11-07-13 ‘Zorgelijke ontwikkelingen in de fokkerij’
door dr. Friedrich Marahrens
Het merrie- en veulenkeuringsseizoen is bij ons in Westfalen weer in volle gang en naarmate het seizoen vordert kom ik toch wel enkele zorgelijke ontwikkelingen tegen. Allereerst is er een flinke teruggang in het aantal aangeboden paarden op de stamboekkeuringen. In de rubrieken voor driejarige en oudere merries krijgen we flink wat minder aanmeldingen en datzelfde geldt voor de rubrieken met veulens. Dat heeft natuurlijk te maken met de algehele tendens dat er minder paarden worden gefokt.
Algehele tendens
De jaarcijfers van de FN toonden dat er vanaf 2009 flink minder gedekt is en ik denk ook niet dat dit de komende jaren gaat aantrekken. Er is minder vraag naar paarden en dat resulteert in het feit dat de merriehouders hun merries niet meer zo snel onder de hengst zetten.
We moeten ons concentreren op het deel van de paardenstapel waar nog wel vraag naar is en dat zijn in mijn ogen de paarden van iets hogere kwaliteit en de paarden met een zeer goed karakter.
Nu is het dus eigenlijk nog belangrijker dan voorheen dat de beste merries onder de hengst komen. En dat is nu eigenlijk juist wat tegenvalt. De afgelopen jaren waren de beste merries van Westfalen, die op de Elitekeuring in Münster-Handorf kwamen, nauwelijks gedekt. In de kampioensring van vorig jaar bijvoorbeeld waren maar twee merries die onder de hengst geweest waren. Een aantal jaar geleden was dat aantal veel hoger, dan was het raar als er merries niet onder de hengst waren geweest.
Verschuiving naar de sport
Die tegenvallende dekaantallen zijn weer terug te leiden aan de afnemende vraag naar paarden. Veel fokkers laten hun merries liever in de sport uitbrengen en verkopen ze vervolgens, dan dat ze de merries dekken.
Ze kiezen er veel liever voor om hun beste merries een jaartje te laten rijden, aan wat jonge paarden-proeven mee te laten doen en vervolgens een goede prijs op te kunnen strijken. De merries komen dan meestal terecht bij de ruiters en zullen niet zo snel in de fokkerij belanden.
Dit geldt voor zowel grote, kleine, ervaren en minder ervaren fokkers. Al zullen de grote en ervaren fokkers eerder geneigd zijn om hun beste merries toch te behouden voor de fokkerij.
Oplossing
Misschien is het een idee dat we gaan werken met premies voor fokkers die hun staatspremiemerries gedekt hebben. Voor de vooruitgang in de fokkerij is het in mijn ogen ook zeker zaak dat deze jonge dieren ook onder de hengst komen. De bewezen fokmerries worden nog veelvuldig onder de hengst gezet, maar in het kader van de fokkerijvooruitgang moeten we ook zorgen dat de jonge aanwas weer gedekt wordt. Financieel is dit echter een lastige kwestie. We zijn geen rijk stamboek en dat maakt het uitloven van premies niet makkelijk.
Een andere optie zou een samenwerking met de hengstenhouders kunnen zijn. De hengstenhouders hebben er baat bij als er goede merries bij hun hengst komen, dus ik denk dat ze daar best open voor zullen staan.
Jongeren
Om het aantal aanmeldingen op de stamboekkeuringen te verhogen zijn andere maatregelen nodig. Fokkerijevenementen zijn vaak echte ‘traditie-evenementen’ en de gemiddelde leeftijd van de aanwezigen op een keuring ligt waarschijnlijk boven de 50. Het is zaak om meer jonge mensen te betrekken bij de keuring. Dat kan op verschillende manieren. Ik denk dat het een goede zaak is om onder andere het internet te gebruiken. De jongere generatie doet alles op de computer en misschien zouden de keuringen live uitgezonden kunnen worden en voorzien kunnen worden van professioneel commentaar zodat jonge mensen inzicht in de fokkerij krijgen.
Ik vind het niet helemaal te vergelijken of je een keuring daadwerkelijk bijwoont of dat je het op internet volgt, maar als dat de manier is om jonge mensen te betrekken wil ik me daar graag voor inzetten.
