Het welzijn van de klassieke dressuur »
Door Miriam NW op 13-02-2009 15:02:14 - 7005 keer bekeken
Het Anky-effect. Het is vreemd om te bedenken dat de dressuur die nu zo populair is, twintig tot dertig jaar geleden nou niet echt tot de hipste onderdelen van de paardensport behoorde. Echte ruiters sprongen of trokken de natuur in en dressuur was vooral iets wat je af en toe deed om je paard bestuurbaar te houden. En ineens stond de dressuur weer in the picture: jong, succesvol, hype, omstreden, een must, merk, mishandeling, medailles – dressuur houdt alle gemoederen bezig.
Het Anky-effect zorgde namelijk niet alleen voor een grote schare imitatoren, maar ook voor mensen die juist eens kritisch naar het hele huidige dressuurgebeuren zijn gaan kijken. Want als de FEI zichzelf naar voren schuift als erfgenaam van de klassieke dressuur, hoeder van het erfgoed van Steinbrecht en De la Gueriniere, hoe kan dan dat wat er nu binnen en buiten de ring gebeurt zo daarvan verschillen? Wanneer is klassieke dressuur nog klassiek en wat betekent dat eigenlijk?
Het fascinerende is dat iedereen daarop een ander antwoord heeft. Iedereen heeft zijn eigen klassieke dressuur – en die is natuurlijk altijd net iets klassieker, lees correcter dan die van de buurman. Want natuurlijk is de bron klassieke dressuur alleen de rijkunst zoals De la Gueriniere die beschreef, met slechts een heel licht teugelcontact en enkelhandig op stang gereden. En natuurlijk heeft echte klassieke dressuur het voorwaarts-neerwaarts als basis. Is de roll-kur juist het summum van klassiek rijden omdat het paardenlichaam daardoor nog elastischer wordt. Kan echt klassieke dressuur alleen gereden worden met bit omdat dat de fijnste communicatie bewerkstelligt, en kan werkelijk klassieke dressuur ook perfect bitloos gereden worden, want dat deden de Schoolmeesters ook met hun cavecons. Is echte klassieke dressuur een basisschool waarvan alle oefeningen probleemloos door ieder paard van Shet tot Shire doorlopen kunnen worden, en zijn oefeningen zoals piaffe, passage en galopwissels om de pas eigenlijk alleen voor de meest begaafde paarden weggelegd. Hoewel galopwissels om de pas in feite natuurlijk helemaal niet zo klassiek zijn. De experts zijn het erover eens: echt klassieke dressuur bestaat uit van achter naar voren rijden met een stille hand en een vaste aanleuning, uit flexen en spelen met de teugels om het paard los te maken van het bit, uit altijd hand met been combineren om het paard van achteren actief te houden, en uit altijd hand zonder been omdat je anders nooit die lichtheid in de verzameling krijgt.
Om het kort te zeggen: klassieke dressuur is een zooitje. Als het al moeilijk is om te definieren wat dressuur is, dan is het helemaal moeilijk om te definieren wat precies klassiek is. Het mooie van dit bijvoeglijk naamwoord is namelijk dat het gebaseerd is op wat er de afgelopen vijf eeuwen over paarden trainen is geschreven, en het vervelende is dat die auteurs allemaal heel tegenstrijdige dingen schreven. Dat betekent dat iedereen die een paardenboek in de kast heeft staan gelijk heeft, want er is altijd wel een dode auteur te vinden die het helemaal met hem eens is.
Als dressuurtrainers hebben we eeuwenlang de vraag gekregen of al dat rondhupsen niet zielig en slecht was voor die arme beesten. We hebben ons collectief kunnen verschuilen achter de mantra: ‘Nee, want dit is dressuur, klassieke dressuur, heel natuurlijk en juist gezond voor het paard’. Het mooie aan het Anky-effect is niet dat dressuur populairder is dan ooit, maar dat dressuur juist zichtbaarder is geworden dan ooit. Ineens kijkt de rest van de wereld mee, en ineens staan er mensen op die onze mantra niet meer klakkeloos accepteren, die ons vragen: ‘O, is dat zo? Waar is het bewijs? En als die oefeningen gezond zijn, is de manier waarop jullie ze trainen dan wel zo gezond en diervriendelijk? Als je een olifant kunt leren om op zijn kop te staan met stukjes brood, heb je dan echt al die wapens nodig om een paard gewoon wat te laten stappen en te draven? Kan dat allemaal niet wat beter?’
Heel akelig, zo’n frisse blik. Met al die welzijnsnota’s holt de levenskwaliteit van de paardenhouder achteruit. De keus die we in de toekomst krijgen is namelijk simpel: stoppen met paarden trainen en de wat dan ook dressuur, of het radicaal anders aan te pakken. Ik besloot om het allemaal maar niet af te wachten. Als die-hard klassieke dressuurfan, met alles wat alle klassieke auteurs me ooit verteld hebben in het achterhoofd, besloot ik een eigen welzijnsnota door te voeren voor de pony’s: als klassieke dressuur inderdaad zo gezond, paardvriendelijk en boven alles natuurlijk is, dan moet dat ook zonder al dat ondersteundende tuig, die begrijpelijke druk, motiverende dwang en educatieve correcties kunnen. Als de Hertog van Cavendish zijn werk illustreert met paarden die in vrijheid schoolsprongen doen in de wei, dan kunnen Blacky en Sjors dat ook in onze bak. In vrijheid.
