Is concurrentiestrijd concoursen een kwestie van vrije markt?

Van: Paardenkrant-Horses.nl
Aan: Hendrik-Jan Schuttert, Tom Brinkman, Floris van Leuken

Sommige nationale en landelijke wedstrijden hebben het moeilijk in de concurrentieslag met de grote moderne accommodaties. Albert Voorn en Bianca Schoenmakers riepen op tot steun aan de oude getrouwen van de springkalender. Hebben zij een punt, of is dit gewoon een kwestie van de vrije markt en moeten de oude getrouwe wedstrijden zichzelf opnieuw uitvinden?


Van: Hendrik-Jan 

Hendrik-Jan Schuttert, springruiter en concoursorganisator CSI Ommen Jumping de Driehoek.
Foto:
Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl

We moeten er inderdaad op letten dat de traditionele concoursen wel in stand blijven. Iedereen die een concours organiseert, moet zichzelf blijven doorontwikkelen en inspelen op de sport en het publiek. Ik zou niet weten waarom traditionele concoursen niet mee zouden kunnen komen. De organisatie moet met de tijd meegaan. Eerder zaten tweesterrenwedstrijden bomvol, maar dat is niet meer het geval omdat er steeds meer concoursen zijn in totaliteit. De keuze is steeds groter.
Er zijn steeds meer ruiters die niet op een grasbodem willen rijden vanwege de weersgevoeligheid en zich automatisch opgeven voor een wedstrijd waar een goede bodem is. Dat maakt het voor traditionele concoursen veel moeilijker. Dit soort concoursen moeten ervoor zorgen dat de bodem in orde is en er moet een goed programma zijn. Over het algemeen is het prijzengeld overal iets omhoog gegaan. Een goed programma trekt mij persoonlijk ook meer dan een accommodatie waar elke maand een concours is. Ik ben dit weekend naar CSI Salland geweest vanwege het programma, het publiek en de sfeer. De nieuwe accommodaties waar elke twee weken wedstrijden worden georganiseerd zijn ook niet zaligmakend. Ikzelf sta er niet om te springen om elke week naar dezelfde locatie te gaan.


Van: Tom 

Tom Brinkman, springruiter en mede-organisator Jumping Schröder Tubbergen. FOTO PAARDENKRANT / MELANIE BREVINK-VAN DIJK

Natuurlijk moeten de oude traditionele concoursen blijven bestaan. Deze concoursen staan voor hoe het vroeger was. De sport en alles eromheen wordt alleen steeds moderner. Onze hele sport wordt commerciëler. Veel ruiters vanuit het buitenland rijden liever op een internationaal concours dan op een nationaal concours. Eigenlijk is het voor normale ruiters veel interessanter om op een normaal concours te rijden, omdat ze dan goedkoper uit zijn. Internationaal wedstrijden rijden kost een hoop geld. Desondanks willen veel ruiters toch liever internationaal rijden. Momenteel kunnen ze in principe in alle klassen rijden, denk aan de amateur-tour en de eensterwedstrijden. Voor veel mensen is het tegenwoordig ook beter voor de handel als een paard een stempel heeft staan in zijn paspoort als bewijs dat hij internationaal is gestart. Kopers willen resultaten zien.
Naar mijn idee maakt het niet uit of je met een paard nationaal of internationaal rijdt. Bij ons in Twente ligt dat ook iets anders. Wij hebben hier nog veel oude traditionele concoursen en daar gaan nog heel veel ruiters naartoe. Daarom denk ik ook dat oude concoursen zich zo goed mogelijk moeten blijven doorontwikkelen. Een super mooi nationaal concours is goedkoper dan een internationaal concours. Het is een stuk makkelijker. Het is een kwestie van heen en weer rijden, want de paarden hoeven niet op stal te staan op het concours.


Van: Floris 

Floris van Leuken, vertegenwoordiger van Holstein in de Benelux, springpaardenfokker, selecteur springveulens Borculo.

