Voorproefje De Paardenkrant Extra WEG Kentucky
De vierde editie van De Paardenkrant Extra verscheen begin september 2010 en staat volledig in het teken van de Wereldruiterspelen in Kentucky. Hier staat alvast een voorproefje van de inhoud.
1. Van topsporter naar allround ondernemer
2. 'Ga je winnen?'
3. Dover werkt aan niveau Canadese dressuur
4. Onduidelijkheid over doping
5. âOnhandelbare Hickstead wordt wereldtopperâ
Van topsporter naar allround ondernemer
Aken, 3 september 2006. Meer dan 40.000 toeschouwers zien hoe Jos Lansink in een zinderende finale wereldkampioen wordt. Vier jaar later kloppen we aan bij de regerend wereldkampioen. Welke ambities en dromen heeft hij nu?
Uit zijn blik straalt energie en levenslust. Ambitie ook. Al geldt die niet meer uitsluitend voor het sportieve aspect van zijn carriĂšre. Anderhalf jaar geleden nam Lansink een nieuw complex in gebruik in het Belgische Meeuwen. Daar combineert hij de training van paarden met de handel.
Lansink kijkt met een goed gevoel terug op de voorbije vier jaar, waarin hij zich wereldkampioen springen mocht noemen. Al is er ook een maar. âHet nadeel is dat we niet alleen zelf ouder worden, maar de paarden ook. Dat zie je bijvoorbeeld aan Cumano, die minder vaak verschijnt op wedstrijden. Positief is dat Valentina van ât Heike (v. Nabab de Reve) de laatste achttien maanden enorme vooruitgang heeft geboekt en dat ik voor mijn gevoel een paar fijne paarden heb voor de toekomst. Met de paarden die ik nu heb, kan ik zeker nog tot de Olympische Spelen in Londen op het allerhoogste niveau meedoen.â
âStraks is Kentucky en dat is natuurlijk een beetje koffiedik kijken, want het is voor Valentina het eerste grote kampioenschap.â Lansink heeft niet het gevoel dat hij niets kan bereiken met de twaalfjarige Valentina in Kentucky. Anders zou hij waarschijnlijk ook niet gaan. "Maar het blijft natuurlijk een kampioenschap en daar gebeuren wel eens vaker vreemde dingen. Met Valentina heb ik nog steeds het gevoel dat er rek in zit. Bij haar heeft het niet lang, maar heel lang geduurd voor we op dit niveau kwamen. Andere mensen hadden het misschien al opgegeven.â Zelf is de ruiter ook wel eens dicht bij dat punt geweest. âIk ben wel eens thuisgekomen en dat ik dan tegen mân vrouw zei: âIk geloof dat het een fokmerrie wordtâ.â
In De Paardenkrant Extra staat een uitgebreid interview met springruiter Jos Lansink. Hij vertelt over zijn bedrijf en praat over de ontwikkeling van de springsport in de afgelopen jaren.
Uit zijn blik straalt energie en levenslust. Ambitie ook. Al geldt die niet meer uitsluitend voor het sportieve aspect van zijn carriĂšre. Anderhalf jaar geleden nam Lansink een nieuw complex in gebruik in het Belgische Meeuwen. Daar combineert hij de training van paarden met de handel.
Lansink kijkt met een goed gevoel terug op de voorbije vier jaar, waarin hij zich wereldkampioen springen mocht noemen. Al is er ook een maar. âHet nadeel is dat we niet alleen zelf ouder worden, maar de paarden ook. Dat zie je bijvoorbeeld aan Cumano, die minder vaak verschijnt op wedstrijden. Positief is dat Valentina van ât Heike (v. Nabab de Reve) de laatste achttien maanden enorme vooruitgang heeft geboekt en dat ik voor mijn gevoel een paar fijne paarden heb voor de toekomst. Met de paarden die ik nu heb, kan ik zeker nog tot de Olympische Spelen in Londen op het allerhoogste niveau meedoen.â
âStraks is Kentucky en dat is natuurlijk een beetje koffiedik kijken, want het is voor Valentina het eerste grote kampioenschap.â Lansink heeft niet het gevoel dat hij niets kan bereiken met de twaalfjarige Valentina in Kentucky. Anders zou hij waarschijnlijk ook niet gaan. "Maar het blijft natuurlijk een kampioenschap en daar gebeuren wel eens vaker vreemde dingen. Met Valentina heb ik nog steeds het gevoel dat er rek in zit. Bij haar heeft het niet lang, maar heel lang geduurd voor we op dit niveau kwamen. Andere mensen hadden het misschien al opgegeven.â Zelf is de ruiter ook wel eens dicht bij dat punt geweest. âIk ben wel eens thuisgekomen en dat ik dan tegen mân vrouw zei: âIk geloof dat het een fokmerrie wordtâ.â
In De Paardenkrant Extra staat een uitgebreid interview met springruiter Jos Lansink. Hij vertelt over zijn bedrijf en praat over de ontwikkeling van de springsport in de afgelopen jaren.
