De spijsvertering

Voordat een paar happen hooi, biks of gras je paard weer verlaten als een stevige mestbal is er heel wat gebeurd. We nemen een kijkje in het binnenste van het paard.

In tegenstelling tot de mens zitten er bij het paard geen stoffen in het speeksel die alvast met de vertering van het voedsel beginnen. Het is alleen een glijmiddel, hoewel het ook een functie heeft bij het neutraliseren van de zuren in de maag.
Goed kauwen is belangrijk voor een paard. Het maakt de celwanden van het plantaardige voedsel kapot. Kauwen is ook essentieel omdat het voedsel anders te droog in de slokdarm komt, waar het voor verstoppingen kan zorgen, of in de maag, waar het zonder het verdunnende speeksel te zuur blijft.

Slokdarm
Na het slikken gaat het voedsel de slokdarm in. Hierin zitten ringen, die afwisselend samentrekken en weer ontspannen. Deze ‘peristaltische beweging’ zorgt ervoor dat het voedselpapje naar beneden wordt getransporteerd.
De slokdarm is slechts een transportroute tussen de mond en de maag. Veel spannends gebeurt er onderweg niet. Behalve vlak voor de maag, daar maakt deze tuinslang ineens een scherpe bocht. In de maag is het ontzettend zuur. Door die rare bocht bij de ingang kan voedsel niet terug omhoog.
Een paard kan niet overgeven. Prettig, zou je misschien denken, maar dat is het eigenlijk toch niet. De maag is namelijk relatief klein, zo groot als die van een Deense dog. Een enorme portie zwellend krachtvoer ineens? Dan kan de maag overvol raken en scheuren.

Enzymen
De zuren in de maag laten het voedsel steeds meer uit elkaar vallen en vernietigen tegelijkertijd bacteriën die van buiten mee naar binnen zijn gekomen. Er vindt weinig omzetting van voedingsstoffen plaats, het is meer een voorbereiding op de vertering die verderop plaatsvindt. Het papje gaat in een brij de dunne darm in. De dunne darm is één van de belangrijkste onderdelen van de spijsvertering van een paard is. Hier wordt de etensbrij gemengd met enzymen. Die vormen het voedsel om tot suikers, vetzuren en aminozuren die via de darmwand in het bloed komen en zo worden getransporteerd naar plekken waar ze als energie of bouwstof nodig zijn. Gal zorgt ervoor dat vet in allerlei kleine bolletjes wordt gesplitst, waardoor vetafbrekende enzymen er beter bij kunnen.

Micro-organismen
Aan het einde van de dunne darm is er van voedsel met veel ruwe celstof nog wat over. In de blinde- en de dikke darm van een paard zitten zogenaamde micro-organismen zoals bacteriën die voor verdere afbraak zorgen. Dat is een heel andere vorm van vertering, waarbij warmte en gassen vrijkomen. Het is iets minder effectief, omdat een deel van het eten door de micro-organismen zelf als voeding wordt gebruikt en energie als warmte of via de gassen verdwijnt.

Eindstation
In de dikke darm zijn veel verschillende soorten micro-organismen die allemaal een eigen soort voeding aanpakken. Ze zetten celwandbestanddelen om in vetzuren die via de darmwand worden doorgegeven en het paard energie leveren. Het laatste stuk darm, de endeldarm, werkt nog een restje vocht weg en perst de mest tot fraaie ballen.

Tekst: Tessa van Daalen


Reageer Reageer Stuur door Stuur door Afdrukken Afdrukken




reacties

Er zijn nog geen reacties

voordelig abonnement