Columnwedstrijd _ Paardenpaar en Paarden-paren
Van een Italiaanse vriendin kreeg ik destijds een bericht over het klonen van een paard. Over het infameuze paardenklonen. Na uitleg van het begrip ‘klonen’ uit de encyclopedie begrijpt u dat het gaat om ‘’Het kweken van identieke nakomelingen van één cel door celdeling”. Voor de lezers is het misschien beter te begrijpen als dit uitgelegd wordt als ‘exact genetische kopie van het donorpaard’.
De eerste paardenkloon Prometea werd aldus in 2003 in Italië geboren. Bij het eerste paard dat ooit ‘succesvol’ werd gekloond werden er in totaal 841 gekloonde embryo’s gecreëerd, waarvan er vier normaal ontwikkelden. Begrijpt u hieruit dat het klonen is gelukt en niet direct dat ‘de kloon’ zelf succesvol is. Het is commercieel vermaak gekruist met wetenschap. We spreken dan ook van creëren ofwel het a-sexueel reproduceren. Jammer, dat het romantische gevoelsleven van een merrie en hengst daarmee dan niet ‘gepaard’ gaat. Met als legendarisch voorbeeld de ruin E.T. Door het exact kopiëren van genetisch materiaal van een ruin kan deze zich genetisch als ruin voortplanten tot weer diezelfde hengst door middel van een eicel. U begrijpt het enigszins!
Deze ultieme paardenfokkersdroom en van paardensporttalenten is alweer 8 jaar in fullswing. Dat deze moedwillige ‘voortplanting’ met regelmaat in de paardenwereld op zijn gat gelegen heeft, is te wijten aan de hoge kosten en het slechte innestelen van de embryo’s bij de draagmerrie(s). Maar die hobbels zijn inmiddels weer deels uit de praktijken verdwenen doordat er zelfs ‘aandelen’ ontstaan tijdens het klonen van de kloon die nog geboren moeten worden. Ook een vorm van paren. Kunnen de fokkers (of telers?) het klonen dit als ‘voortplanting’ benoemen? Betekend het woorddeel ‘voort’ in voortplanting niet vooruitgang? Met klonen wordt toch een exacte kopie van het donorpaard gefokt, gecreëerd zo u wil? Kunnen we dan nog spreken van vooruitgang, of is het eigenlijk zo dat bij de geboorte van een kloon al een genetisch bejaarde wordt geboren? U kunt zich voorstellen dat de paarden, met een terugblik op de springsport uit 1950 (om maar een jaartal te noemen) nu de huidige 1.50m parcoursen springen? Is het niet zo dat in de tussentijd reactievermogen, snelheid en souplesse vooruitgang heeft geboekt door middel van de natuurlijke fokkerij -een eicel en een zaadcel- mocht u tijdens het lezen het even kwijt zijn hoe het natuurlijke proces verloopt. Zo is het mogelijk dat E.T. zoals hij bij vriend en vijand beroemd is, uiteindelijk alleen maar ouder en uit het geheugen van paardenminnend Nederland zal verdwijnen, terwijl de gelijk geslepen slimme vossen op het erepodium zullen gaan prijken. Of de ‘E.T.’-klonen kampioenschappen gaan winnen of bovenaan de ranglijsten prijken samen met de Ratina’s, -Okidoki’s en de -Chellano’s (om enkele beroemdheden te noemen) is dit nog altijd afhankelijk van vele andere factoren.
Maar wie staat er dan bovenaan? It’s alle in the game zeggen de topsportactivisten. Nou begrijpt u me niet verkeerd, met topsportactivisten bedoel ik de ruiters, amazones met hun ‘equestrian talents’ en alles wat er maar bij komt kijken wat noodzakelijk is om de top te bereiken in de paardensport. En inderdaad; het ouwe baasje woont bijvoorbeeld in een stoeterij, een prachtige ambiance die het talent van de paarden meteen doet aannemen. Waar de ruiters en amazones elkaar heerlijk met hun talenten kunnen inzepen. Een toptalent die voor minder zou thuisblijven in de topsport. Na het historische optreden van ‘het-te-klonen-paard’ is de kloon een toekomstperspectief voor de wereldranglijsten. Jammer dat mijn equestrian talents niet op het springgebied liggen, edoch betreur ik voor mijzelf deze gemiste kans niet. Omdat ik mezelf niet bepaald met een kloon in de springpiste zie verschijnen, heb ik het recht bedongen om dan naar een ‘cloon’ in de circuspiste te gaan kijken, net zo spannend en opwekkend, zij het niet dat ik het woord verkeerd uitleg in deze context. Hoewel mijn paardenkennis(sen) hierbij omvielen van het lachen, is het misschien toch een toekomstvisie waard. Door kampioenen te klonen blijft hun erfelijk materiaal in de volgende generaties behouden en ontstaat er een mogelijkheid om te onderzoeken of karakter samen met sportieve prestaties reproduceerbaar zijn. Die gedachte is meer het resultaat van futurisme dan van realiteitszin. Om statisch vast te stellen of een eigenschap misschien erfelijk is, is een groot aantal gekloonde paarden nodig, wat kostbaar en tijdrovend is. De mensen die het klonen willen verbieden, zetten de wetenschap en genetica op achterstand. Hierover zijn dagelijks discussies over de hele wereld waar journalisten, columnschrijvers, veterinairen en fokkers hun hoofd over breken. Ook ik heb dat heel braaf gedaan, ja wonder, zelfs de gewone fokker draagt zijn steentje bij!
Rianne van der Heijden
Klik hier voor het columnoverzicht.
Lees hier alles over de columnwedstrijd 
| |
|
reacties
Zeker ook om over te discussieren.
De vooruitgang in de breedte van de fokkerij is veel makkelijker te realiseren dan de vooruitgang in de absolute top. Dit komt omdat het verschil tussen het gemiddelde van de populatie en de absolute top nog redelijk groot is. Tussen de top van vandaag en de top van 20 jaar terug zijn de kwaliteitverschillen zeer gering, omdat de absolute top uitzonderingen zijn ,die dicht bij de fysieke biologische grenzen van het wezen paard liggen. Zo staat bv het hoogte record springen al decennia vast!
Dat dus het gemiddelde prestatie vermogen van de populatie ,de absolute top zal kunnen passeren is ondenkbaar. In die contekst blijft klonen interessant.
Alleen lijkt het er op dat het DNA bij oudere dieren minder geschikt is om te klonen.
In Amerika wordt er met absolute topkoeien al wat vaker gekloond. Daarbij komt naar voren dat producten van oudere dieren zelf ook sneller verouderen en door minder functioneel verouderd DNA ook niet meer die top van de moeder evenaren.
De les hieruit is :wil je klonen zorg dan dat je dat op redelijk jeugdige leeftijd doet.
En dat is nu juist lastig , omdat de echte kwaliteiten bij paarden pas op gevorderde leeftijd naar voren komen.
Sjaak Hoedjes





