11-02-18 ‘Door leermodule beter jureren’
door Wim Ernes
Zes trainers en juryleden werkten mee aan een onderzoek van Wageningen Universiteit. Zij bekeken en beoordeelden 60 paard/ruiter-combinaties op ‘match of mismatch’. De FEI wil graag een ‘happy athlete’ in de ring zien. Nu is bekend hoe een blij paard er in de praktijk uitziet.
De deskundigen waren het over bijna alle combinaties met elkaar eens. De consistentie bedroeg 90 procent, dat maakt hun oordeel betrouwbaar. Aan de hand van het onderzoek is een leermodule opgezet. Elk onderdeel is vrij gedetailleerd beschreven; van oog tot staart. Zo kunnen trainers, ruiters en juryleden het zien als het paard, volgens de deskundigen, minder happy is.
Het oog trainen
Als jurylid zie ik de leermodule als een handig middel. Je bent in staat objectiever de bewegingen van een paard te beoordelen, omdat zes mensen voor jou dat ook al hebben gedaan. Dit kan een van de middelen zijn die mensen leert op de juiste manier te kijken naar een paard en te observeren hoe een paard zich voelt en gedraagt. Je kunt zeggen dat het een manier is om het oog te trainen. Als jurylid moet je veel dingen tegelijkertijd kunnen waarnemen en beoordelen. Ik zie de leermodule Match & Mismatch als een middel om dit te trainen en om steeds sneller en steeds beter te beoordelen.
Als jurylid beoordeel je altijd het totaalbeeld van het paard. De aspecten waaruit blijkt of een paard zich wel of niet prettig voelt, neem je daarin mee. Het is dus niet zo dat de leermodule ons leert om op andere dingen te letten. Nee, we leren de dingen die we zien interpreteren en dat zie ik als positief. Het is een training van je zintuigen. Wanneer je het oefent, kun je veel meer indrukken verwerken.
Op dit moment is de module niet in de leerstof van juryopleidingen opgenomen. Men zal moeten kijken of het zinvol is dit in de toekomst wel te doen. Ik denk dat het zeker waarde heeft. Je kunt ook op eigen initiatief naar de website surfen en de test maken. Zeker voor aspirant-juryleden of instructeurs is het interessant.
Pr doen
De module is recent echt operationeel geworden. Ik heb er nog weinig van gezien en over gehoord. Het wordt weinig gepromoot. Dat zal nog wel komen en dat moet ook, als je er mensen over wilt laten nadenken. Ik heb er nog geen collega-juryleden over gehoord.
Een leermodule als deze kan zeker van invloed zijn op het jureren en op de sport. Zeker als deze wordt opgenomen in de opleiding. Maar het kan nooit de vervanging zijn van een stukje praktijk.
Match & Mismatch kunnen we, denk ik, wel serieus nemen, al weten we het nooit honderd procent zeker. Paarden kunnen immers niet praten. Maar in dit geval is de kans dat de deskundigen gelijk hebben redelijk groot, aangezien ze los van elkaar op dezelfde consistente manier een oordeel hebben gegeven. Of dit overeenkomt met wat er innerlijk in het paard gebeurt, weten we nooit. Ook de Partij voor de Dieren zegt dat bepaalde dieren zich bij bepaalde omstandigheden goed voelen. Je kunt je afvragen hoe ze dat weten. Alles is gebaseerd op waarnemingen en gedrag. Zeker weten doen we het nooit, want het blijven dieren.
Wim Ernes uit Schimmert is internationaal jurylid, lid van de KWPN-hengstenkeuringscommissie dressuur en voorzitter van de selectiecommissie voor het WK jonge dressuurpaarden.
Deze opinie verscheen vrijdag 18 februari 2011 in De Paardenkrant
| |
|
reacties
Tevens ben ik jury en weet van bepaalde personen door ervaring hoe zij de paarden thuis trainen.Dit gaat absoluut niet vriendelijk.Vervolgens zie je ze in de ring met inderdaad zoals hierboven beschreven minder dwang en moet je deze personen wel beoordelen zoals zij op dat moment een proef tonen.Je mag dan niet bevooroordeeld zijn.Dit vind ik eerlijk gezegd in sommige gevallen moeilijk maar ik wil wel objectief kunnen oordelen.Het is dus af en toe wel lastig.Maar gelukkig rijden er ook een aantal ruiters rond die wel met verstand en gevoel hun paard willen trainen.
Thuis worden ze behoorlijk achter hun broek aan gezeten, en op de wedstrijd wat druk eraf, zodat het te hanteren is en in 'goede' banen geleid kan worden.
Voorterrein ook zo iets, daar zou welk concour dan ook, een stewart moeten staan.
En controle op stress op wat voor manier dan ook, is er verschil te meten met spanning?
In tegenstelling tot de juryleden heb ik als toeschouwer die combinaties zien losrijden, dus ik zie de druk die wordt uitgeoefend op een dier en begijp maar al te goed waar de stress vandaan komt. Dan wil ik dus niet weten hoe het er thuis in de trainingen aan toe gaat. In de ring zie je dezelfde druk en dwang, wat minder opvallend (of net buiten het gezichtsveld van de jury), maar het is er en het wordt niet afgerekend.
