De eerste 3 onderdelen van het africhtingsscala nader belicht! »
Door Evert op 11-10-2009 20:28:32 - 5616 keer bekekenAFRICHTINGSSCALA!
Over de 6 punten van het africhtingscala bestaat geen twijfel echter wanneer men vandaag de dag rondkijkt op een concours of tijdens trainingen van willekeurige ruiters en amazones kunnen er vraagtekens gezet worden of ze wel goed begrepen en toegepast worden.
Alleen het voortdurend herhalen van de begrippen heeft kennelijk geen resultaat. Een verdere verdieping gevolgd door begrip en consequente toepassing is noodzakelijk.
TAKT:
De regelmatigheid van de beweging wordt meestal als verklaring voor het begrip takt gegeven. Natuurlijk mag een paard niet kreupel (onregelmatig) lopen maar tijdens de africhting en training kom je hier niet veel verder mee. Een slepende of dribbelende beweging kan ook regelmatig zijn.
De takt (of te wel ritme) is pas goed te noemen wanneer er sprake is van de juiste tijdfactor dus het tempo. En dan niet zomaar een tempo maar het juiste tempo.
De takt is pas goed te noemen wanneer deze niet in een willekeurig tempo gereden wordt maar in het juiste tempo. Dus takt is feitelijk een combinatie van ritme en tempo. De vraag komt op: wat is het juiste tempo?
Het juiste tempo in arbeidsdraf ligt bij 150 passen per minuut of 10 passen in 4 seconden. Om aan de volgende stappen van het africhtingscala te voldoen is het belangrijk om niet wezenlijk van dit gegeven af te wijken.
Boven de 160 passen is het paard al te vlug waardoor het de rug niet kan gebruiken. Een lager tempo zal snel richting verzameld tempo (140 passen) waardoor een slepende gang ontstaat omdat de impuls ontbreekt.
Ook voor stap en galop is er een optimale combinatie van ritme en tempo. ( 10 sprongen in 6 sec oftewel 90 tot 100 sprongen per minuut) echter is bij deze gangen de schadelijke invloed op de rugspieren wat minder groot dan in draf en bovendien geven de meeste paarden het juiste tempo zelf duidelijk aan.
Wat betekent dit voor de ruiter/amazone?
Deze dient de takt te bepalen. Ieder paard probeert zuinig om te gaan met energie en kracht te sparen. De meeste paarden ontrekken zich aan het zware ruggebruik door vlugger te worden. De ruiter dient dit te erkennen en door middel van halve ophoudingen (aannemen - nageven - aandrijven) het tempo te verlagen. De ruiter moet dus invloed zien te krijgen op het tempo het geen het beste lukt door middel van tempowisselingen. Zodra het juiste tempo bevestigd is zal het paard binnen een paar minuten de rug gaan gebruiken. Dit juiste tempo in combinatie met regelmaat is de basis voor takt.
Zolang het paard zelf het tempo bepaalt is het tegenover de ruiter dominant hetgeen het paard op andere momenten steeds weer zal inzetten.
ONTSPANNING
Hier ontstaat al vaak de tweede verwarring. Het tegenovergestelde van ontspanning in inspanning. In deze fase van het africhtingscala verlangen we van ons paard echter een toename van zowel de inspanning (dynamiek) als ook een ontspanning meteen na het moment van afzetten. Deze voortdurende cyclus van aanspanning van de spieren bij het afdrukken en volledige ontspanning in de daarop volgende beweging kan alleen wanneer het paard zonder dwang in de juiste takt (regelmatig bij 150 passen per minuut in de arbeidsdraf) beweegt in alle drie de gangen.
Er is sprake van ontspanning wanneer het paard in alle drie de gangen met voorwaarts neerwaarts deinende hals, in takt (zonder te haasten) voorwaarts gaat en de hulpen van de ruiter aanneemt.
Het paard laat zich drijven.
AANLEUNING
Over het begrip aanleuning bestaan mogelijk de meeste misverstanden. Vaak wordt er gesproken over een “constante of zekere aanleuning” zodat men zich niet verbaasd wanneer 9 van de 10 ruiters of amazones door voortdurend trekken hun paard lastig vallen.
