Persoonlijk drama

‘De kantorenkoning’, het zojuist verschenen boek over opkomst en ondergang van Ger Visser, biedt tot op zekere hoogte een blik achter de schermen. Oók achter de coulissen van de illustere springstal Eurocommerce die gouden medailles won voor paardrijdend Nederland. Maar het jammere van het boek is dat Ger Visser eigenlijk als enige heeft meegewerkt.

De schrijvers, Raymond Korse van De Stentor en financieel-economisch journalist Jan Smit, nemen wel voldoende afstand tot de handel en wandel van Visser, maar veel gebeurtenissen die zij beschrijven zijn niet echt als feit komen vast te staan.

Hoogmoed

Hoogmoed komt voor de val, daar gaat dit boek over. Het beschrijft grotendeels de bedrijfsmatige uitglijers van Visser en de beweerde rol die aannemer Dik Wessels en de banken speelden in de ondergang van het kantorenimperium. Voor paardenmensen zijn de fragmenten over de stal natuurlijk het interessantst.

Ruzie met broer Kees

Een onbetwist feit is de ruzie die Ger met zijn broer Kees kreeg, toen Eurocommerce Montreal tegen de afspraak in bij kunstlicht moest springen op de Global Champions Tour in Cannes. Op de slechte bodem van de Olympische Spelen in Athene was het geniale springpaard van Wim Schröder zijn vertrouwen kwijtgeraakt en hij zou de tijd krijgen om zijn vertrouwen te herwinnen. Springen bij kunstlicht was voor het gevoelige paard geen goed idee. Toch wilde Ger dat Montreal in de Grote Prijs aan de start zou komen.

Marcus Ehning

Voor Kees Visser was dit de druppel die een emmer aan geschillen met zijn broer deed overlopen. Ook het idee dat Montreal dan nu maar gereden moest gaan worden door Marcus Ehning stuitte op verzet van Kees, die vaststelde dat Montreal geen probleem had met zijn ruiter, maar kampte met zijn eigen gebrek aan vertrouwen.

Totilas

Montreal was het begin van het einde van de samenwerking tussen Ger en Kees Visser. Volgens het boek kreeg de laatste een afkoopsom van 75 miljoen euro uitbetaald. Geen onderdeel van het boek, maar in dit verband wel saillant, is de uitspraak die Ger Visser destijds in een interview deed nadat zijn broer Kees Totilas had verkocht. ‘Ik zou mijn beste paard nooit verkopen’, bekritiseerde Ger Visser zijn broer. Het is natuurlijk zuur, maar ook veelbetekenend, dat de man die dit toen zei nu persoonlijk failliet is en met een plastic tasje van de Zeeman naar de behandeling van zijn strafzaak kwam.

Sporadisch gebeld

Het persoonlijke drama voor Visser is compleet. De man die veel ruiters jarenlang van goede paarden voorzag wordt nu nog maar sporadisch gebeld. Als je het boek uit hebt, overweegt het medelijden met een man die compleet in zijn eigen waarheid leeft.

Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur

d.rosie@eisma.nl

Reageren? Dat kan hier.