Tineke Bartels legt dressuurtermen uit
Vraag jij je weleens af wat de jury eigenlijk bedoelt als je na de wedstrijd een coupon terugkrijgt met het commentaar ‘meer impuls’ of ‘meer lengtebuiging’? Dressuuramazone Tineke Bartels legt uit wat de jury je wil vertellen.
Aanleuning
Het contact dat je hebt met je paard of pony. Aanleuning is het constant onderhouden van een elastische verbinding tussen de ruiterhand en de paardenmond. Deze verbinding is op beide teugels hetzelfde als direct gevolg van een voorwaartse reactie op het been van de ruiter. Als de aanleuning goed is, heb je volledige controle over je paard of pony.
Bovenlijn
Dit is de denkbeeldige lijn die loopt van achter de oren via de hals over de rug, lendenen en kruis naar de staart. Als het paard nageeflijk is, laat hij de bovenlijn los en heeft hij de neiging tot het strekken van de hals.
Drukt rug weg
Het paard trekt de rug hol wanneer hij zijn rug ‘wegdrukt’. Het hoofd komt dan meestal omhoog en het achterbeen gaat verder naar achteren.
Gespannen
Wanneer het paard gespannen is, loopt hij niet op de juiste, elastische manier. Hij houdt zich strak in zijn lichaam. Je wilt juist een ontspannen paard dat zijn spieren loslaat. Vanuit die ontspanning worden de spieren aan het werk gezet.
Halve ophouding
Kort weerstand bieden waarop het paard of de pony reageert door nageeflijk te worden, de kaak loslaat en op het bit knabbelt. Hij knikt door in zijn nek, hij zegt als het ware ja tegen zijn ruiter.
Hele ophouding
Hetzelfde als een halve ophouding, maar doorzetten tot het halthouden.
Hulpen
De hulpen zijn het communicatiemiddel tussen jou en je paard of pony. Het is een taal die consequent en logisch moet zijn. De tekens die we gebruiken moeten we het paard aanleren, zodat hij begrijpt wat we bedoelen.
Impuls
Het paard moet naar voren blijven denken. Daardoor krijg je als je een beenhulp geeft onmiddellijk reactie. Het paard moet ook door blijven gaan als je geen hulp geeft, tot een nieuwe hulp nodig is. Impuls wil niet zeggen dat het paard al oefeningen doet voordat je een hulp geeft.
Kantelen
Het paard houdt zijn hoofd scheef. Er is aan de ene kant van zijn mond meer druk dan aan de andere kant, om die druk te ontlopen houdt hij zijn hoofd scheef.
Krult zich op
Het paard laat het bit te veel los en heeft niet meer de neiging om de hals te strekken. Daardoor is er geen verbinding meer mogelijk met de mond van het paard en is er dus geen aanleuning.
Lengtebuiging
Dit is zijdelingse buiging in het paardenlijf, van achter de oren tot de staart. Die lengtebuiging is door het hele paardenlichaam hetzelfde. Het paard mag niet over de schouder weglopen. Het hele lichaam moet precies evenveel en vooral niet meer gebogen zijn dan de wending. In de juiste lengtebuiging is de beenzetting van het paard correct. Dat wil zeggen dat het binnenachterbeen in de hoefslag van het binnenvoorbeen loopt, het buitenachterbeen loopt in het spoor van het buitenvoorbeen.
Loodlijn
De verticale lijn die loopt vanuit het voorhoofd van het paard naar zijn neus, loodrecht naar beneden. In principe moet een paard met zijn neus iets voor de loodlijn zijn.
Nageeflijkheid
Dit betekent dat het paard loslaat in de kaken. Je voelt dat hij met het bit in de mond speelt. Het bit rammelt een beetje. Op dat moment dat het paard nageeft, komen de hulpen door. Dan kun je met hem praten. Als hij zijn kaken op elkaar houdt, dan komen je hulpen niet door.
Niet voor het been
Je paard reageert niet onmiddellijk op je kuithulp. Hij denkt niet voorwaarts.
Op de voorhand
Het paard heeft te veel gewicht op de voorhand, waarschijnlijk ook het gewicht van de ruiter erbij. De achterhand draagt niet.
