Column Rick Helmink: Goed doen ze het nooit Opinie

Een boze Ad Valk - Foto: Melanie Brevink-Van Dijk

Nu ik er een paar nachten over heb geslapen en de punten nog eens heb bekeken, moet ik toegeven dat Gert van den Hoorn en Arie Hamoen in de finale van de Pavo Cup nog niet zo gek hebben gejureerd naar mijn idee. Een paar uitzonderingen daargelaten, staan er voor het merendeel van de paarden reëele punten op de protocollen volgens mij. Maar ik zou dit stukje niet tikken als er niet ook iets is, waar ik me druk om maak. 

Dat is het volgende: hoe kan een paard in een aanlegwedstrijd op maandag 87 punten scoren en op zaterdag 75,6? Is dat paard dan binnen een paar dagen tot een sukkelaar getransformeerd die eigenlijk niets te zoeken had in die finale? Hoe kan paard in de halve finale een mooi cijfer voor de stap (afgeleid van totaal 90 punten) krijgen en een paar dagen later in de finale een 6,7? Dat terwijl het paard niet zo gek veel anders deed in stap dan in de halve finale.

Compleet onduidelijk

Ik ben er helemaal voor dat juryleden beoordelen wat ze zien en de in het verleden behaalde punten geen garantie vormen voor de toekomst. Maar dan heb ik wel wat extra uitleg nodig. Wat is er precies veranderd aan de aanleg van een paard dat zo’n keldering in de punten veroorzaakt? Of wat heeft de jury van de halve finale over het hoofd gezien? Waar moet het heen? Wat wordt door de juryleden gezien als goed? Dat is nu compleet onduidelijk.

Uitleg

Aan uitleg ontbrak het vaker op de KWPN Kampioenschappen. Ik heb Bert Ruttens commentaar bij de afstammelingenkeuring nog een terug geluisterd. Afgezien van een paar hengsten die toch al weinig dekken (en dus weinig ‘schade’ aan kunnen richten) werd de nafok van vrijwel elke hengst opgehemeld. Bij welke merrie de topfokhengst dan past kregen we niet te horen. Dat zal wel niet uitmaken, als het allemaal goed is.

Communicatie

Misschien zijn de communicatieve vaardigheden van juryleden tegenwoordig wel belangrijker dan het vermogen om in een glazen bol te kunnen kijken. Uitleggen hoe je tot een bepaald punt bent gekomen, waarom dit nu afwijkt van eerdere (hogere of lagere) punten, aangeven waar je heen wilt, wat het ideaalplaatje is, wat het verschil is tussen een 7, een 8 en een 9.

Een ding is alvast zeker, ook bij de ‘goede uitleg’. Goed doen de juryleden het nooit. Maar dat hoef ik niet te zeggen, daar hebben we Ad Valk voor.

Rick Helmink

freelance medewerker Paardenkrant-Horses.nl

Reageer
Discussie zien we graag op Horses, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Reacties zonder naamsvermelding kunnen zonder opgave van reden worden verwijderd. Om de toegankelijkheid en leesbaarheid van de discussie te bevorderen geldt een maximale reactielengte van 250 woorden. Lees hier alle voorwaarden.
6 reacties op Column Rick Helmink: Goed doen ze het nooit
  1. 1

    Zou het niet zo zijn dat de juryleden de boodschap mee krijgen dat het stamboek opgehemeld moet worden omdat de inkomsten achteruit gaan als mensen kiezen voor hengsten van andere stamboeken.
    Je zou kunnen denken dat de juryleden ingefluisterd wordt dat het stamboek gepromoot moet worden en dat je dan positief commentaar moet hebben. Van mij hoeft een paard niet afgebrand te worden, maar wat voor merrie passend is voor een hengst zou wel de minimale informatie zijn die je verwacht van de juryleden. Het zou een optie zijn om bij het tonen van de nakomelingen ook de merrie te tonen. Dan weet de fokker ook meer.

  2. 2

    @Irene, bij de veulens lopen de moeders erbij dus die vergelijking kan gemaakt. Jammer is dat dat in het commentaar niet wordt verwerkt. Fokkers kiezen om vooruit te komen, dus of een hengst zich daarin positief onderscheidt is voor kenners ms te zien maar kan voor anderen plezierige informatie zijn.

  3. 3

    Ik kom de laatste tijd wel erg veel discussies tegen over het jureren van dressuur wedstrijden in de media. Misschien zullen we eens gebruik moeten gaan maken van kenners uit de springwereld om eens nieuw bloed in de jurering te laten instromen. Wanneer Rinus Blom, sponsor van de Blom cup springen zijn eigen paard bij de vijfjarigen in de finale wil zien winnen dan zal zijn stalruiter in de barrage zonder springfouten en met de snelste tijd aan de finish moeten komen en wanneer dat zo is dan kan een ieder dit met eigen ogen aanschouwen. Bij de dressuur heb ik wel eens mijn bedenkingen over bepaalde uitslagen want wat de jury ziet moet in principe toch ook goed te volgen zijn door de neutrale toeschouwer.

