10-06-04 Eigenaren geen idee over conditie van hun paard
In het voorjaar deden twee medewerkers van het Paarden Kennis Centrum onderzoek naar overgewicht bij recreatiepaarden en -pony’s. We weten het: veel paarden en pony’s zijn te dik. Maar hoeveel?
Uitgerust met een weegschaal, maatstok, schuifmaat en meetlint werden 670 paarden en pony’s gewogen, gemeten en betast. En vooral dat laatste is van belang, want er is voor paarden niet zoiets als een BMI, een duidelijke, kwantificerende methode om te bepalen of een dier te dik is.
Bij koeien wordt al generaties lang gebruik gemaakt van de ‘body conditie score’ en een aantal decennia geleden is dit toepasbaar gemaakt voor paarden. Je beoordeelt de typische locaties waar een dier vetopslag heeft: de nek, achter het schouderblad, de ribben en wervelkolom en de lendenenpartij. Al deze locaties tellen mee.
Het ene paard heeft de neiging het vet ergens anders op te slaan dan het andere, maar dat is bij de mens ook zo. Bij de mens houden we rekening met buik, billen en benen. Bij een paard zijn dat nek, ribben en wervelkolom.
Regio-afhankelijk
Tijdens het onderzoek werden de eigenaren ondervraagd en er werd gekeken naar de regio en de locatie. Zo bleken paarden in het noorden van het land meer last te hebben van overgewicht en datzelfde geldt voor paarden die aan huis staan. Manegepaarden zijn het beste op gewicht, maar krijgen ook duidelijk de meeste beweging.
Verder werd gekeken naar leeftijd, geslacht en ras. Het is niet verbazingwekkend dat de sobere rassen als Shetlanders, Fjorden en Friezen het dikst zijn. Van deze typen is bekend dat ze van de lucht al dik worden.
En de paarden in Nederland krijgen meer dan alleen lucht. Opvallend is dat paarden – ongeacht de hoeveelheid uren die ze op de weide staan – even veel worden bijgevoerd, terwijl gras toch een behoorlijke bijdrage levert aan de energie-inname. Dat bleek ook wel: paarden en pony’s die 24 uur per dag op gras leven, zijn het dikst. Is het Nederlandse gras niet geschikt voor onze viervoeter?
Eigenaren onwetend
Verrassend is dat maar liefst 30 procent van de paardeneigenaren aan de hand van afbeeldingen een dik paard als een gezond paard typeerde. Is dan de conclusie dat eenderde van de eigenaren niet weet hoe een paard eruit hoort te zien? Ik vind het een schokkend aantal.
Maar sommige reacties naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek vind ik schokkender. Eigenaren zouden niet verbaasd zijn over de uitkomsten van het onderzoek; het is toch bekend dat het merendeel van de paarden en pony’s te dik is?
Mijn vraag is dan: waarom doen we er dan niks aan? Over de risico’s die een paard loopt door overgewicht zijn we toch allemaal bezorgd? Artrose, insulineresistentie en hoefbevangenheid zijn immers de nachtmerrie van elke paardenliefhebber.
Tot mijn grote verbazing las en hoorde ik ook regelmatig paardeneigenaren zeggen dat ze hun paard liever wat dikker zien dan te dun, want dan zouden deze paarden een reserve hebben voor mindere tijden. Welke mindere tijden worden er verwacht? De kans op aandoeningen door overgewicht zijn groter dan aandoeningen bij ondergewicht.
Op dieet?
Op de vraag wat er gedaan moet worden aan het overgewicht bij paarden en pony’s is mijn antwoord: bewustwording hoe een paard er in een optimale conditie uitziet, zich bewust worden van de gevaren die overgewicht met zich meebrengt en beseffen dat een laconieke houding niet te rechtvaardigen is.
De Gezondheidsdienst voor Dieren meldde in april 2009 al dat van paarden met een te hoge bodyconditiescore één op de drie insulineresistent is.
Het afvallen van het paard gaat gepaard met een bewustwordingsproces bij de eigenaar. Een dik paard moet afvallen en dat betekent een rantsoen waarbij de energie-inname in balans is met het energieverbruik. In dat opzicht is het lijnen bij paard en mens niet echt verschillend: meer bewegen, minder eten.