Ontspanning
Het paard is nageeflijk. Hij laat de kaken los en vervolgens de nek, hals en rug. Alle spieren in het lichaam moeten zich loslaten, er zijn geen blokkades in het lichaam. De spieren zijn als het ware ontspannen aangespannen. Je ziet ze bewegen, deinen in het lichaam als het paard loopt.
Weerstand bieden
Dat doe je om je paard nageeflijk te krijgen. Door je handen te gebruiken alsof het de rubberen ring is waarmee een bijzetteugel aan het zadel vastzit. Het paard trekt eraan en jij biedt weerstand tot het moment dat hij nageeft. Je trekt niet terug, je doet alsof je die bijzetteugel bent en aangezien je hand op dezelfde plek blijft, trek je niet door. Weerstand bieden doet je met de vuisten en niet met je armen. Houdt je duimen naar boven en je polsen licht gebogen.
Rechtrichten
Dit houdt in dat je met twee teugels de voorhand voor de achterhand zet. Eventueel breng je met je kuit de achterhand terug achter de voorhand, afhankelijk van de oorzaak.
Scheef
De voorhand is niet recht voor de achterhand. Het paard ‘spoort’ niet. Het linkerachterbeen loopt niet in het spoor van het linkervoorbeen. En het rechterachterbeen loopt niet in het spoor van het rechtervoorbeen.
Stelling
Het opzij verplaatsen van het hoofd ten opzichte van de hals. Je stelt het paard vlak achter de oren naar links of naar rechts in. De nek draait alleen bij de eerste en de tweede nekwervel.
Takt
Het ritme in de beweging. Denk aan een muziekritme. Dat ritme moet altijd zuiver en regelmatig zijn.
Tegen de teugel
Je paard is niet nageeflijk. Zijn hoofd komt te hoog, hij verzet zich tegen je hand.
Verzet
Als jij wat vraagt, krijg je protest. Dit doet je paard uit angst, onbegrip, onwetendheid of pijn.
Zwaait uit
Je paard brengt de achterhand ongevraagd naar buiten. De ruiter heeft geen controle over de achterhand van het paard.
| |
|
reacties
Ben het helemaal met u eens, ik ben een beginner en zeer geintresseerd in de klassieke dresuur en ga me hier verder in bekwamen en dat begint met leren zitten!!!!
Maar tegenwoordig is het leren paardrijden niet meer wat het was, jammer!
Wat mij betreft de klassieke dressuur meester(s)
als instructeurs aan de bak!
Zou wel eens meer literatuur hier over willen lezen bvk in het Nederlands.
Ik voel me genoodzaakt te reageren op de uitleg van diverse begrippen door mevrouw Bartels. Ik wil geenszins haar deskundigheid in twijfel trekken mede gezien haar prestaties en verdienste voor en in de Nederlandse dressuursport. Ik ageer wel tegen de uitleg die ze bij sommige onderwerpen hanteert. Deze zijn directe aanleiding voor ruiters om ze uit te gaan proberen met alle gevolgen van dien. Het grootste probleem in de Nederlandse dresuursport is het verlaten van de beginselen van de klassieke rijkunst en de daaruit geformuleerde wetmatigheden. Deze vloeiden voort uit respect en liefde voor het paard. Ze beogen een atlethisch en gezond paard dat pijnloos en met een evenwichtige alerte en frisse geest zijn werk kan doen. Deze zijn ondergebracht in de 5 bouwstenen van de klassiek rijkunst: Aanleuning, ontspanning, rechtrichten verzamelen en oprichten. Een paard is recht als het achter gelijke aanleuning loopt. Reeds 2400 voor Christus wist Xenophon al te melden dat alleen een rechtgericht paard in staat is om welke willekeurige oefening te kunnen doen. Steeds weer met begrip en respect voor het paard. Iedere vorm van dwang geeft spanning bij het paard. Die spanning resulteert direct in scheef gaan, zich op een schouder laten vallen en ongelijke aanleuning. Xenophon beschrijft al dat de belangrijkste hulp in het rijden de gewichtshulpen zijn. (In de strijd viel er immers weinig te sturen als de ruiter het vege lijf wilde redden. Daar onbrak de tijd voor.) Gewicht naar voren brengen als je voorwaarts wilt. Gewicht naar achteren brengen als je langzamer of stoppen wilt Nageeflijkheid heeft niets te maken met geklots van het bit in de paardenmond. Nageeflijkheid komt voort uit het gelijk onderbrengen van de achterbenen. Zij moeten zijn als de slinger van een klok. Evenver naar voren en evenver naar achteren. Als gevolg daarvan zal het paard de buikspieren sluiten.