âGa je winnen?â
âGa je winnen?â Een lastige en zeker niet onbelangrijke vraag, die Tim Lips, Petra van de Sande, Carmen Römer-Theunissen en Jurgen Pouls beantwoorden. De vier komen ieder in een andere discipline in actie voor Nederland. Tim Lips: âIk wil proberen te winnen. Dat is het doel. Al zou ik zeker niet ontevreden zijn met brons. Ik heb nog nooit een medaille gewonnen en er ook nog niet dichtbij gezeten. Het gaat te ver om te roepen: âIk wil alleen maar die medaille winnen.â Dat willen 80 anderen ook. Je moet het wel realistisch bekijken. Maar als ik heel goed rijd, dan zou een plaats in de top tien er wel in moeten zitten.â
Petra van de Sande: âMijn Hyves-pagina heet âPetra goes for goldâ. Dat is mijn doel. Absoluut. Ik ga ervoor! Heel mijn leven staat in het teken van de sport. Maar of ik ga winnen? Natuurlijk hoop ik het. De paardensport is mijn leven, mijn lifestyle, mijn passie. Ik ga voor de medailles. Als dat niet lukt, dan is het jammer. Ik wil dan ook precies weten waar het aan heeft gelegen en dat analyseren, om mezelf nog meer te verbeteren en scherper te worden.â
Carmen Römer-Theunissen: âIk heb goede medaillekansen. In onze sport zijn er wel 50 deelnemers die kans maken. Toch kan ook de beste op een steen trappen en dan is het voorbij. We rijden niet in een mooi gesleepte bak en zijn niet in vijf minuten klaar. Ik vind het jammer dat er zo weinig aandacht voor endurance is. Het is echt een ondergeschoven kindje. Ik hoop daar met een goede prestatie in Kentucky verandering in te brengen.
Jurgen Pouls: âIk probeer om zo goed mogelijk te presteren en ga voor een top 10-klassering. Maar de kans dat ik ga winnen is klein. In het verleden hebben we wel laten zien dat we voor verrassingen kunnen zorgen. We gaan met een Nederlands team dat naast mijzelf bestaat uit Hubertus Heule, Rieky Young en Fenna Elzinga. De kanshebbers zijn de Amerikanen, Canadezen, Italianen en Belgen.
In De Paardenkrant Extra Ondernemen De Paardenkrant Extra vertellen de vier ruiters meer over hun voorbereidingen en verwachtingen van de Wereldruiterspelen.
Dover werkt aan niveau Canadese dressuur
Robert Dover is sinds 2009 bondscoach van het Canadese dressuurteam en gaat er helemaal voor. Zijn doel is niet alleen hoge scores neerzetten in Kentucky. De Amerikaan wil het niveau van de Canadese dressuur op een hoger peil brengen. De complimenten vliegen je om de oren als Robert Dover, bondscoach van het Canadese dressuurteam, zijn pupillen traint. Daar waar Sjef Janssen zuur kijkend langs de kant staat te fluisteren, laat Dover zijn leerlingen met woorden als âamazingâ, âincredibleâ en âstunningâ duidelijk merken dat ze dingen goed doen. Toch moet ook gewerkt worden en het liefst met â150 procent inzetâ, vindt Dover. Dover nam zijn team van mei tot eind juli mee naar Europa om ervoor te zorgen dat de Canadese amazones niet onbeslagen ten ijs komen in Kentucky. âHet niveau van de ruitersport is in de Verenigde Staten en Canada niet hoog genoeg om te zorgen dat de ruiters zo goed voorbereid zijn dat er een podiumplaats in zitâ, zegt Dover, die zijn taak als bondscoach heel serieus neemt.
Over de komende Wereldruiterspelen: âVoor de sport bij ons in de Verenigde Staten en Canada is het heel goed dat de Wereldruiterspelen dit jaar in Kentucky plaatsvinden.â Dover beaamt dat het niveau van de dressuursport in de Verenigde Staten en Canada nu nog niet kan tippen aan Europa. Het gaat Dover ook niet alleen om de hoge punten in Kentucky, hij streeft naar een hoger niveau van de Canadese dressuursport. âIk zet me echt in om iets op te bouwen waar Canada trots op kan zijn. Ik had deze baan nooit aangenomen als er niet iets zou worden veranderd aan het onderliggende systeem.â Niets is volgens hem belangrijker dan de ontwikkeling van talentvolle ruiters, amazones en paarden. âIk heb samen met een werkgroep programmaâs opgesteld die een combinatie zijn van Amerikaanse, Duitse en Nederlandse programmaâs. Van elk land heb ik het beste meegenomen voor Canada. Ik denk dat we een heel sterk programma hebben ontwikkeld.â
Robert Dover vertelt in De Paardenkrant Extra veel meer over de ruiters die hij meeneemt naar Kentucky en het ontwikkelde systeem om het niveau van de Canadese dressuursport hoger te brengen.
