11-11-16 ‘Weinig succes uit testen voor jonge hengsten’
door Henk Minderman
Ik ben geen voorstander om driejarige hengsten op verrichtingsonderzoeken uitgebreid te keuren, te testen en te trainen. Het is een circus geworden en ik heb er weinig succes uit zien komen. De jonge paarden staan vreselijk onder druk. Daardoor krijgen deze artiesten nooit de kans om in alle rust hun talent te ontplooien en te ontwikkelen. Uiteindelijk geeft het onderzoek ook nog weinig informatie naar de fokker toe. Want in de reële wedstrijdsport spelen heel andere factoren een rol.
In de sport moeten paarden stressresistent zijn en zelfvertrouwen en
rust in de kop hebben. De verrichtingstest is een eenzijdige selectie op
vroegrijpheid voor paarden met een lege kop. Een intelligent paard
neemt dit niet en komt in verzet. Juist de goede exemplaren kunnen de
kluts volledig kwijtraken. Deze jonge hengsten zijn gedoemd door het
systeem dat het KWPN heeft geproduceerd. Over een aantal generaties zal
dat helaas duidelijker worden.
Bionisch dier
Vroeger kreeg een jong paard de tijd om te rijpen en te ontwikkelen.
Vanaf driejarige leeftijd werd zo’n dier het eerste jaar netjes op twee
teugels naar voren gereden, zodat hij lekker door de rug ging lopen en
sterker kon worden. Pas op vierjarige leeftijd begon zijn opleiding.
Volgens mij zijn de paarden van tegenwoordig nog steeds dezelfde als
vroeger. Een paard is een paard en niet dat bionische dier dat het KWPN
nu denkt te scheppen.
Het wordt hierdoor steeds moeilijker om goede paarden te vinden. Ze zijn
of te voorzichtig en te bang om te springen of zo afgebluft dat ze hun
vertrouwen zijn kwijtgeraakt. Ook in de dressuur zie je van die kapot
gereden paarden, het zijn net bromfietsen.
Het lijkt me beter om de paarden gewoon in de sport op te leiden en de
tijd te geven. Dat bewijzen de rankings ook: de AES sportpaarden zijn
het afgelopen jaar gestegen van de tiende naar de zesde plaats op de
WBFSH rankings.
Alles is commercieel geworden. De hengstenhouders willen hun producten
aan de man brengen en de handel moet er ook genoeg aan verdienen. Ik
denk dat het beter is om het aantal dekkingen van de jonge onbewezen
hengsten te limiteren. Pas wanneer ze zes jaar zijn en lekker in de
sport lopen, geef je de beste exemplaren opnieuw een kans. De
hengstenhouder kan dan zelf ook zien of de hengst goede nafok geeft en
wat hij waard is voor de sport.
Het is niet zo dat de Nederlandse hengstenhouderij daardoor onrendabel
wordt, want het zwaartepunt wordt verlegd naar het gebruik van bewezen
oudere hengsten. Misschien worden dan zelfs wel meer merries gedekt,
omdat een eind komt aan de risicovolle ‘modefokkerij’ waar de
‘vergissingen’ veel zwaarder tellen dan die paar zeldzame echte
verbeteraars.
Podium
Het podium voor de jonge hengsten is niet het verrichtingsonderzoek op
jonge leeftijd, maar de grote wedstrijden wanneer ze er klaar voor zijn
en opgeleid zijn op de juiste manier. Op de Olympische Spelen stonden de
KWPN-paarden op de eerste, tweede en derde plaats. En wat doet het
KWPN? Die keurt een groot aantal Holsteiner hengsten goed! Geen enkele
Nederlandse bloedlijn werd goedgekeurd. Wat een gemiste kans om je eigen
identiteit en fokproducten te etaleren.
Er komt niets nieuws uit Holstein. In plaats van op de ingeslagen weg
door te gaan en het eigen Nederlandse ras te fokken en te verbeteren,
gooit het KWPN het kind met het badwater weg door Duits bloed aan de
Nederlandse fokkerij toe te voegen. Is het Nederlandse paard niet goed
genoeg meer?
