10-10-13 Werkkostenregeling geeft paardenbranche zware slag

Kees Roest“Vanuit Den Haag worden allerlei regelingen bedacht om de administratieve rompslomp bij bedrijven te vereenvoudigen. Eén van deze regelingen komt er op 1 januari 2011 aan ‘De werkkostenregeling’. Deze nieuwe regeling is een zware slag voor werkgevers met ruiters in loondienst.

Op het ogenblijk zijn er 29 soorten kostenvergoedingen. De komende werkkostenregeling beoogt een vereenvoudiging te bieden aan het bedrijfsleven door een bepaald percentage (in de regeling staat 1,4% maar de geruchten gaan naar 1,5%) van het totale fiscale loon van een werkgever als onbelaste kostenvergoeding te benoemen. Verstrekt de werkgever een grotere vergoeding, dan is dit meerdere belast met 80% loonheffing. De werkkostenregeling kent naast een algemeen forfait, een gerichte vrijstelling en een nihil waardering.

De werkkostenregeling heeft alleen betrekking op de vergoedingen die een werkgever betaald aan zijn werknemer. Het gaat hier om alle vergoedingen. Daarin zitten ook de reiskostenvergoedingen, het kopje koffie dat gedronken worden tijdens het werk, de bodywarmer, de mobiele telefoon etc. De gerichte vrijstelling ziet op vergoedingen welke met naam en toenaam benoemd zijn. Dat geldt ook voor de vergoedingen waarvoor een nihilwaardering geldt. De rest valt dan onder het algemene forfait.
Ik zie donkere wolken voor de werkgevers met ruiters in loondienst specifiek en de sporters in loondienst in het algemeen. Het karakter van een wedstrijdsporter is dat hij is aangesloten bij een brancheorganisatie. Voor een wedstrijdruiter is dat de KNHS. Het lidmaatschap is een persoonlijke aangelegenheid. Wil een werkgever het lidmaatschap vergoeden, dan valt deze vergoeding onder de werkkostenregeling. In het belastingplan 2011 is een regeling opgenomen voor lidmaatschappen van beroepsverenigingen.

Als het onder de gerichte vrijstelling zal vallen moet er toch geen probleem zijn denk je dan. Dat is echter niet het geval. Daar ligt het probleem niet. Het probleem specifiek in de ruitersport is, dat de KNHS de combinatie volgt. Dat is de ruiter met zijn paard. Rijdt een ruiter meerdere paarden, dan heb je meerdere combinaties. In de dressuur- en in de springsport heb je startkaarten en startcoupons nodig. Die moet je bestellen, en uiteraard betalen, per combinatie. Deze startcoupons komen op naam van de ruiter binnen. De rekening wordt aan de ruiter in rekening gebracht.

Als een werkgever een ruiter in zijn loondienst een paard laat uitbrengen in de sport, heeft de ruiter naast de kosten van het lidmaatschap bij de KNHS, en de startcoupons ook nog eens de kosten van het inschrijfgeld van de wedstrijd. In normale gevallen vergoed de werkgever deze kosten. Zo moet het ook zijn.

Het probleem dat in 2011 ontstaat, is dat deze vergoedingen onder de werkkostenregeling vallen. Dat is niet alleen het lidmaatschap, maar dat zijn ook de startcoupons, en niet te vergeten het inschrijfgeld. Ik heb uitgerekend dat een ruiter in loondienst die het hele jaar door gemiddeld 5 paarden uitbrengt op wedstrijden al gauw € 2.300 aan kosten kwijt is. Bij een loon van stel € 22.000 voor zo’n ruiter, dan is de onbelaste vergoeding € 308. Dat betekent dat dan zo’n € 2.000 in de belaste vergoeding valt, en dat komt dan neer op € 1.600 loonheffing bij de werkgever. En dat alleen al voor deze ene ruiter. Heeft een handelsstal meerdere ruiters in loondienst welke de paarden uitbrengen in de sport dan is dat een veelvoud ervan.

De werkkostenregeling geldt niet voor de eigenaar van de trainings- en handelsstal, althans voorzover hij zijn onderneming voert in de vorm van een eenmanszaak of vennootschap onder firma. Brengt deze eigenaar de eigen paarden uit op dezelfde wedstrijden, met de benodigde startcoupons en hetzelfde inschrijfgeld, dan gelden er voor deze kosten geen beperkingen of extra belastingheffing. Dat vind ik onrechtvaardig en niet eerlijk. Waarom voor de eigenaar van zo’n eenmanszaak niet en voor eenzelfde ruiter bij deze eenmanszaak in loondienst wél extra heffing. Dat is de wereld op zijn kop. In mijn ogen ligt hier een taak voor de KNHS, en verder bij de sportorganisaties in het algemeen. Overal waar je inschrijfgeld moet betalen om de sport te kunnen uitoefenen, en kosten aan de brancheorganisatie moet betalen omdat ze je willen volgen, moeten onder een vrijstelling kunnen vallen. Dan heb je weer een evenwicht.

