe jurysysteem komen.
De volgende pilot is tijdens het CHIO in Aken en daarna zullen in 2010 wedstrijden volgen waarin we gaan proberen wat ons het beste past en – eigenlijk nog belangrijker – wat het beste is voor de sport.
Meer juryleden
Twee juryleden meer (zeven in plaats van vijf) brengen natuurlijk de invloed per jurylid terug. Dat is een goede ontwikkeling, maar in wezen blijkt het in de uitslag vrij weinig verschil te maken. Het is echter een goed teken naar de buitenwereld toe dat je de invloed per jurylid wilt terugbrengen.
Wel wordt het zicht belemmerd door zo veel hokjes om de ring, dus ik weet niet of dat zo’n positieve ontwikkeling is.
Wegstrepen
Over het wegstrepen van de hoogste en de laagste cijfers was ik in eerste instantie heel positief, maar net zoals bij het toevoegen van juryleden is gebleken dat het niet enorm veel invloed heeft. Daarbij loop je kans dat juryleden vlakker gaan jureren, zodat ze niet weggestreept worden. Dat wil immers geen enkel jurylid.
Niet in Kentucky
Heel 2010 zal nog in het teken staan van de pilots. Daarna gaan we evalueren en bekijken we welke dingen het best werken. Vanaf 2011 kunnen we nieuwe dingen implementeren. In Kentucky zal er dus nog volgens het oude jurysysteem worden gewerkt. Het is in mijn ogen ook niet goed om vlak voor een groot kampioenschap allerlei zaken te gaan aanpassen in de jurering. Ik vind het in ieder geval goed dat er wordt gezocht naar verbetering.
Ghislain Fouarge is internationaal O-jurylid en zal onder andere jureren op de WEG in Kentucky.
Deze opinie verscheen vrijdag 2 juli 2010 in De Paardenkrant.
| |
|
reacties
De uitgestrekte draf van de meeste huidige GP paarden is een aanfluiting en lijkt totaal niet op wat de FEI op dit terrein heeft voorgeschreven. Een idioot gestrekt voorbeen als van een Duitse paradesoldaat met een achter de loodlijn getrokken hoofd, een nek die niet het hoogste punt vormt en een hoge achterhand hebben niets met een uitgestrekte draf van doen zoals het paard ons die in vrijheid perfect en in alle schoonheid toont.
FEI 4.4 Extended trot.
The horse covers as much ground as possible. maintaining the same candance, he lengthens his steps to the utmost as a great result of great impulsion from the hind quarters. The rider allows the horse, remaining "on the bit" without leaning on it, to lengthen his frame and to gain ground. The fore feet should touch the ground on the spot towards which they are pointing. The movement of the fore and hind legs should be similar (parallel) in the forward moving of the extension.
Hetzelfde gaat op voor de piaffe. De meeste GP paarden hebben meer van een dansende beer op een gloeiende plaat dan van een paard dat een piaffe (draf op de plaats zonder zweefmoment) moet laten zien. Een zijwaartse en waggelende beweging die voor een piaffe moet doorgaan, wordt door de huidige FEI juryleden met hoge cijfers beloond en worden zelfs tot kampioen uitgeroepen. Dat is een schande voor de kwaliteit en de schoonheid van de dressuursport.
Nog gekker is dat de KNHS in haar regels zelfs een zweefmoment in de paiffe heeft voorgeschreven en dat staat namelijk haaks op de FEI regels!
Article 415 The piaffe
1. The piaffe is a highly collected, cadenced, elevated diagonal movement giving the impression of being in place. The horse's back is supple and elastic. The quarters are slightly lowered, the haunches with active hocks are well engaged, giving great freedom, lightness and mobility to the shoulders and forehand. Each diagonal pair of feet is raised and returned to the ground alternately, with an even cadence.
2. In principle, the height of the toe of the raised foreleg should be level with the middle of the cannon bone of the other foreleg. The toe of the raised hind leg should reach just above the fetlock joint of the other hind leg.
3. The neck should be raised and arched, the head vertical. The horse should remain light “on the bit” with a supple poll, maintaining a light and soft contact on a taut rein. The body of the horse should move up and down in a supple, cadenced and harmonious movement.
4. The piaffe must always be animated by a lively impulsion and characterised by a perfect balance. While giving the impression of being in place there may be a visible inclination to advance, this being displayed by the horse's eager acceptance to move forward as soon as he
is asked.
5. Moving even slightly backwards, irregular steps with the hind legs, crossing either the fore - or hind legs or swinging either the forehand or the quarters from one side to the other are serious faults.
A movement with hurried and unlevel or irregular steps without cadence, or spring cannot be called a true piaffe.





