Lesgeven aan kinderen
Tere kinderzieltjes worden gekwetst en jeugdige paardenliefhebbers veranderen door een verkeerde aanpak in ruwe ruiters. Niet elke instructeur, of goedbedoelende moeder, is geschikt voor de pony-lessen. Het lesgeven aan kinderen vraagt omspecifieke kennis, methodiek en talenten.
Dressuuramazone Marion Schreuder verdiepte zich in het lesgeven aan kinderen en begon twaalf jaar geleden als gastdocent didactiek bij Helicon en is inmiddels de teamleider van de afdeling paardensport. Ze leert jonge instructeurs lesgeven en ze geeft les aan kinderen tot op EK-niveau. Lesgeven aan kinderen is volgens Schreuder een vak apart. „Deze lessen draaien behalve om rijtechnische kennis, ook om didactiek, pedagogiek en fysieke ontwikkelingen bij kinderen.” Instructeurs realiseren zich domweg niet hoe bepalend de communicatie én lichaamshouding van de instructeur kunnen zijn. Schreuder probeert ze dit tijdens cursussen duidelijk te maken aan de hand van een experiment dat ze deed en vastlegde op video. Ze zegt: ,,Ik gaf al jaren les aan een jongetje en we begonnen elke keer met een babbeltje over het ponyrijden en over hem. De les hield ik steeds interactief. Ik vroeg hem dus bijvoorbeeld hoe de pony voelde. Voor het experiment sloeg ik het praatje voor de les over. Ik kwam binnen en zei alleen ‘hé hallo, laten we meteen beginnen.’ Tijdens de les vroeg ik hem ook niets. Ik gaf alleen aanwijzingen.” Het verschil is groot en duidelijk te zien. ,,Zó groot is de invloed van communicatie.”
Vijf fases
Moet je iets voordoen of kun je het beter uitleggen? Jonge ruiters gaan door vijf belangrijke fases waarin de coördinatie verbetert of verslechtert en de communicatie moet worden aangepast.
Kinderen tot zeven jaar
„Tutten, borstelen, samen met de pony wandelen en er even op zitten zijn goede manieren om kennis te maken met het dier. Daar kun je al vroeg mee beginnen. Maar je moet kinderen tot ze een jaar of zeven zijn niet in een lesje laten rijden. Ze zijn te jong”, vindt Schreuder. Hoewel keiharde bewijzen (nog) ontbreken, zijn er wel aanwijzingen dat paardrijden de lichaamshouding van sommige jonge kinderen nadelig beïnvloedt.
Zeven- en achtjarigen
„Vraag een zevenjarige de teugels korter of even lang te maken en hij begrijpt wat je bedoelt en kan de opdracht uitvoeren. Ze zijn dus klaar voor hun eerste lessen, maar het moet vooral leuk zijn. De communicatie moet eenvoudig en duidelijk blijven. „Bedenk dat deze kinderen erg visueel zijn ingesteld. Zeg bijvoorbeeld niet dat ze hun handen stiller moet houden, maar laat ze in beide handen een denkbeeldig kopje thee vasthouden.” Het is geen goed idee om te hameren op de houding en zit. Deze kinderen bewegen zich juist heel gemakkelijk en vrij. „Wacht met rechte ruggetjes en uitgedrukte hakjes. Door een dergelijke houding te forceren verliezen ze hun ontspannen beweeglijkheid en die krijg je later niet meer terug. Dit is dus een heel geschikte leeftijd voor gymnastische spelletjes.”
Negen- en tienjarigen
Kinderen van een jaar of tien willen minder spelen en meer leren. Ze zijn ambitieuzer. Ze willen bijvoorbeeld netter op hun pony zitten. En dat kunnen ze nu ook! De gegeven informatie kunnen ze beter vertalen naar een coördinatiever handelen. „Deze kinderen kunnen hun handen stiller houden en toch de pony voorwaarts houden.”
Twaalfjarigen
„Dit is een fantastische fase!” Respect voor paarden en het ruitergevoel pakken deze kinderen nu heel eenvoudig op. „Maar dit is ook de tijd waarin ze slechte gewoontes aanleren en die krijg je er later maar moeilijk uit!” Een ruwe instructeur kweekt in deze groep een heleboel ruwe ruiters. De communicatie verloopt met deze kinderen bijna vanzelfsprekend en gemakkelijk.
Vijftienjarigen en andere pubers
Jongens krijgen in de puberteit een flinke groeispurt te verwerken. Alle coördinatie die ze in de afgelopen jaren opbouwden, lijkt grotendeels verdwenen. Meiden van deze leeftijd hebben het niet veel gemakkelijker. „Hun lichaam verandert. Meiden die voorheen keurig rechtop zaten, kruipen nu in elkaar.” Het ergste wat je als instructeur kunt doen is daar iets van zeggen. Schreuder laat de houding tijdelijk voor wat het is. „Het gaat wel weer over.” Communicatie is ineens ook niet zo vanzelfsprekend meer. Deze groep wil serieus genomen worden. Ze zijn een volwaardige gesprekspartner, zo willen ze althans wel benaderd worden. Nog iets om rekening mee te houden: deze ruiters vinden de omgeving, zoals vrienden en familie, erg belangrijk.
Tekst: Afke Teunen (Bit 142)
| |
|