De richtlijnen zijn echter duidelijk: “ aanleuning is een zachte elastische verbinding met de paardenmond ”. Hand teugel en bit dienen voor het overbrengen van de communicatie en mogen niet krachtiger zijn dan dat voor deze communicatie nodig is. Een paard heeft een goede aanleuning wanneer het gewillig de teugel aanneemt en volgt. Ook hier geldt weer dat deze goede aanleuning alleen mogelijk is bij een taktmatig en ontspannen bewegend paard.
Aanleuning mag nooit bereikt worden door terugwerkende teugelhulpen. Een goede aanleuning moet het gevolg zijn van de juiste ontwikkelde afdruk, dus door drijven naar de hand toe.
De africhting van een dressuurpaard of te wel het ontwikkelen van een zelfhouding door verzameling moet er toe leiden dat de hulpen steeds lichter kunnen worden.
Evert Brooijmans, Bereiter (FN)
reacties
Aanleuning is een dynamisch begrip.
Essentieel bij daarbij is dat de beweging van je paard (dan moet die
beweging er wel zijn) door de nek van je paard terugkomt in je hand.
Het is dus niet zo dat je paard steeds zwaarder op je hand mag
worden, aan de andere kant loopt een paard zonder aanleuning per
definitie op de voorhand.
Hoe meer de achterhand eronder komt hoe
fijner de aanleuning wordt. Een goede controle is het laten (uit)
deinen van de hals. Bij een goede aanleuning kun je op ieder gewenst
moment je paard de hals langer laten maken met behoud van je
verbinding. In alle gangen en in iedere oefening. Pas dan ben je
klaar voor de volgende onderdelen van het africhtingsscala.
Succes!
Evert Brooijman
Hallo,
Wat hier beschreven wordt ben ik het mee eens. Ik ben zelf nog niet zo'n volleerde amazone, maar ik doe mijn best. En misschien ligt het aan mij, maar wat ik uit aanleuning hieruit opmaak is dit:
"Je moet drijven naar je hand toe, via de mond van het paard."
Als je, je paard drijft dan gaat je paard voorwaarts en dat vang je op aan de voorkant. Maar dan krijg je dus een heleboel kracht om op te vangen. En je moet ook een zachte, elastische verbinding houden met de mond.
Klopt dit?
Groetjes
Heel mooi, maar nu anno Febr. 2011 wat zien we veel op het voorterrein op concours ? !
Ja helaas het is er maar niet beter op geworden.
Hoe kan dat
chapeau! eindelijk eens iemand die het begrijpt EN kan uitleggen
10 passen in 4 sec. is dit een keihard feit? is het niet zo dat elk paard zijn eigen gang heeft? en dus ook zijn eigen ritme en tempo?
Een tekst om boven je bed te hangen, al is het alleen maar omdat er (eindelijk eens) staat hoe je het moet doen, in plaats van de beschrijving wat je moet doen.
Ik ben het er mee eens dat er nog een hoop 'geklooid' wordt door ruiters die aanleuning zoeken, maar ik ga ervan uit dat dit komt door onbegrip en niet door onwil.
Bovengenoemd verhaal mag van mij aangevuld worden met een beschrijving van hoe de ruiter soepel en in balans moet zitten om het paard niet te belemmeren in zijn weloverwogen africhting. Want ruggebruik, ontspanning en een fijne aanleuning valt nog niet mee voor een paard met een stijve en/of scheef zittende ruiter. Waarom is er geen Scala der Ausbildung voor ruiters?
Het is aan de instructeurs om zich goed in het 'hoe' van het rijden te verdiepen, en dit vervolgens ook bij hun leerlingen inzichtelijk te maken. Maar weinig ruiters (en instructeurs) zijn gezegend met natuurlijk talent, maar inzicht verkrijgen kan iedereen! Dergelijke teksten zijn daarbij waardevolle hulpmiddelen.
Roos Dyson,
ruiter, instructrice en leerling AZHC (Akasha Zit Houding Coach)-opleiding