Bij het Anglo-Europees Stamboek gebruiken we alleen hengsten die zich in
de sport bewezen hebben. Natuurlijk zijn hengstenkeuringen nodig om de
goede hengsten eruit te pikken, maar ook tijdens concoursen kijken we om
ons heen of er opvallende paarden rondlopen. Op deze manier krijgen de
jonge hengsten de kans om zich op de juiste manier te ontwikkelen en
vertrouwen op te bouwen.
Henk Minderman is directeur van het Anglo-Europees Stamboek en heeft een
eigen springpaardenfokkerij, de Renkum Stud Farm, in Groot-Brittannië
Deze opinie verscheen woensdag 16 november 2011 in De Paardenkrant
| |
|
reacties
Om driejarige paarden niet alleen in deze tests maar overal te ontzien, had in de paardenwelzijnsnota moeten worden vastgelegd, zoals dit door de minister van LNV in de welzijnsnota onder "8.3 Welzijnsproblemen werd verlangd.
>>De Wageningen-UR analyse wijst uit dat er een behoorlijk aantal welzijnsproblemen is binnen de paardenhouderij. Naast huisvesting wijs ik vooral op de gehanteerde trainingsmethode en de te gebruiken hulpmiddelen, het afscheren van de tastharen en het eenzijdige fokbeleid gericht op de topsport waar uiteindelijk slechts een zeer beperkt aantal paarden in terechtkomt".
Nu eens hopen dat alle stamboeken daar eens goed over na gaan denken en wat met dit advies gaan doen...
Quote Spaanse Rijschool:
"Als jonge hengsten met 5 jaar worden aangewezen voor gebruik in de Hofreitschule, staat hen een lange opleidingstijd te wachten. Pas na zo'n 8 jaar (plm. 13 jaar oud) bereiken ze het hoogste niveau, waarna een jarenlange verfijning en verbetering plaatsvindt. Door de zorgvuldige opbouw kan een paard lang mee: hengsten van 25 in de rijschool zijn geen uitzondering. Alleen de hengsten met de beste prestaties en afstamming mogen op oudere leeftijd terug naar de stoeterij in Piber om als dekhengst te dienen."
Veeg teken dat het gemiddelde Nederlandse dressuurpaard heden ten dage niet ouder kan worden dan 6 à 7 jaar ......In plaats van trots te zijn op "ons" fokproduct en het intens moeten koesteren zouden we ons diep moeten schamen dat we deze mooie jonge edele dieren gewoon kapot rijden. Onbegrijpelijk deze "wegwerp-mentaliteit"...een teken van deze tijd!
Het kan toch niet de bedoeling zijn om de jonge aangekeurde hengsten met een negatief resultaat uit het onderzoek te laten komen. En ik weet ook wel dat je niet iedere hengst aan kunt keuren maar geef ze wel een eerlijke kans.
Geef de paarden de tijd om zich te ontwikkelen. Bovendien kan de eigenaar/hengstenhouder er een passende ruiter/amazone bij zoeken, wanneer de verrichtingstest pas op 6 jr.leeftijd afgenomen wordt.
In de tussenliggende periode van 3-6 jr. een beperkt aantal dekkingen zodat er ook nakomelingen (en euro's) komen waarop geselecteerd kan worden. De huidige fokkers zijn wel zo kundig dat ze heel goed weten uit welke stam goede sportpaarden komen. Bovendien kan er altijd een beroep op het KWPN gedaan worden v.w.b. advies richting fokkerij.
Groet,
Gea Huizinga.
Helemaal mee eens.
Het blijft overvragen op beide vlakken.
Neem Dude (v. Vivaldi) als voorbeeld.
Een fantastisch, maar vooral slim paard.
Ik had het ook niet gedaan!!!
Weinig tot geen voorbereiding i.v.m. omstandigheden en dan wel vol gas op zeer jonge leeftijd de verrichtingen in.
Dit moet anders kunnen.
Mvg.