( Dit zit in zijn biomechanica opgesloten) Buikspieren en rugspieren zijn antagonisten. Als de buikspier zich sluit zal de rugspier ontspannen. Een paard draagt zijn hoofd en hals met zijn rugspieren. Als het paard de rugspieren ontspant zal hij hoofd en hals naar beneden willen brengen. Wanneer het paard nu op zijn lijn kan blijven lopen spreken we over "verticaal evenwicht. De ruiter zit zonder moeite in het midden op de rug en kan voelen dat het paard door zijn lijf heen beweegt. Het geschenk van de nageeflijkheid wordt hier verkregen. Het paard legt zijn hals en hoofd in onze handen. Alleen daarom ontstaat de elastische verbinding met de paardenmond. De halve ophouding is een gelijktijdige inwerking van bovenlichaam en zit en (soms) been. Hoort hier iemand hand? Nee de hand behoudt onder alle omstandigheden dezelfde afstand tot het lichaam. Omdat ik naar voren ga zitten gaat mijn hand ook naar voren. Als ik mijn gewicht naar achteren breng komt automatisch mijn hand mee terug en blijft daarmee ten alle tijde volgend aan mijn gewichtsverplaatsing. Nu zal door door mijn gewichtsverplaatsing dat verticaal in balans zijnde paard zijn gewicht ook terugbrengen door de achterbenen geleidelijk verder onder het lichaam te brengen. Door de duwende achterhand zal het paard in de voorhand rijzen en het kader verschaffen welke wij in de dressuursport zo graag zien. Dat is het moment waarop er over horizontaal evenwicht kan worden gesproken. Het spreekt voor zich dat één en ander afhangt van de atlethische ontwikkeling van het paard in relatie tot zijn leeftijd. Het paard moet "losgelaten"zijn werk kunnen doen. Alleen dan kan men komen tot de definitie van dressuur namelijk: de bewegingen van het paard ongedwongen onder de ruiter brengen. Een verticaal en horizontaal correct gaand paard met voldoende drang naar voren loopt een wending in door het geven van de buitenteugel en niet door het trekken aan de binnenteugel". Ten slotte. Het lijkt mij zinloos zoniet arrogant wanneer wij beter willen zijn dan hen die hun leven te danken hadden aan het paard. Zij werden iedere keer weer teruggeworpen tot de gedegen opleiding zoals we die vandaag de dag nog kennen in de Spaanse rijschool. Iedere mechanische inwerking zoals hulpteugels en dergelijke leidt tot spanning en dus scheef gaan van het paard. Uit statistieken blijkt dat het gemiddelde dressuurpaard in Nederland niet ouder wordt dan 7 jaar. Dat lijkt me een regelrechte aanklacht tegen het Nederlands hippisch onderwijs en tegelijkertijd een pleidooi voor de klassieke rijkunst in datzelfde onderwijs. Ik ga er vanuit dat niemand willens en wetens zijn paard kapotrijdt. Ik ga er tevens vanuit dat in het Nederlands Hippisch onderwijs er ook geen instructeurs worden opgeleid om de paarden van hun clienten kapot te maken. Middels deze reactie op het artikel van mevrouw Bartels beoog ik een herbezinning in de Nederlandse paardensport welke doelen we nastreven en hoe die te bereiken. Ook gelet op de fantastische kwaliteit van het Nederlands fokprodukt. Die Nederland bovenaan zet in de wereld als het gaat om topsportpaarden. Hier valt ook nog het één en ander te bereiken bij het jury korps. Zij dienen als geen ander te kunnen beoordelen hoe een correct gaand paard op zijn niveau er uit moet zien en kunnen beoordelen wat hij laat zien. Er leven nog maar weinig grootmeesters die nog kunnen onderwijzen in de klassiek rijkunst. Laten we hen koesteren en hun kennis en kunde bewaren voor het nageslacht.
Maar bovenal laten we eerlijk zijn naar onze paarden. Het rijden en omgaan met deze dieren wordt zoveel leuker en mooier. Enige nederigheid zou ons meer passen dan de hooghartigheid waarmee we nu met onze paarden omgaan. Hoogachtend, Steef Geelen