De mooiste definitie van klassieke dressuur blijft voor mij dan ook die van Ulrike Thiel: ‘De rijkunst die werkt vanuit respect voor persoonlijkheid, psychische gesteldheid, anatomie en fysiologie van het paard, waarbij je hem alleen in houdingen werkt die zijn welzijn bevorderen.’ Nu, twee jaar later, kronkelt Sjors zich zonder halster of hoofdstel van travers naar passage en springt Blacky in vrijheid van terre a terre in courbette. Of dat laatste een houding is die zijn lichamelijke welzijn bevordert, weet ik niet, maar Blacky vindt het leuk. En misschien is dat nog wel het belangrijkste van die hele welzijnsdiscussie: dat paarden ons mensen weer leuk gaan vinden.
Miriam Nieuwe Weme
reacties
De manier waarop je een paard motiveert valt inderdaad onder dresseren - of je daar nu een stukje brood voor gebruikt, een touwhalster of een serreta. Of je dressuur of een kunstje doet, wordt bepaald door de oefeningen die je doet, en vooral de manier [i]waarop[/i] je ze doet. Zelf een schouderbinnenwaarts wordt namelijk een kunstje als je hem verkeerd gebogen en onverzameld uitvoert!
Maar waarom zou verzameling alleen onder het zadel te bereiken zijn?
En ieder paard kan toch verzamelen, ongeacht het ras? Natuurlijk zal ieder paard, elk ras en type zijn eigen invulling geven aan die verzameling (meer of minder knieactie, verschillende manieren van buigen van de gewrichten), maar de klassieke dressuur is juist natuurlijk omdat ieder paard zich kan verzamelen – en dat ook doet als je hem op welke manier ook daartoe stimuleert.
De manier waarop je een paard motiveert valt inderdaad onder dresseren - of je daar nu een stukje brood voor gebruikt, een touwhalster of een serreta. Of je dressuur of een kunstje doet, wordt bepaald door de oefeningen die je doet, en vooral de manier [i]waarop[/i] je ze doet. Zelf een schouderbinnenwaarts wordt namelijk een kunstje als je hem verkeerd gebogen en onverzameld uitvoert!
Maar waarom zou verzameling alleen onder het zadel te bereiken zijn?
En ieder paard kan toch verzamelen, ongeacht het ras? Natuurlijk zal ieder paard, elk ras en type zijn eigen invulling geven aan die verzameling (meer of minder knieactie, verschillende manieren van buigen van de gewrichten), maar de klassieke dressuur is juist natuurlijk omdat ieder paard zich kan verzamelen – en dat ook doet als je hem op welke manier ook daartoe stimuleert.
Het blijft verrassend hoe spelende Shetlanders vergeleken kunnen worden met de vormen en filosofiën van klasseke dresuur.
Tenzij de amazone ze natrrrlijk berijdt, maar die indruk wordt niet gegeven.
Trainen met stukjes brood is ook leuk, alleen zou ik die geen dressuur noemen maar 'dresseren'.
Nicole Lampe
Mijn paard liet een volle bak voer staan om op de door Miriam beschreven wijze te trainen. Voedselbeloningen worden zeker gewaardeerd, maar zijn doorgaans niet dé motivator voor een paard om oefeningen te doen. Ze doen het gewoon graag, mits druk achterwege blijft. Ga maar na, iets wat je uit jezelf graag doet en wat complimentjes oplevert doe je liever dan de dingen die van je worden ge-eist.
Paarden kunnen kunstjes en dressuuroefeningen echt leuk vinden, maar het hangt inderdaad wel af van de manier waarop je ze aanleert: met druk/correcties, of met keuzevrijheid/beloningen. Hoe je iets aangeleerd krijgt heeft namelijk een directe invloed op hoe je over datgene denkt.
Als een paard een oefening zelf leuk vind, kun je hem die oefening zelfs laten doen als beloning voor iets anders wat hij goed deed. Dat geldt zowel voor oefeningen uit de klassieke dressuur als kunstjes. Vooral bewegingen die het lichaam stretchen of die paarden ook van nature doen als ze zich veilig of speels voelen zijn dan favoriet. Het ligt natuurlijk wel aan hoe je het aanleert, maar veel paarden vinden de passage en travers bijvoorbeeld erg leuk. Het is dan eerder de kunst om ze er weer mee op te laten houden!
Natuurlijk zijn er wel altijd dingen die een paard liever niet doet of waar hij zelf niet voor gekozen zou hebben. Bijvoorbeeld lange tijd op drie benen stilstaan bij de bekapper, in de trailer staan, stretchoefeningen doen als hij wat stijver is, of bewegen als hij juist wat last van spierpijn heeft. Dan doet je paard het inderdaad alleen voor de motivatie. Het is dan aan de trainer om te kiezen of hij het paard wil motiveren om het toch te doen door middel van druk en correcties, of door beloningen.
Maar vinden de paarden de kunstjes leuk, of de brokjes die ze na hun kunstje krijgen.




