10-02-10 Mensen achter jurytafel verdienen meer respect
Uit welke mensen de hengstenkeuringscommissie ook is samengesteld, het keuren van hengsten blijft een moeilijke taak en zal altijd discussie oproepen. De commissie doet het niet gauw goed in de ogen van veel mensen, maar die kritiek is niet altijd terecht. Degenen die het meest lopen te vitten op de juryleden, hebben vaak zelf niet goed, of niet van dichtbij, naar een hengst gekeken. Of het zijn eigenaren die blind van hun eigen spul zijn.
Al jarenlang ga ik naar de eerste bezichtiging van de hengstenkeuring en bekijk ik alle paarden ’s ochtends vroeg al op de straat. En elk jaar verbaas ik me erover dat ik één van de weinigen ben die daar de tijd voor neemt. Pas als het vrijspringen begint, zitten de tribunes vol en wordt de commissie uitgefloten als een spectaculair springende hengst wordt afgewezen op fundament. Omdat de mensen het zelf niet gezien hebben, zullen ze hier minder begrip voor opbrengen. Zij zorgen voor onterechte kritiek op de commissie omdat ze zelf over te weinig informatie beschikken. De mensen achter de tafel verdienen meer respect.
Incorrecte voorstand
Dit jaar viel me op dat veel springpaarden niet correct in de stand van het voorbeen zijn en reken maar dat ze fantastisch voorgesteld worden. Als de ijzers er twee maanden onder zitten, zul je zien hoe de voeten daadwerkelijk zijn. Ik zag ook vaak een strak, hol voorbeen en een toontredende stand. Nou moet ik zeggen dat ik een springpaard liever wat toontredend zie dan frans, want in het eerste geval hebben ze meer power in de afzet.
Ik hecht veel waarde aan het exterieur. Een goed model schaadt de fokkerij nooit. Een springpaard moet bovendien lichtvoetig bewegen en een correct fundament hebben. Het is geen sterke zet van de hengstenkeuringscommissie dat er hengsten voor het verrichtingsonderzoek zijn aangewezen met een bemerking hierop. Maar fouten worden gemaakt, door welke commissie dan ook.
Discussiegevallen
Je zult altijd discussiegevallen houden. Ik had de Ustinov x Calato (334), de Heartbreaker x Kojak (139) en de Quidam de Revel x Corrado (393) bijvoorbeeld nooit afgewezen.
Verder werd er veel gepraat over de Chacco Blue x Ircolando (71). Ik vraag me af of er in het oude systeem, het keuren aan de hand, net zo hard voor dit paard was geklapt als nu. Ik denk namelijk van niet. Juryvoorzitter Arie Hamoen legde voor de microfoon uit dat de Chacco Blue eruit ging op basis van zijn moederlijn, maar wat hij niet vertelde, en wat wel meegespeeld heeft, is het veterinaire rapport. Daardoor groeide het onbegrip op de tribune. Er wordt in zulke gevallen wel eens een te korte speech gehouden. Wat dat betreft moet ik Henk Rootveld complimenteren voor zijn uitleg bij de tuigpaardhengsten. Hij vertelde het wel als het veterinaire rapport een rol speelde bij een afwijzing.
Ik had ook m’n bedenkingen toen fijne hengsten afgewezen werden omdat de moederstam te weinig gepresteerd heeft. Niet elke stam krijgt dezelfde kansen en op deze manier zullen ze ook nooit opgebouwd worden. Er komen daardoor geen nieuwe merrielijnen meer in de fokkerij. Wat mij betreft moet het KWPN veel meer hengsten onder het zadel gaan testen, het liefst op latere leeftijd, en krijgen ze daarna een dekbeperking.
Jan Greve opperde recent in ‘In de Strengen’ dat het vrijspringen afgeschaft moet worden omdat het weinig toegevoegde waarde zou bieden aan de selectie van fokhengsten. Ik ben het daar ergens wel mee eens. Ook al springt een hengst de pannen van het dak, het model en de bewegingen moeten als vererver aanwezig zijn en die kun je net zo goed aan een touwtje beoordelen. Vrijspringen zegt namelijk niet alles. Springt een paard zo vanwege zijn natuurlijke aanleg of speelt de training hier een grote rol? Je ziet vaak dat hengsten van bepaalde stallen op dezelfde manier springen.
Veel mensen richten bij het vrijspringen hun focus op de laatste sprong en dat kan een verkeerde indruk van een paard geven. Ik vind het veel belangrijker om te weten hoe een hengst op de eerste sprongetjes reageert en hoe hij daartussen is. Het vrijspringen hebben we voor de selectie weliswaar niet per se nodig, maar ik zou het niet willen missen. Het zorgt wel voor geweldige dagen op de hengstenkeuring. Ik heb diverse buitenlandse klanten in Den Bosch mogen ontvangen en ik denk niet dat zij komen als we terug gaan naar het oude systeem.
Niets te klagen over breedte
Al met al vind ik niet dat de hengstenkeuringscommissie het slecht heeft gedaan. Op een paar hengsten na kon ik ze goed volgen. Ik ben gecharmeerd van de Cornet Obolensky x Corland (99), de Douglas x Baloubet du Rouet (110), de Lord Z x G. Ramiro Z (181) en de Numero Uno x Lux (211). In totaal waren er maar weinig complete hengsten bij, die qua model, bewegingen, afstamming en springen overtuigen, maar over de breedte mogen we niet klagen. Deze was kwalitatief beter dan in bijvoorbeeld Holstein en België.
Bert van den Oetelaar uit Veghel is handelaar
Deze opinie verscheen 10 februari 2010 in De Paardenkrant
| |
|
reacties
Er zijn nog geen reacties





