C. Tesselhof _ 09-05-29 _ Dopingperikelen

Je kunt de krant niet openslaan of je wordt met het woord doping om de oren geslagen. Doping. Een woord met een negatieve lading. De omschrijving in deDikke Van Daleis al net zo negatief: ‘Het ongeoorloofd toedienen van stimulerende middelen/verboden stimulerende middelen’.

In de paardensport onderscheiden we twee verschillende elementen met de benaming doping. Ten eerste de prestatieverhogende middelen; die staan terecht onder dit kopje. Dan zijn er de medicamenten: middelen die het welzijn van het paard ten goede komen en onterecht onder doping vallen.

Emile Hendrix stelde een paar jaar geleden duidelijk: ‘Het is onze taak om een paard zich zo goed en gezond mogelijk te laten voelen’. De nultolerantie lijkt hier niets aan bij te dragen. ‘Daar moeten we vanaf, juist in het kader van het welzijn’, zei Hendrix in hetzelfde interview in deze krant.

Voorbeelden genoeg. Het is een hele zoektocht naar een mokzalf voor een internationaal paard. Tegen de tijd dat de ruiter alle bijsluiters heeft uitgeplozen, heeft de mok zich al flink uitgebreid. Een paard scheren? Is het beter een paard op te knopen aan zijn benen met een praam op zijn neus en zijn oor om hem in bedwang te houden? Of kun je hem beter Domosedan spuiten zodat zowel groom als paard een fijne ervaring aan het scheren overhouden? Terwijl je dan over de grens gaat.

Zo zijn er talrijke voorbeelden. Het is een feit dat men steeds meer stoffen nog lang kan traceren. Maar ook dat er steeds meer verboden is. Voor stoffen die tien jaar geleden geaccepteerd waren, word je nu publiekelijk aan de schandpaal genageld. Helemaal als je Duitser bent. Bij onze oosterburen werd doping een mediahype. Zo deed de uitspraak van Ludger Beerbaum ‘In het verleden huldigde ik de stelling dat toegelaten was wat niet gevonden kon worden, maar die stelling kun je vandaag de dag niet meer rechtvaardigen’, veel stof opwaaien. In deze tijd is zo’n uitspraak alles behalve verstandig.

Is het niet tijd dat de ruiters hun handen ineen slaan? Beerbaum heeft het waarschijnlijk allemaal niet zo lomp bedoeld als dat het eruit kwam. Hij wilde waarschijnlijk aangeven dat iedereen onbewust wel eens over de schreef gaat. Moeten we niet met z’n allen pleiten voor een gedoogbeleid als het gaat om medicamenten? Een transparanter beleid waarin ruiters kunnen handelen met het welzijn van het paard voorop. Duidelijke straffen. De echte dopingzondaars krijgen hogere straffen met bij herhaling zelfs levenslange schorsing als sanctie. Er moet geen onderuitkomen aan zijn.

Met prinses Haya aan het roer bij de FEI verwacht je dat zij in het belang van de paarden en ruiters denkt. Ze komt immers uit de praktijk. Niets is echter minder waar. Het FEI-beleid op het gebied van doping is ronduit slecht en er is geen beweging in te krijgen.

Ondertussen blijft het lastig voor de ruiters. Welke houding moet je innemen? Ben je voor het gebruik van ‘doping’ dan moet je vrezen voor je plaats in de kaders. En in hoeverre is je paard erbij gebaat als je tegen ‘doping’ en een gedoogbeleid bent?

Carolien Tesselhof-Bruggink, chef redactie
Deze column verscheen vrijdag 29 mei in De Paardenkrant


Reageer Reageer Stuur door Stuur door Afdrukken Afdrukken



| Meer

reacties

Er zijn nog geen reacties