Inderdaad een trend die zich de laatste jaren meer en meer doorzet en nog maar moeilijk terug te draaien zal zijn. Zie het als een positieve ontwikkeling. Maar zoals voor alles in het leven geldt ook hier, maak er gebruik van met mate. Albert Voorn en Bianca Schoenmakers hebben zeker een punt waar ik voor honderd procent achter kan staan. In de praktijk zijn er meer en meer professionele stallen waarvan de paarden, met name jonge paarden in opleiding, alleen nog maar op één of twee concoursterreinen worden uitgebracht die dan vaak ook nog staan uitgeschreven als oefenwedstrijden. Jonge paarden dienen kilometers te maken op verschillende terreinen en in variërende ambiances. Logisch dat de kleinere wedstrijden met kwalitatief slechte bodems en mindere pistes niet meer de voorkeur krijgen, maar de oude getrouwe wedstrijden zoals Geldrop verdienen meer.
Sowieso van levensbelang voor onze sport in het algemeen is de aanwezigheid van publiek, het saamhorigheidsgevoel en de waardering voor de mensen, vaak vrijwilligers die dit allemaal mogelijk maken. Nogmaals, profiteer van de grote moderne accommodaties maar blijf bij de basis die onze sport zo boeiend en aantrekkelijk maakt en laat zowel ruiters als organisaties de wedstrijdplanning eens grondig hierop aanpassen.

Deze Info@ verscheen woensdag 11 oktober in De Paardenkrant. Nog geen abonnee? Sluit dan hier een (online) abonnement af.

 


Poll

Concurrentiestrijd concoursen is puur kwestie van vrije markt Lees meer »

Laden ... Laden ...
Reageer
Discussie zien we graag op Horses, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Reacties zonder naamsvermelding kunnen zonder opgave van reden worden verwijderd. Om de toegankelijkheid en leesbaarheid van de discussie te bevorderen geldt een maximale reactielengte van 250 woorden. Lees hier alle voorwaarden.
2 reacties op Is concurrentiestrijd concoursen een kwestie van vrije markt?
  1. 1

    Zelf zit ik in het bestuur van Geldrop Hippique het meest ergerlijk is dat ruiters afmelden zonder te betalen en vervolgens elders starten. VeLe ruiters hebben te weinig respect voor organisaties die met veel vrijetijd voor hun een wedstrijd organiseren. Woorden zoals van Albert Voorn en Bianca Schoenmakers doen organisaties goed. Uiteindelijk zijn het een hele boel vrijwilligers die voor hun klaar staan.

  2. 2

    Een club die zijn leden wedstrijden laat rijden moet zijn wedstrijden zelf organiseren.Door een vercommercialisering van de paardensport is men zich gaan wenden tot wedstrijdorganisatoren.Wat vooral in de dressuur nefaste gevolgen heeft gehad voor de dressuur zelf.Dit proces zou je zelfs ook omgekeerd kunnen gaan bekijken.De Club (FEI)is zich beginnen wenden tot wedstrijdorganisatoren met als gevolg een versnelde vercommercialisering van de paardensport.Met uiteraad dezelfde nefaste gevolgen voor de dressuur in het bijzonder.Niet dat die grote kapitaalkrachtige organisaties er niet mogen zijn,maar dan wel onder strikt toezicht van de club met als eerste prioriteit het bewaken van de puurheid en eerlijkheid van de sport.Nu zijn die wedstrijdorganisatoren de baas en dus de club te zwak, met als gevolg een langzame vernietiging van de pure sport.Die grote organisaties zullen het in de toekomst om langs om moeilijker krijgen en het groepje dat van die koek eet zal om langs hoe kleiner worden.Het is dus fantastisch dat enkele paardenmensen daar de aandacht beginnen op te vestigen.Gewone wedstrijden voor zoveel mogelijk leden,(niet voor steeds dezelfde 20), Zullen het langer houden dan dit prestigieus gedoe voor enkelen.Althans dit hoop ik toch,want deze wedstrijden zijn de toekomst van de paardensport.vr gr EC