Bevordert een kwalificatieproef de doorstroom naar een hoger niveau?

Van: Paardenkrant-Horses.nl
Aan: Pieter Kersten, Marion Schreuder, Johan Heins

Springruiter Albert Voorn wond er geen doekjes om in een interview met een Slowaaks TV-station. Als gasttrainer merkte hij in Samorin op dat er in het land wat schort aan de opleiding van jonge springruiters. Volgens Albert Voorn horen de federaties ervoor te waken dat jonge springruiters te snel doorstromen naar een hoger niveau. Uit de reacties op Horses.nl kan worden opgemaakt dat veel mensen het met hem eens zijn. Verschillende oplossingen werden geopperd, zoals het verplicht stellen van een caprilliproef of een andere vorm van kwalificatie om aan de springsport deel te kunnen nemen. Ligt daar de oplossing van het probleem?


Van Pieter:

Pieter Kersten, instructeur

Ik vind het heel positief dat er mensen zeggen dat we een caprilliproef in het leven moeten roepen voor jonge springruiters om hen op een betere geschoolde manier op het paard te krijgen, zodat ruiters in wedstrijdverband op een andere manier met hun pony’s en paarden werken. Ik vermoed dat een kampioenschap nog meer toegevoegde waarde heeft. Ruiters hebben dan meer het gevoel dat ze ergens naartoe werken en dat is ook belangrijk voor de jeugd. Daarbij vind ik ook dat wij als instructeurs ons moeten aantrekken dat er iets aan schort. Je kunt wel een caprilliproef in het leven roepen, een kampioenschap aan verbinden en vandaaruit verder ontwikkelen maar het is ook de verantwoordelijkheid van de instructeurs en de landelijke vereniging. Het ligt dus ook aan de begeleiding van de instructeurs en de verenigingen. In dat geval hoort de KNHS deze kwestie naar zich toe te trekken. Als je ziet hoe er in de lage klassen gereden wordt, dan zou een caprilliproef iets kunnen betekenen. Daar kunnen we heel veel winst uithalen. Voor heel veel mensen zou een caprilliproef een hele mooie oefening zijn waarin ze moeten dressuur rijden en springen zoals het vijfentwintig jaar geleden ooit bedoeld is. Jonge mensen moeten leren inzien dat de fout bijna altijd bij hun zelf ligt en niet bij het paard. Het is belangrijk dat je daar met de jeugd aan begint. Als ze eenmaal hebben geleerd dat paardrijden samengaat met balans en het ontwikkelen van ruitergevoel, blijven ze die manier van rijden hun hele leven bij zich houden.


Van Marion:

Marion Schreuder, voormalig hoofdinstructrice Deurne

Datgene wat Albert Voorn gesignaleerd heeft, hebben wij in het land ook al lang gesignaleerd. De tijden zijn veranderd. Alles gaat vluchtiger. Daarbij zijn de paarden beter geworden. Men heeft ontdekt dat je een goed paard kunt kopen, daar wedstrijden mee kunt rijden en redelijk kunt presteren. Maar om in alle eerlijkheid te zeggen, weten we dat paardrijden een ervaringssport is. Als je heel goed wilt worden kost dat tijd. Dit is de taak van de instructeurs. Voorn constateert dat ruiters boos worden op hun paard. Ook hier zullen de instructeurs tijd in moeten steken om ruiters en ouders bewust te maken van de rijtechniek, het omgaan met paarden en dierenwelzijn. Ik vind dus dat de verantwoordelijkheid bij de instructeurs ligt, zij moeten ruiters en ouders zo opleiden dat ze wachten voordat ze een bepaalde klasse ingaan. De feiten worden omgedraaid door te zeggen dat wij als instructeurs hier maar aan mee moeten doen. Met deze geluiden moet er serieus gekeken worden of de instructeursopleiding aan deze eisen voldoet om onze jonge ruiters te begeleiden. Er zijn al signalen vanuit de beroepsgroep bij de KNHS binnengekomen die hun zorgen hebben geuit over de instructeursopleiding. Ik weet dat de KNHS dit ter hand heeft genomen. Ze gaan goed naar de instructeursopleiding kijken om een verbeterslag te kunnen maken. Als wij in Nederland als instructeurs allemaal het goede paardrijden voor ogen hebben en weten wat van belang is, dan zullen deze excessen hopelijk beter onder controle komen.