  4. 4

    Ik keek lang geleden eens naar het inrijden en de proef in de voorronde van de PAVO-cup naar een jonge goedgekeurde hengst waarvan de verwachtingen hoog gespannen waren. De hengst was dan ook een echte eye-catcher, maar had één uitgesproken zwakker punt: de stap.
    Nu was de hengst wel gespannen en druk, maar het was duidelijk dat dit verreweg de minste gang was. Toch kende de jury hier een ruime voldoende aan toe.
    Ik moet toegeven: als je dan constateert dat een wat minder in het oog springend, maar zeer correct paard met een beduidend betere stap daar dan een mager zesje op scoort, dan wringt dat. Vanaf dat moment heb ik nooit meer met dezelfde ogen naar de uitslagen gekeken.
    Toch denk ik niet dat de jury zich er niet bewust was dat de stap werd overgewaardeerd, maar bang was dat een paard dat wellicht veel voor de fokkerij zou kunnen betekenen in de publieke opinie minder waardevol zou lijken. En de hengst in kwestie heeft ook veel voor de fokkerij betekend.
    Ik kan er natuurlijk volledig naast zitten, maar het is de enige plausibele verklaring die ik kan bedenken. Met als gevaar dat in dezelfde publieke opinie een mindere stap als van minder zou kunnen worden aangenomen.
    Nu denk ik dat zowel het een als het ander wel mee zal vallen en de gemiddelde fokker in staat moet worden geacht om het totaalplaatje van een paard voor zichzelf in beeld te krijgen en aan de hand daarvan de hengstenkeuze te bepalen.
    En daarbij kan het inderdaad wel nuttig zijn kort te benoemen wat de sterke en de eventueel wat mindere kanten van de deelnemende paarden zijn, zonder dat dit ook maar iets aan de kwaliteiten van het betreffende paard hoeft af te doen.
    Perfectie zie je uiteindelijk maar zelden en dan zouden we ook niks meer te verbeteren hebben.

  5. 5

    Wat ik graag even wil benoemen is dat er een groeiend aantal communicatie-toppers is. Neem bijvoorbeeld Marian Dorresteijn of Ine van Deursen. Kritisch en eerlijk, maar altijd opbouwende formuleringen, aangegeven dat het is zoals op dat moment geconstateerd, relativerend en met een goede uitleg waarin afwegingen worden verduidelijkt en toegelicht. En ook wanneer het merendeel van de beoordeelde onderdelen of punten niet naar wens zijn, toch altijd afsluitend met het benoemen van die zaken die wel positief zijn. Afsluiten met een korte samenvattende opsomming zoals Cor Loeffen ook verstaat, een advies en en eindigen een positieve noot stuurt mensen met een heel ander gevoel de baan uit. Daar kun je als fokker/ eigenaar ook wat mee.

    Laten we niet vergeten dat juryleden ook liefhebbers en vaak zelf gepassioneerde fokkers en ruiters zijn. Niemand staat in de baan om een ander een slechte dag te bezorgen. Misschien moeten we met z’n allen als KWPN-leden minder denken in zij- en wij-.

    Hopelijk verstaat toekomstig een steeds groter wordend aantal professionals de kunst van het vinden van de juiste bewoordingen om constateringen over te brengen op de gewenste manier en met het gewenst effect. Openheid, transparantie en benaderbaar zijn en ‘tussen de fokkers staan’. Een mooie uitdaging. Het gesprek en de discussie met elkaar blijven aangaan. Dat zorgt voor een win-win situatie.

    Willen we de fokkerij vooruit helpen zullen we eerlijk, objectief, transparant en ook zeker voorlichtend en verklarend moeten zijn naar elkaar toe. Geen aanames doen en emotie niet de boventoon laten voeren. Moeilijk misschien in een wereld vol passie en trots en emotie en waarin ook nog zoiets bestaat als ‘boeren verstand’ en ‘paardenmensen’ die het ‘gewoon zien’.. een mooie uitdaging voor het jurylid van de toekomst en een schone taak die naast de kunst om een paard objectief en kundig te beoordelen, een combinatie van interpersoonlijke, communicatieve en misschien haast wel onderwijskundige vaardigheden vereist.

  6. 6

    Janneke, woorden van wijsheid en verstand van zaken. Heerlijk om te lezen. Kritiek en emoties moeten ook mogelijk zijn. Zoals bijvoorbeeld het vreselijk langdradige finalerondes. Met als afsluiting een prijsuitreiking voor lege tribunes.