Onduidelijkheid over doping
Welke middelen wel of niet toegestaan zijn in de paardensport is tegenwoordig duidelijker dan ooit. De FEI stelde een positieve lijst op. Toch is ook nog veel onduidelijk. Teamveterinair mennen Ben Horsmans legt uit. De cijfers tonen aan hoe klein de groep kwaadwillige dopinggebruikers is. Horsmans pakt de cijfers van 2006 erbij. Toen nam de FEI meer dan 2.000 dopingtesten af. 51 testen waren positief. Hiervan waren 44 positieve resultaten het gevolg van medicijnen waarvan de veterinair de wachttijd had onderschat. Horsmans: âDe overige zeven testresultaten hadden met echte overtredingen te maken.â
Volgens Horsmans weet het gros van de dopingzondaars niet wat de âwachttijdenâ van medicijnen zijn en hetzelfde geldt voor hun veterinairs. De wachttijd van een medicijn is de tijd die een bepaalde stof er over doet om het lichaam te verlaten. Het blijkt lastig om die wachttijden te bepalen. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van het metabolisme van het paard en de wijze van toediening. Het is in ieder geval winst, zegt Horsmans, dat de FEI momenteel een goede en duidelijke strategie heeft voor wat betreft een schone sport. âDe transparantie is sterk vergroot. We moeten alleen de fabrikanten van medicijnen voor paarden nog zo ver zien te krijgen dat ze meer onderzoek doen naar wachttijden.â
Waarom is het zo lastig om paarden al voor de wedstrijd op doping te controleren en waarom worden niet alle paarden getest? De antwoorden van Ben Horsmans op deze en andere vragen staan in De Paardenkrant Extra.
âOnhandelbare Hickstead wordt wereldtopperâ
De in Nederland gefokte Hickstead maakt met zijn Canadese ruiter Eric Lamaze kans op een medaille in Kentucky. De weg naar de absolute top verliep voor de hengst echter niet zonder slag of stoot. Zijn talent werd pas laat herkend. KWPN'er Hickstead (Hamlet x Ekstein) werd 2 maart 1996 geboren in de stallen van Jan van Schijndel. âHij viel niet direct op als veulen. Hij was niet moeders mooiste en bewegen deed hij ook niet heel overtuigendâ, vertelt de fokker. âIk weet nog wel dat hij een heel apart karakter had.â Hij verkocht Hickstead aan Gerard Franssen, die er wel wat in zag voor de handel. âEr was iets dat me aansprak in Hicksteadâ, vertelt Franssen. âHij was lastig, maar was heel snel en wendbaar. Ik dacht dat ik er een goed paard aan had om te verkopen als speedpaard.â
Franssen vervolgt: âOp een gegeven moment, toen Hickstead zeven was, kwam springruiter Eric Lamaze langs om paarden te kijken. Hij nam hem mee naar Canada.â Lamaze wilde de hengst snel de 1,40-klasse inrijden en dan doorverkopen. Dat ging niet door. Kopers waren snel weer weg toen ze op zijn rug hadden gezeten. Lamaze: âToen besloot ik er zelf maar mee door te gaan. Op een gegeven moment kwam ik erachter dat dit paard puur op instinct en talent springt. Dat moet je niet willen veranderen, je moet hem gewoon de wedstrijd insturen en ervaring op laten doen. Toen ik dat eenmaal besefte, was niets meer te hoog. Hij zal zijn leven geven om de balken in de lepels te laten liggen.â
De sportieve loopbaan van de hengst is nog lang niet voorbij, als het aan Lamaze ligt. âHij presteert nog steeds op uitzonderlijk niveau en wordt nu ook steeds constanter.â Met de overwinning in de Grote Prijs van Aken op zijn naam, gaat Eric Lamaze met vertrouwen naar de Wereldruiterspelen in Kentucky. âIn de springsport weet je natuurlijk nooit iets zeker. Maar als het een beetje meezit, dan zit er zeker een individuele medaille in.â
In De Paardenkrant Extra meer over de levensloop van Hickstead en zijn carriĂšre als dekhengst.





