Moeten kampioenschappen voor profs en amateurs gescheiden worden? Info@

Het podium van het Lichte Tour-kampioenschap.

De KNHS-kampioenschappen geven steeds weer aanleiding tot discussie over de samenstelling van het deelnemersveld. Amateurs klagen dat ze tegen de profs geen schijn van kans maken en soms worden profs ten onrechte als zodanig bestempeld. Dressuuramazone Laurien van der Meer kwam onlangs in de Paardenkrant-Horses.nl met de oplossing: gewoon de profs en de amateurs scheiden en aparte kampioenschappen laten verrijden. Duitsland levert met zijn ‘Berufsreiterchampionate’ het bewijs dat het kan. Ben je het met Laurien eens?

Van: Paardenkrant-Horses.nl
Aan: Dennis van den Brink, Linda Verwaal en Rob Hatzmann


Van: Dennis 

Dennis van den Brink, springruiter.
Foto: Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl

Ik weet niet precies hoe het zit met het ‘Berufsreiterchampionate’ omdat ik maar twee jaar in Duitsland heb gewerkt en daardoor niet alle regels precies weet. Maar volgens mij krijg je bij in Duitsland verreden wedstrijden, zowel nationaal als internationaal, voor iedere plaatsing in een proef punten. En die punten zijn een jaar geldig. Zoals bij de wereldranglijst van springruiters. Zo wordt iedere rubriek ook uitgeschreven. Bijvoorbeeld bij M springen: 0 tot 1000 punten. Als je dan meer punten hebt, mag je niet deelnemen. En als je voor een andere rubriek te weinig punten hebt, geldt hetzelfde. Maar aan de hoogte en puntenuitschrijving van een rubriek zijn ook regels verbonden qua prijzengeld. Misschien dat dat één van de redenen is waarom het in Duitsland wel mogelijk is om zo’n ‘Berufsreiterchampionate’ te organiseren. Dus ik weet niet of de oplossing van Laurien van der Meer zo simpel is als het klinkt.


Van: Linda 

Linda Verwaal, Grand Prix-dressuuramazone
Foto: Melanie Brevink- van Dijk

Ik ben al jaren actief in de wedstrijdsport en daarnaast ben ik ook jurylid. Wat mij is opgevallen is dat ruiters en amazones soms een zondebok zoeken voor het niet voldoende presteren. Meestal is het de jury en soms hoor je weleens: ‘Hoe kunnen we nou van een prof winnen?’ Het blijft lastig om het iedereen naar het zin te maken, we rijden met regels die voor iedereen gelijk zijn. Er zijn al wel regels gesteld, waardoor profs, die al op Grand Prix-niveau gereden hebben, niet in lagere klassen uit mogen komen. Met dit soort oplossingen benadeel je een kleine gedreven groep profs. Het scheiden van profs en amateurs wordt lastig, er blijft een grijs gebied over van mensen die wel, dan geen profs zijn.
Zelf heb ik jaren in Duitsland gereden. Daar wordt gewerkt met leistungsklasses. Naarmate dat je beter presteert, kom je in een hogere leistungsklasse. In de proeven rijden meestal ruiters uit drie verschillende leistungsklassen. De leistungsklassen beginnen met zes, de hoogste is leistungsklasse één, waar bijvoorbeeld Isabell Werth in rijdt. Deze mensen kunnen dan nog steeds lagere rubrieken rijden. Een hogere leistungsklasse wordt bereikt door het behalen van een bepaald aantal hoge plaatsingen op concoursen. In de rubrieken wordt geen onderscheid gemaakt of iemand een prof is of gewoon goed kan rijden. Uiteindelijk willen amateurs zich juist meten met profs. Conclusie: een amateur kan net zo goed zijn als een prof. Maak leistungsklassen zodat je de mensen in groepen bij elkaar brengt die zich aan elkaar kunnen meten.