Van Johan:

Johan Heins, voormalig springruiter en instructeur

Ik ben het met Albert Voorn eens en heb dit zelf ook weleens geopperd. Als je een caprilliproef goed in elkaar zet, kun je inderdaad goed bewerkstelligen dat ruiters meer kans hebben zich te ontwikkelen in de sport en beter weten waar ze mee bezig zijn. Het probleem zal dan voor een groot gedeelte opgelost kunnen worden. In de eerste plaats gaat het bij het rijden om de basis. Terwijl veel ruiters nu al beginnen met het rijden van wedstrijden, direct moeten springen en er dan achter komen dat het niet lukt. De ruiters moeten er eerst voor zorgen dat het paard goed te rijden is en dat ze elkaar goed begrijpen. Daardoor kunnen ze winnen en niet andersom. Dat ze niet koste wat het kost proberen te winnen ook al gaat het rijden niet. Je moet jonge ruiters leren bijbrengen dat het niet alleen maar gaat om het oranje lintje. Als ze tijdens het rijden het contact met de paarden goed voor elkaar hebben, gaan ze vanzelf winnen.
woensdag

Deze Info@ verscheen woensdag 10 januari in De Paardenkrant. Nog geen abonnee? Sluit dan hier een (online) abonnement af.


Poll

Kwalificatieproef bevordert doorstroom naar hoger niveauLees meer »

Laden ... Laden ...
Reageer
Discussie zien we graag op Horses, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Reacties zonder naamsvermelding kunnen zonder opgave van reden worden verwijderd. Om de toegankelijkheid en leesbaarheid van de discussie te bevorderen geldt een maximale reactielengte van 250 woorden. Lees hier alle voorwaarden.
3 reacties op Bevordert een kwalificatieproef de doorstroom naar een hoger niveau?
  1. 1

    Een Caprilliproef is teveel van het goede. Het is al genoeg om ruiters een springparcours te laten rijden. Mis je een afstand dan volgende keer beter, dat is de enige manier.
    Uiteindelijk komt dat hele springen maar op één belangrijk aspect neer en dat is of je capabel bent als ruiter om je paard een afzetpunt te geven dat hoort bij de snelheid waarmee je rijdt en de hoogte van de hindernis.
    Veruit de meeste ongelukken gebeuren dan ook doordat er een foute afstand was en de boel over de kop ging of de ruiter eraf vloog.

  2. 2

    In de reacties Pieter Kersten, Marion Schreuder en Johan Hens zie ik weer geen enkele opmerking over de essentie van de opmerkingen van Albert Voorn. Ze gingen immers over paardenwelzijn, vriend van je paard willen zijn en er goed voor zorgen zodat het paard graag voor je wil werken.
    Het gaat in de reacties weer alleen over de prestatie en daar zo snel mogelijk komen.
    Het paard zien als louter gebruiksvoorwerp om je eigen ambitie na te streven en af te rossen ook als je zelf een fout maakt daar ging het om.

    Voorbeelden hiervan te over. Zondag in bij de districtskampioenschappen in Panningen had de official zo vier menners direct naar huis kunnen sturen omdat ze ongeoorloofd veel geweld gebruikten naar het paard, terwijl ze zelf schuldig waren of het paard niet meer mogelijkheden had.
    Zolang we geweld naar paarden “normaal” vinden in onze sport en het daar niet over willen hebben zal er helaas niet veel veranderen.

  3. 3

    Pieter zegt dat de landelijke rijverenigingen meer verantwoording moeten nemen. Helaas zie je bij de landelijke rijverenigingen dat maar een klein deel van de leden werkelijk deelneemt aan de lessen die aangeboden worden en gaat het bij de meeste ruiters er om om een startclub te hebben. Denk dat bij de prestatiegerichtheid van ouders ook meespeelt dat het best veel kost om een kind wedstrijden te laten rijden en dat ze daar resultaat van willen zien. Ze willen dat hun geld rendeert. Als de kosten een eind zakken, kunnen kinderen weer meer voor de lol op wedstrijd en het als een oefening zien. De juryleden en eventueel een extra jurylid die het gedrag tijdens het losrijden en op het parkeerterrein in de gaten houdt, zou daarin een oplossing kunnen bieden. Het zou dan ook mogelijk moeten zijn dat juryleden de ouders aanspreken op hun gedrag. Ken voorbeelden van ouders die in de trailer hun kind er van langs geven als het niet goed genoeg gegaan is. De caprilliproef zou voor zowel dressuur- als springruiters een goede optie zijn. Het kan echt geen kwaad als een dressuurpaard of -pony een keer een sprongetje maakt, door de afwisseling draag ook weer bij in het welzijn en worden de ruiters handiger en je houding wordt beter. Het zou goed zijn om de caprilli weer breed in te voeren en te zeggen dat je pas in een bepaalde klasse mag gaan starten als je de caprilli met goed gevolg hebt afgelegd. De proef moet gewoon laagdrempelig zijn.