Als jonge mensen ook meer interesse krijgen in de fokkerij, hoop ik dat zij hun paarden ook sneller zullen inschrijven op een keuring.
Dr. Friedrich Marahrens is fokkerijleider van het Westfaalse stamboek.
Deze opinie verscheen woensdag 13 juli 2011 in De Paardenkrant
| |
|
reacties
Al rond het begin van de 20 e eeuw klaagden de Duitse fokleiders er over ,dat de boeren hun beste veulens steeds verkochten om wat geld te beuren en dat daardoor de nafok van de beste hengsten vaak grotendeels verloren ging voor de fokkerij.
De mindere godinnen konden immers voor de boeren ook de kar wel trekken en een veulen brengen. En die mindere godinnen konden ze toch niet aan de straatstenen kwijt.
Pragmatisch handelen dus.
Nu is het niet anders.
Als de stallen vol staan door een stagnerende afzet ,wordt bij de meesten ieder paard ,waar een geschikte koper voor komt, verkocht. Vaak in weerwil van de oorspronkelijke plannen met die merrie.
Premies moeten dan aanzienlijk zijn om dat te voorkomen.
De staatspremies in Duitsland zijn daarvoor in het leven geroepen.
De staat heeft tegenwoordig een aanzienlijk minder direct belang bij de paardenfokkerij, dus zullen de premies door het stamboek en dus de leden moeten worden opgehoest.
Het zou dus een sigaar uit eigen doos worden.
Het lijkt me niet eenvoudig om dat je leden te verkopen.
Wel heeft Marahrens een belangrijk punt ,dat de functie van internet veel meer door de stamboeken benut zou kunnen worden.
Zo zouden bv de afstammelingen keuringen, gewone keuringen, hengstenkeuringen ed op video opgenomen kunnen worden , om leden met een drukke baan en die sociale verantwoordelijkheden hebben in het weekeinde ,via internet toch een goed beeld van de fokkerij te laten verkrijgen.
Alleen al filmpjes op you tube van afstammelingenkeuringen ,ervaar ik als een verrijking naast de veulenrapporten.
De stamboeken zijn hier aan zet!!
Sjaak Hoedjes
Daar heeft de hele sector mee te maken dus ook de stamboeken. Over het algemeen leidt dit tot krimpende aantallen dekkingen, minder paarden aanhouden en bewust kijken waar de kosten zitten van de paardenhouderij.
Hiermee zoekt een individuele paardenhouder naar een nieuw evenwicht tussen kosten en baten in de huidige situatie.
Naar mijn idee zijn die ontwikkelingen niet altijd zorgelijk. Ik denk dat er veel bewuster/kritischer wordt gefokt momenteel. Er zullen wel goede jonge merries ongedekt blijven, maar een veel groter deel mindere merries blijft nu ook gust (omdat het niet loont).
Uiteindelijk leidt dit naar mijn idee naar minder, maar betere nafok van het huidige bestand.
Door de gegeven situatie zullen de stamboeken ook kritisch naar hun kosten/baten verhouding moeten kijken. Als hier vereenvoudiging (lees kostenverlaging) van het gehele keuringssysteem uit voortkomt kan ik dat niet als een zorgelijke ontwikkeling zien.
Enerzijds is geconstateerd dat er minder vraag/afzet is voor paarden waardoor er ook minder gedekt wordt. Daarnaast zijn de kosten voor dekken, opfok e.d. tegenwoordig niet meer in verhouding met de verkoopprijzen.
Om nu te stellen een premie te verstrekken aan fokkers met goede merries kan in de hogere regionen wellicht niet tot problemen leiden. Vraag is alleen; kunnen 'wij gewone mensen' over een aantal jaren nog wel een paard betalen? Worden ze dan alleen nog maar gefokt, en voor flink geld verkocht, voor topsporters en mensen met een villa en grote bankrekening? Sport en recreatie met een paard is toch niet alleen voorbehouden aan hen met een dikke bankrekening?
Fokkerij zou op alle regionen gericht moeten zijn waarbij vraag en aanbod niet uit het oog mag worden verloren. Een premie om fokkers over de streep te trekken zou een stimulans moeten zijn voor hen die met fokkerij, keuringen en stamboeken hun brood verdienen. Voor 'de normale man' voegt het helamaal niets toe.