Maar ik vraag me af of wat de juryleden straks gaan doen. Er zijn er helaas nogal wat die zelf ook een 'van dik hout zaagt men planken'-rijstijl hebben. Die weten blijkbaar niet beter. Zouden ze dan nu wel het licht zien?
Gelukkig zie ik af en toe wel een jurylid dat eerlijk rijden beloont en niet het afgedwongen plaatje.
oei, als dat nu pas bekend is, wat hebben we al die tijd gedaan dan?
blijkbaar heeeeel slecht geluisterd....naar de paarden.
maar ik hoop dat we het niet alleen over de basis hebben?
bij de top (onze voorbeelden toch?) is het helaas niet vel beter.
en natuurlijk, ook genoeg die het wel goed doen, ook in de basis.
maar mijn verbazing was groot toen ik de bovenin geciteerde zin las.
Het is toch prachtig dat een uitgebreide beschrijving (let wel; woorden) , zoals u dat hieronder heeft weergegeven, nu ook duidelijk gekoppeld kan gaan worden aan resultaten in de praktijk (let wel; beelden).
Of liever gezegd, dat nu ook het 'woord' direct in relatie kan staan, met een 'beeld' / direct kan verwijzen naar een 'verschijningsvorm'.
Dat biedt toch zicht op een grotere kans om misverstanden te voorkomen. Om de communicatie over en de uitvoering van de dressuur voor een ieder toegankelijker, inzichtelijker en meer helder te krijgen. Dat allemaal door de inzet van niet alleen de verbale taal (van de mens), maar ook door het tonen van de lichaamstaal. (van het paard)
Misschien niets nieuws voor de doorgewinterde paardenman/vrouw. Maar voor heel veel paardenliefhebbers een grote extra bijdrage in het verschaffen van goede informatie over het kijken naar en het rijden van paarden.
Daarbij en bovenal, voor juryleden in spé minder kans op spraakverwarringen en onzuivere inschattingen!
Zo zie ik het tenminste!
Bovendien gaan ze voorbij aan de voorgeschreven dressuurregels en laten ze weer volop ruimte voor nog meer willekeur.
De juryleden zullen weer moeten leren dat de dressuur een weergave behoort te zijn van wat het paard ons in vrijheid toont (art. 3). Een paard dat met de neus voor de voorgeschreven loodlijn loopt, de nek als hoogste punt heeft, tact, ritme en balans toont en waarbij de ruiter in balans zit met een lichte teugelvoering zoals dit staat voorgeschreven, toont te allen tijde een natuurlijke balans, blijheid, vrijheid en schoonheid.
Overigens hebben paard, ruiter en het publiek er recht op dat het dressuurconcert volgens de vastgelegde noten en niet volgens de nieuwe inzichten, smaak en de zogenaamde vooruitgang wordt gespeeld.
De vreugde van het paard en de schoonheid van de sport zullen dan zichtbaar toenemen.
FEI Article 401 - Object and general principles
1. The object of Dressage is the development of the horse into a happy athlete through harmonious education. As a result it makes the horse calm, supple, loose and flexible, but also confident, attentive and keen, thus achieving perfect understanding with his rider.
2. These qualities are revealed by:
2.1. The freedom and regularity of the paces;
2.2. The harmony, lightness and ease of the movements;
2.3. The lightness of the forehand and the engagement of the hind quarters, originating in a lively impulsion;
2.4. The acceptance of the bridle, with submissiveness throughout and without any tenseness or resistance.
3. The horse thus gives the impression of doing of his own accord what is required of him. Confident and attentive, he submits generously to the control of his rider, remaining absolutely straight in any movement on a straight line and bending accordingly when moving on curved lines.
4. His walk is regular, free and unconstrained. His trot is free, supple, regular, sustained and active. His canter is united, light and cadenced. His quarters are never inactive or sluggish. He responds to the slightest indication of the rider and thereby gives life and spirit to all the rest of his body.
5. By virtue of a lively impulsion and the suppleness of his joints, free from the paralysing effects of resistance, the horse obeys willingly and without hesitation and responds to the various aids calmly and with precision, displaying a natural and harmonious balance both physically and mentally.
6. In all his work, even at the halt, the horse must be “on the bit”. A horse is said to be “on the bit” when the neck is more or less raised and arched according to the stage of training and the extension or collection of the pace, and he accepts the bridle with a light and soft
contact and submissiveness throughout. The head should remain in a steady position, as a rule slightly in front of the vertical, with a supple poll as the highest point of the neck, and no resistance should be offered to the rider.
7. Cadence is shown in trot and is the result of the proper harmony that a horse shows when it moves with well marked regularity, impulsion and balance. Cadence must be maintained in all the different trot exercises and in all the variations of trot.
8. The rhythm that a horse maintains in all his paces is fundamental to Dressage.





