W. Scholten _ 10-04-02 _ Niets is voorspelbaar
Het zijn smeuïge verhalen om op te schrijven. Paarden die er eerst niet op leken, waar maar weinig mensen in geloofden en die op latere leeftijd toch doorbreken in de topsport. Paarden met een speciaal karakter, die hun eigen spelregels erop nahouden en pas tot hun recht komen met een ruiter die hiermee om weet te gaan en na uren, dagen, weken, zo niet maanden lang studeren compromissen weet te sluiten.
We kennen allemaal het verhaal van Jeroen Dubbeldam en De Sjiem, de eigenzinnige schimmel die zijn ruiters graag in het stof liet bijten maar Dubbeldam uiteindelijk naar olympisch goud bracht. De ultieme beloning voor de samenwerking die ze opbouwden, ook al ging het met vallen en opstaan.
Vorige week vertelde de 87-jarige Jan Veninga uit Nieuwe Pekela over zijn fokproduct Samurai (v. Iroko), het nieuwe Grand Prix-paard van Albert Zoer. Samurai was als jong paard niet te berijden en werd op de rijvereniging genadeloos afgeschreven. Pas toen kleindochter Ingrid Veninga alle goedbedoelde adviezen overboord gooide en Samurai liet lopen zoals híj wilde, ging de knop om en schoten ze door de landelijke klassen heen naar het Z-niveau.
Abeltje Z is ook zo’n geval apart. De Andiamo-zoon, die zaterdagavond op Indoor Brabant schitterde in het 1,55 m, was voor zijn fokker Nico Wouters van den Oudenweijer uit Elst te lelijk om aan te houden en hij vertrok voor de spreekwoordelijke appel en een ei.
Toen Abeltje Z vijf jaar was, werd hij ontdekt door Frida Berggren. Springruiter Henk van de Pol herinnert zich de eerste aanblik nog als de dag van gisteren. “Wat was hij lelijk, nu nog trouwens”, vertelt hij afkeurend in deze krant. Maar nu, een aantal jaren later, moet hij zijn vriendin gelijk geven. Abeltje Z is een beter springpaard. Een paard dat zeer waarschijnlijk niet zo ver was gekomen als er niemand was die in hem geloofde. Van zijn familie hoefde hij het immers ook niet te hebben. Zijn moeder en grootmoeder waren niet de meest bewerkbare merries en van zijn broers, zussen, neven en nichten kwam ook maar bar weinig terecht. En daar komen we uit bij de veelgehoorde term: toevalsproduct.
In de fokkerij wordt veel waarde gehecht aan goede merriestammen met het liefst zo veel mogelijk sportprestaties. Ik ben ervan overtuigd dat bepaalde lijnen gemiddeld betere paarden brengen, maar pluis je de afkomst uit van menig internationaal sportpaard, dan komt er veel toeval om de hoek kijken. Een goede familie biedt geen garantie, en een onbekend nest kan maar zo in staat blijken internationale paarden te brengen.
Het blijft een mengeling van factoren wat een paard een topper maakt. Een belangrijke vereiste van een springpaard is wilskracht, de drive om foutloos aan de overkant te komen. Type is dan van ondergeschikt belang en, zoals Abeltje Z bewijst, de manier van springen zegt ook niet alles. Zijn techniek staat lijnrecht tegenover die van de vrijspringkampioen van vandaag en morgen.
Had de toekomst van Abeltje Z en Samurai moeten afhangen van een verrichtingstest, dan had niemand ooit van ze gehoord. Comfortabel waren deze heren op jongere leeftijd niet en op de rijdbaarheid, waar het KWPN veel waarde aan hecht, hadden ze ongetwijfeld een onvoldoende gescoord.
Het blijven mooie verhalen die deze paarden met zich meebrengen. Paarden die anders zijn en in de juiste handen komen bovendrijven. Niets is voorspelbaar en dat maakt de fokkerij ook weer zo mooi.
Wendy Scholten, redacteur
Deze column verscheen vrijdag 2 april 2010 in De Paardenkrant.
| |
|
reacties
Ik kan het weten want ik heb er zo een.
Arjan Oostendorp
Moet ik wel bij zeggen dat ze allen in handen zijn gekomen van hele begenadigde ruiters. Zowel Albert, Henk als Jeroen zijn echt hele, hele goeie ruiters. Ook zij hebben alle drie hun eigen manier van rijden, maar ik zou niet kunnen zeggen wie de beste is. Henk en Albert waren van jongsaf aan al echte talenten, Jeroen daarentegen is ook een laatbloeier. Maar ook hij hoeft al jaren voor niemand meer onder te doen.