De werkkostenregeling is een regeling die ingaat per 1 januari 2011. Er komt een overgangsregeling van 3 jaren. Het leed is nog niet geleden, maar het is wél 5 voor twaalf. Sportorganisatie moeten zich de werkkostenregeling aantrekken om een aanvaardbare regeling proberen te treffen. Het leed is anders niet te overzien.

Mr. Kees Roest van Govers Accountants/Adviseurs in Eindhoven is fiscaal specialist paarden.
Deze opinie verscheen woensdag 13 oktober in De Paardenkrant


Reageer Reageer Stuur door Stuur door Afdrukken Afdrukken




reacties

Ik dank Lynn en Weyers voor hun reactie op mijn artikel. Uiteraard zouden het intermediaire kosten MOETEN zijn, en dat was ook het eerste waaraan ik dacht bij het schrijven van mijn opinie. Echter naar mijn mening KUNNEN het geen intermediaire kosten zijn omdat het persoonlijke inschrijvingen zijn en niet een werkgevers inschrijving. Er kan naar mijn mening dan ook geen sprake zijn van een "het voorschieten van kosten". Was het zo dat het intermediaire kosten zouden zijn, dan hoeft er ook geen speciale regeling te bestaan rondom bijvoorbeeld de inschrijving in het beroepsregister. Ook zo'n initiatief gebeurt vanuit de werkgever, "jij moet je inschrijven bij de Orde van Advocaten anders kun jij geen advocaat zijn en hebben wij geen advocatenkantoor", om maar eens een voorbeeld te noemen. Het nadeel van het persoonlijk inschrijven brengt met zich mee, dat de werkgever deze inschrijving niet kan doen. Hij kan wel de werknemer daartoe opdragen, maar het blijft persoonlijk. Dat de werkgever de kosten vergoedt maakt niet dat het onbelast te vergoeden is. Op 15 november organiseert Govers een lezing voor de paardenbranche waarin de werkkostenregeling zeer uitdrukkelijk naar voren komt en ik mijn mening verder zal onderbouwen.
Kees Roest, Eindhoven | 20-10-2010 | 09:22:22

Werkkostenregeling wellicht toch minder zware klap voor paardenbranche

In bovenstaande opnie stelt de auteur dat de nieuwe werkkostenregeling de paardenbranche een zware slag toebrengt. Mijns inziens wordt aantal zaken over het hoofd gezien en valt deze regeling minder dramatisch uit dan gesteld.

Lidmaatschap KNHS
Om zijn beroep uit te kunnen oefenen moet de ruiter lid zijn bij de KNHS. Deze kosten vallen op grond van de huidige werkkostenregeling miijns inziens onder een gerichte vrijstelling. Vrijgesteld zijn namelijk de kosten voor inschrijving in een beroepsregister, waarbij het gaat om die registers waarvoor een inschrijving vereist is voor de uitoefening van de functie. Hierbij gaat het zowel om wettelijk voorgeschreven registraties, als registraties die vanuit de beroepsgroep worden opgelegd, met het oog op het veiligstellen en bewaken van bepaalde kwaliteitsnormen. Zonder inschrijivng bij de KNHS kan de ruiter zijn functie niet uitoefenen en dus vallen deze kosten de gerichte vrijstelling.

Startcoupons en inschrijfgeld
Een ruiter zal in opdracht van zijn werkgever en uit hoofde van zijn functie jaarlijks een aantal wedstrijden rijden. Deze kosten vallen onder de zogenaamde intermediaire vergoedingen. Het gaat hierbij om vergoeding van kosten die een ruiter in opdracht van en voor rekening van de werkgever voorschiet. Het zijn dus kosten die specifiek samenhangen met de bedrijfsvoering en niet met het functioneren van de werknemer.

Het lijkt mij dat de KNHS - ter voorkoming van alle discussie - het voortouw zou kunnen nemen en met de Belastingdienst kan afstemmen hoe met deze kosten omgegaan moet worden. Uiteraard kan een individuele werkgever dit ook doen. Slechts in het geval dat deze afspraken niet tot het gewenste resultaat leiden kan naar andere oplossingen worden gezocht.
mr. J.J.G. Weijers, Houten | 18-10-2010 | 16:20:47

Het door de heer Roest geschetste probleem zie ik anders.

Ik deel zijn mening dat sprake is van een ingrijpende wijziging wel. Er wordt dan ook volop geadviseerd om pas na de driejarige overgangtermijn te kiezen voor de nieuwe regeling.

Echter, de kosten van een startkaart en lidmaatschap etc. bij de KNHS kunnen naar mijn mening worden gezien als intermediaire kosten. Dit zijn kosten die veroorzaakt zijn door eisen vanuit de werkgever (werkgever wil dat de ruiter zijn paarden uitbrengt) en aansluiten bij de bedrijfsactiviteit van de werkgever (zal bij handel, fokkerij etc. geen probleem zijn). Deze intermediaire kosten vallen buiten het maximaal te vergoeden percentage (1,4%) en mogen dus bovenop dit bedrag onbelast vergoed worden.
Lynn, Breda | 18-10-2010 | 16:05:35


Pagina: 1
voordelig abonnement