En dat minder eten levert nog wel wat uitdagingen op, want hoe zit het met die paarden die enkel maar gras krijgen? Veel weides zijn te rijk: er staat voldoende gras, dat ook nog eens veel energie bevat. De meeste percelen zijn tenslotte ooit ingezaaid voor koeien. Die worden gevoerd om melk of vlees te produceren. Twee taken die het gemiddelde recreatiepaard niet heeft!
Er zijn wel oplossingen. Stripbegrazing bijvoorbeeld, of het afwisselen van de weide en een paddock, en een graasmasker. Of het paddock-paradise-principe, dat steeds meer in opkomst is. Daarbij wordt de natuurlijke leefsituatie nagebootst door (groepjes) paarden te stimuleren rond te trekken op zoek naar voeding (hooiruif, grasstuk) en water.
Zonder slag of stoot zal het niet gaan. Niet het minder eten, en het meer bewegen evenmin. Hopelijk gaat de bewustwordingsslag die de paardenbaasjes moeten maken gemakkelijker. Dat zal een Sonja Bakker-aanpak voor de paarden minder noodzakelijk maken.
Machteld Oudshoorn is oprichtster van het Paarden Kennis Centrum en verzorgt cursussen over paardgerelateerde onderwerpen.
Deze opinie verscheen vrijdag 4 juni 2010 in De Paardenkrant.
| |
|
reacties
als je pony te dik is hoeft hij helemaal geen krachtvoer. Ook geen twee handen vol.
Je kunt evt overwegen om hem een mineralenkoek te geven, die zijn bestemd voor paarden die in de weide lopen en verder geen krachtvoer nodig hebben.
Als hij nog hoefbevangenheid krijgt van het gras dat hij krijgt, overweeg dan stripbegrazing, opdat hij nog wat minder gras krijgt in de maanden dat het gras vet is.
M.vr.gr.
Marjan Tulp
hij staat deze zomer een paar uur per dag in de wei (een paddock hebben we niet, zou ik wel graag willen). verder krijgt hij veel hooi en een heel klein handje biks elke ochtend en avond (puur voor de lekker om hem tevreden te houden). ik lees hier dat mensen een halve kilo al weinig vinden, maar ik zou 'm eigenlijk helemaal geen biks willen geven. na het rijden krijgt hij een of twee grote handen biks en dat vind ik al heel erg veel! (deze zomer wordt hij meestal 2x per week een half uur/drie kwartier gereden)
Inmiddels staat hij max twee uur per dag op de wei en verder in de paddok en krijgt hij extra vitamines door zijn voer. Op dit moment lijkt dit de beste methode maar voordat ik daarachter was waren we jaren verder.
De gewoonte in Nederland dat een paard zomers op de wei moet klopt naar mijn idee niet bij de voedsel opname van veel paarden (uiteraard geldt dit niet voor alle paarden).
In mijn omgeving merk ik dat eigenaren zich totaal niet bewust zijn van de gevolgen van een onjuiste voeding voor hun paard. Hopelijk dragen dit soort onderzoeken bij aan het bewustwordingsproces.
Toen ik nog in NL woonde werd mijn ijslander ook vaak te dik en dat vond ik best storend, want de omstandigheden waren er niet naar dat je dit kon veranderen(pension, waar gevoerd wordt of boerderij waar de boer voert voor de hele groep)
Desalniettemin geef ik erg weinig brok na het rijden, hooguit een kilo per paard, dat klinkt weinig,maar is genoeg.In de winter als ze in de paddock staan krijgen ze uitsluitend hooi en zijn prima in vorm.Flink wat kilo's meer voor mindere tijden is inderdaad onzin, met al de (te) goede zorgen die eigenaren hun paard bieden. Gewoon per dag bekijken en bij veel kouder/slechter weer meer bijvoeren, dat doe ik tenminste hier.Kijk goed naar je paard of hij tevreden is, dan zie je ook of hij behoefte heeft aan meer voeding - lees hooi!In veel krachtvoer zitten teveel suikers
wat niet echt goed is voor de gezondheid en kilo's krachtvoer per dag is slechter dan méér hooi geven, dat is buikvulling en hebben ze meer aan gezien hun spijsvertering, een kilo krachtvoer is zó weg.Ik snap heel goed dat het moeilijk is om te veranderen, maar de nadelen van een te dik paard zijn groter en net als bij de mens zit het gewoon in de weg.Succes allemaal!
met vr.gr. Hans