Van: Rob 

Rob Hatzmann, parcoursbouwer en official.
Foto: Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl

Ik kan me de frustratie van Laurien goed voorstellen. Zeker omdat er geen verjaringstermijn aan wat je ooit gereden hebt, is gekoppeld. Aan de andere kant kan ik ook heel goed de gevoelens van de dressuuramateur begrijpen. In de dressuur heb je met twee tegenstanders te maken. De professionele ruiter en een jury.
Daarnaast is er sprake van disciplinediscriminatie. Bij het springen zijn er wel beperkingen, maar zijn er geen voorwaarden in welke hoogste klasse je in het verleden hebt gereden. Jeroen Dubbeldam kan gewoon in het L of M-springen starten op de regiokampioenschappen. Bij het springen is het trouwens in het L of M niet vanzelfsprekend dat de prof het wint van de amateur. De discussie omtrent de splitsing van amateurs en profs is er al decennia lang. Tot op heden heeft dat nog steeds niet kunnen leiden tot een aanvaardbare oplossing. Ook de oprichting van een aparte vereniging voor amateurruiters is een vroege dood gestorven. Sinds een aantal jaren is er voor de klasse B en L1 en het B-springen wel een apart kampioenschap gekomen. Inmiddels puilt de agenda van de KNHS uit van alle kampioenschappen die verreden dienen te worden. Nog meer aparte kampioenschappen vind ik niet wenselijk.
Kenner van de situatie in Duitsland ben ik niet, maar die is volgens mij niet te vergelijken met die in Nederland. ‘Berufsreiter’ is daar een vak en je dient een opleiding te hebben afgerond om lid te kunnen worden van de belangenvereniging van ‘Berufsreiter’. Deze vereniging organiseert zelf een kampioenschap voor hun leden, het ‘Berufsreiterchampionate’. Niet te vergelijken en dus ook geen oplossing. De enige oplossing die ik zou weten: de minst slechte!

Deze Info@ verscheen woensdag 15 februari in De Paardenkrant. Nog geen abonnee? Sluit dan hier een (online) abonnement af.

Reageer
Discussie zien we graag op Horses, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Reacties zonder naamsvermelding kunnen zonder opgave van reden worden verwijderd. Om de toegankelijkheid en leesbaarheid van de discussie te bevorderen geldt een maximale reactielengte van 250 woorden. Lees hier alle voorwaarden.
10 reacties op Moeten kampioenschappen voor profs en amateurs gescheiden worden?
  1. 1

    Dat bij het springen profs in lagere klassen starten en dat dat geen garantie is dat die profs winnen vloeit voort uit het feit dat bij springen alles veel duidelijker is. Een balk is een balk. Bij de dressuur wordt een fout van een prof beloond met een 7 of een 8 en diezelfde fout levert een amateur een 4 op.
    Juryleden zijn ook maar gewoon amateurs en durven vaak geen kritiek te hebben op mensen die hun brood in de paarden verdienen en overal de hemel in geschreven worden. Wij hebben al vaak gezien dat het al in punten scheelt door wie je voorgelezen wordt of welk logo er op je dekje staat. Bij de springsport is dat onderscheid er niet. Alleen in de laagste klassen voor de stijl.

  2. 2

    Als amateur vind ik het ontzettend leuk wanneer het me een keer lukt om een prof ‘ eruit’ te rijden in de dressuur. Ook zij kunnen fouten maken. Wat het wat oneerlijker maakt is dat zij met kwalitatief veel betere paarden rijden, over het algemeen, waardoor de punten voor de stap, draf en galop vaak dermate hoog zijn dat er fouten, en dus lage punten, gecompenseerd worden. Dat is voor een amateurspaard vaak moeilijker. Aan de andere kant, de paarden van de profs kunnen weer veel sensibeler zijn waardoor het rijden van zo een dier al een knap staaltje werk is… Het onderscheid tussen prof en amateur is gewoon niet duidelijk te krijgen, al bij de jonge ruitertjes zie je grote verschillen, de families die met een vrachtwagen vol pony’s het wedstrijdterrein op komen rijden… Tsja, moet je die kinderen dan al als prof wegzetten? Wat ik wel jammer vind is dat de man met de pet het prijzengeld betaald voor de profs… Nu wordt de hoogte van het inschrijfgeld vrij gegeven door de knhs, eens kijken of dat voordelen of nadelen gaat geven voor de amateurruiter.

