J. van Tartwijk _ 10-01-08- _ Prepareren of voorbereiden

tuigpaardenkeuring opinie Jacquelien van TartwijkDe hengstenkeuringen zijn in volle gang. Ik heb steeds weer enorm veel bewondering voor trainers die de paarden optimaal kunnen voorstellen; in uitstekende conditie en scherp. De hengstenkeuringscommissies willen het liefst de natuurlijke aanleg kunnen beoordelen, maar om verder te komen moeten hengsten wel dat talent wat ze in zich hebben laten zien. Anders is het over en uit.

Afgelopen weekeinde was het de beurt aan de tuigpaardhengsten. Vroeger werden de paarden voor een keuring zo lang mogelijk in een vrij donkere stal gehouden en kwamen ze daar bijna brullend uit om fris en vrij door de baan te kunnen denderen. Gelukkig is die tijd voorbij. Afgezien van het welzijn van de dieren, wat in mijn ogen in zo’n stal zonder beweging verre van ideaal was, blijken bluf-hengsten niet zo waardevol voor de sport, en dus de fokkerij.

Daarbij vielen ze vaak na één rondje al door de mand, of waren ze zo gek dat ze helemaal niets lieten zien. Dat dat niet de juiste weg is, is wel duidelijk geworden. En dan hebben we het nog niet eens over het gemberen. Dat lijkt nog niet helemaal verleden tijd en is volgens de jury moeilijk aan te tonen.

Tegenwoordig gaat er ook bij tuigers gelukkig een goed opgebouwde training vooraf aan de keuring. Het is de kunst ze er optimaal voor te hebben staan, de training goed af te stemmen op het paard en ook weer niet te veel te trainen om ze blij te houden.

Ik denk overigens dat diverse hengsten van afgelopen zaterdag zeker in de schoenen hebben gestaan om optimaal voor de dag te kunnen komen. Daar reageren hengsten allemaal op eigen wijze op, want je zag ook hengsten die te hectisch waren in de bewegingen en met erg veel actie de pas niet afmaken. Dat doet dan het nodige vermoeden, al kun je het natuurlijk nooit bewijzen. Net als bij het springen, waar hengsten heel overdreven beginnen, is er een vermoeden dat ze geprepareerd zijn, maar sommigen doen het uit onervarenheid en het kan zelfs de kwaliteit zijn. De keuringscommissie stuurt zo’n hengst al snel de baan uit. Ook dressuurpaarden zie je in de keuringsbaan soms overdreven actief rondgaan. Dat doet vermoeden dat ze in de schoenen hebben gestaan. In die gevallen wordt het echter nog niet afgestraft, en soms zelfs beloond.

De cruciale vraag is dan: wat mag, en wat niet. Ik denk dat het van groot belang is dat de voorbereiding op een keuring met kunde, beleid en met oog voor het individuele paard gebeurt. Dat een paard dan af en toe iets ‘geholpen’ wordt, is denk ik niet meer terug te draaien en hoeft niet altijd fout te zijn, als het maar eerlijk gebeurt.

We moeten oppassen dat er niet geselecteerd gaat worden op paarden die juist dat helpen goed ondergaan. Ze moeten het ook wel zelf kunnen. Gelukkig is er dan het centrale verrichtingsonderzoek waar zo’n hengst snel door de mand zal vallen. Is het daarom dat hengsten in het verrichtingsonderzoek zo vaak tegenvallen? Hoewel de eigenaren niet altijd blij zijn met dat centrale onderzoek, denk ik dat de fokkers het toch moeten blijven koesteren.

Op de keuring wordt de eerste indruk gevormd en op dat moment moet het gebeuren en krijgt een hengst al dan niet zijn credits, wat weer belangrijk is in de rest van het traject. De eigenaren en trainers zullen altijd proberen een hengst te laten pieken en dat mag. Zij moeten zorgen voor een goede voorbereiding. Voor de juryleden is de opdracht kwaliteit en gekunsteldheid te onderscheiden.

Jacquelien van Tartwijk, redacteur
Deze column verscheen vrijdag 8 januari 2010 in de Paardenkrant.


