Halsstrekken is een ontspannende beloning

Halstrekken, eigenlijk kun je het niet vaak genoeg doen. Het heeft twee functies: beloning na een zware oefening en ontspanning van de spieren. Hoe doe je het goed? Instructeur Wim Bonhof legt het uit.

Halsstrekken

Halsstrekken betekent dat het paard van de ruiter de ruimte krijgt om zijn hoofd voorwaarts-neerwaarts te laten zakken, waarbij hij zijn rug, hals en andere spiergroepen ontspant. De ruiter moet daarbij in de juiste houding en vooral in balans zitten, zodat het paard nergens wordt belemmerd. Het begint allemaal met een goede aanleuning, een soepele verbinding tussen de hand van de ruiter en de mond van het paard. De ruiter geeft been, vangt de energie aan de voorkant meeverend op en het paard geeft na. Als de ruiter op dat moment zijn armen ontspant, hoort het paard het bit naar beneden te volgen. De ruiter staat dus toe en het paard blijft met zijn mond het bit opzoeken. Dat doet hij alleen als het bit hem een prettig gevoel geeft. Bij een stugge en onvriendelijke teugelvoering zal hij maar al te blij zijn even van die akelige druk verlost te zijn en zijn neus in de lucht steken.

Op elk niveau
Halsstrekken is om twee redenen belangrijk. Het is een beloning voor het paard en het ontspant de spieren. „Eigenlijk zou iedereen het na elke moeilijke oefening even moeten doen, op welk niveau je ook rijdt”, vindt Wim Bonhof. „Dat is fijn voor het paard en het stimuleert hem om de volgende keer weer zijn best te doen, want daarna volgt immers dat fijne halsstrekken. Bij jonge paarden werkt dat trouwens nog niet zo, want die leggen de link nog niet. Toch moet je ook jonge dieren laten halsstrekken, want ze leren het snel genoeg en bovendien zijn ze sneller moe in hun spieren.”
Hoe lang je de hals laat strekken is een kwestie van gevoel. Een getraind paard herstelt snel van inspanning en kan na kort stappen alweer verder. Een ongetraind paard heeft langer de tijd nodig om te herstellen van de gedane arbeid. Hij geeft zelf wel aan wanneer hij voldoende is hersteld om verder te gaan.

Probleemgevallen
Als de aanleuning niet voor elkaar is en het paard geeft niet goed na, dan zal het halsstrekken mislukken. Dat gebeurt ook bij scheve paarden die geen gelijke druk op twee teugels geven. „Neem meer gevoel aan de zachte kant en geef gedoseerd been. Doe dat daarna aan de zware kant. Blijf wel vriendelijk. Je zult soms even afwisselend links en rechts moeten doorvragen op deze manier tot het paard nageeft en dan kun je proberen of hij achter je hand aan wil zakken.”
Bij paarden die na een paar meter halsstrekken hun neus in de lucht steken is het zaak de teugels weer aan te nemen en opnieuw naar het halsstrekken toe te rijden.
Sommige paarden krullen zich op en lopen los van het bit. Zou je daarbij je handen toesteken, dan blijven ze bovenin doorlopen met fladderende teugels. Er is immers geen verbinding met de mond, geen contact dat ze kunnen volgen. „Daarbij is er maar één oplossing: voorwaarts. Ga schakelen tot het paard enige druk op de teugel neemt. Het probleem hierbij is dat het paard achter niet wil dragen. De overgang terug tijdens het schakelen is daarom extra belangrijk.”


Reageer Reageer Stuur door Stuur door Afdrukken Afdrukken




reacties

Ik rij al mijn paarden los door de hals te laten strekken! Werkt heel goed, zo beginnen ze ontspannen en goed opgewarmt aan de training.
Shadow11 | 27-10-2008 | 14:21:32

trefwoorden

voordelig abonnement