Reageer Reageer Stuur door Stuur door Afdrukken Afdrukken



| Meer

reacties

Ik vind het bij hengstenkeuringen vooral zo jammer dat veel interessante hengsten al na één bezichtiging de laan uit worden gestuurd. Zeker bij een inteeltgevoelig ras als het KWPN Tuigpaard moet je proberen de hengstenstapel zo breed mogelijk te houden. Ik wil daarmee niet zeggen dat je alles gelijk maar moet goedkeuren, maar geef wel alle jonge hengsten zo veel mogelijk kansen om zich goed te presenteren, zodat de jury een afgewogen oordeel kan vormen. Ik zou er dan ook voor willen pleiten om alle aangeboden hengsten drie maal te bezichtigen, en dan pas te beslissen wie er doorgaan naar het verrichtingsonderzoek. Het is dan wellicht ook beter te zien welke paarden geprepareerd waren, en welke niet. Deze opzet trekt misschien ook nog extra publiek naar de keuringsdagen, en dat is dan gelijk ook mooi meegenomen.

Karin, Westen des lands | 12-01-2010 | 13:09:06

Ik sluit me volledig aan bij de reactie van Abbie uit Emst!

Onvoorstelbaar zeg... De auteur van bovenstaande opinie doet het zelfs bijna klinken alsof het om bijna-acceptabele of 'niet meer mogelijk om terug te draaien' tactieken gaat, waarbij de jury dan maar het kaf van 't koren moet scheiden... -zucht-

Waar zijn we mee bezig...

Het is o zo eenvoudig. Een eerlijk gedrag naar het paard toe, zal op lange termijn elke fokker ten goede komen! Maar alvorens men dat in de hippische sector begrijpt, moet er nog heel veel water naar zee vloeien....!!!
Laurens, BE | 11-01-2010 | 07:01:48

Ben het helemaal eens met mijn voorganger.Het is van de gekke, dat je tegenwoordig mnooit weet of een paard wel of niet is geprepareed. Bij de aankoop van een paard worden al allerlei trucs uitgehaald door de verekoper.dus wat koop je eigenlijk?
Ik vind dat er veel strenger moet worden gelet op getructe paarden en dat de daders een kleine herrinnering moeten krijgen voor de volgende keer.B.v uitsluiting voor een paar jaar.
lotje, ommen | 10-01-2010 | 21:39:06

In dit artikel wordt gesproken over termen als 'prepareren', 'schoenen' en 'gemberen'. Voor mensen die niet zo in de tuigpaarden zitten, is hier misschien een verduidelijking op zijn plaats. Het gaat om kunstmatig de paarden de benen hoger op te laten tillen, tot het in de anus stoppen van middelen om ze 'pittiger' te maken. Dit werd vroeger met behulp van gember gedaan.
Mij doet het persoonlijk denken aan vrienden van vroeger die in de autohandel zaten. Zij pasten de auto zo aan dat hij (tijdelijk) beter liep, of er beter uitzag dan hij in werkelijkheid was. Als het om auto's gaat, noemen we dit -oplichterij-. In de paardelarij is dit blijkbaar een 'acceptabele' manier van handelen.
Dan vragen de handelaren zich nog af hoe het komt dat zich zo veel koren onder het kaf bevindt. Dat er van alle veulens die er jaarlijks geboren worden een overgroot deel in de slacht beland, vroegtijdig sterft of opgroeit tot een paard die voor niemand te gebruiken is.
Misschien moeten we eerst wel eens naar ons zelf kijken. Wanneer worden we weer eerlijk in deze sport en deze handel. Niet alléén ten opzichte van de consument of collega fokkers, maar vooral ten opzichte van de paarden.
De schrijver eindigt met en opmerking over de taak van de jury. Als ik zo zie en lees wat er allemaal voor 'middeltjes' gebruikt worden om een paard 'beter te tonen' dan hij (misschien wel door zijn leeftijd) kan of zou willen ! Juryleden moeten bijna als een soort Peter R. de Vries proberen de oplichters van de eerlijke paardenfokkers/paardenhandelaren te onderscheiden ! Blijkbaar is een deel van ons in deze sport niet meer in staat fatsoenlijk met mens en dier om te gaan. Misschien toch tijd om wettelijk meer te gaan verbieden ?
Abbie, Emst | 10-01-2010 | 20:28:03


Pagina: 1