  3. 3

    Als ik puur naar mezelf kijk… eerder beroepsmatig en nu moeder met een gezin en hobby matig, dan zit daar dag en nacht verschil in. Alleen al het gevoel dat je ontwikkeld door veel verschillende paarden op één dag te rijden, maakt al een enorm verschil. Toen reed ik dagelijks meerdere paarden, nu als het mee zit 4 soms 5 keer in de week 1 paard. Mijn liefde voor de sport blijft en ik zal er dan ook alles aan doen om te kunnen blijven rijden, maar dan wel met een eigen doel! Sommige amateurs hebben geen gezin en kunnen ook iedere dag rijden/longeren of wat dan ook… waar ligt dan de grens. Ook mensen met een binnenbak hebben voordeel, zowel ’s zomers met de dazen als ’s winters met de vorst, zij kunnen 24/7 blijven rijden…en ga zo maar door. Het blijft altijd lastig en ook ik zie veel voordelen om dagelijks actief in de paarden te zijn, voor mij staat nu mijn gezinsleven op 1 en staan de paarden daardoor op nr 2. Ik rijd nu dan ook niet voor de plaatsing maar wel voor mijn eigen doel/vooruitgang. Als de jury correct is krijg je de juiste punten wel waardoor ook ik mijn nieuwe doel zal halen !

  4. 4

    Ik ben voor prof rubrieken tenminste als ze ons dan ook als prof gaan behandelen. Daar mee bedoel ik een goede bodem en fatsoenlijk prijzengeld.daar wil ik ook wel meer inschrijfgeld voor betalen geen probleem mee.
    Maar op het moment dat ik 12.50 moet betalen of zelfs 17.50 (subtop) voor een waxinelichtje houder, geloof me dan is het toch echt hobby en geen werk.
    Concours rijden kost de profs enorm veel geld elk jaar en dat is geen probleem want de paarden worden meer waard en beter verkocht maar ga het niet over de prijzen weghalen hebben want je mag mijn waxinelichtje hebben hoor geen probleem.
    Maar weet zeker dat als je het prijzen geld omhoog doet bij een prof rubriek en de inschrijving vrij laat voor iedereen dat er in een keer een stuk meer “profs”zijn.
    En dan hebben we het nog niet eens over de amateurs die het vaak beter (lees goeie baan veel vrijetijd) voor elkaar hebben als de profs (lange dagen veel paarden weinig verdienen)dus ja wij willen heel graag winnen want dan is ons paard namelijk makkelijker en duurder te verkopen en kunnen wij ook wat geld verdienen. En als je veel wint dan komen eigenaren ook sneller hun paard brengen ect.
    Het Duitse systeem spreekt mij wel aan maar denk niet dat het er komt gezien het voor de knhs veel extra werk geeft. Maar wie weet de tijd zal het leren.

  5. 5

    Het verschil tussen de amateur en de prof zit in het aantal uren dat deze te paard zit.
    De prof rijdt tussen de 4 en 8 paarden per dag en de gemiddelde amateur maar 1.
    Het rijkunstig gevoel en ervaring zijn daardoor bij de prof meer ontwikkeld. In de wedstrijden komt dit vooral naar voren vanaf de klasse Z, waar de details in de rijderij steeds belangrijker worden.
    De scheidinglijn tussen junioren, youngriders en U25 is simpel te bepalen, maar waar ligt de lijn tussen amateur en prof? Wij van de NNBR (@Rob, geen vroege dood gestorven, maar wel in coma geraakt door het plotselinge overlijden onze voorzitter Dhr. Paul Wiertz) zochten de scheiding tussen de beroepsruiter en de niet-beroepsmatige ruiter. Het concept hiervoor kunt u vinden op http://www.nnbr.nl
    Omdat de inschrijf- en prijzengelden per 1 april 2017 zijn vrijgegeven, is het bijvoorbeeld voor verenigingen mogelijk om gemengde rubrieken te uit te schrijven met een gescheiden klassering.
    a.) Voor niet-beroepsmatige ruiters met een laag inschrijfgeld, en met bekers, medailles en/of
    gebruiksvoorwerpen als prijzen.
    b.) Een open inschrijving voor de beroepsruiters en de ruiters die zich graag willen meten met de beroepsruiters.Hiervoor kan dan een hoger inschrijfgeld gevraagd worden waarvan een hoog percentage terugvloeit naar het prijzengeld.
    Dit alles geldt natuurlijk voor zowel dressuur- als springwedstrijden.
    Bij een scheiding kunnen voor de beroepsruiter kampioenschappen in alle klassen gehouden worden.
    Welke vereniging gaat de uitdaging aan?

  6. 6

    Er zijn proeven voor jonge paarden gekomen, waar te weinig gebruik van wordt gemaakt omdat ze op regionale wedstrijden gewoon kunnen starten.
    Dit voor de jongere paarden van o.a de professionals.
    Scheiden heeft geen zin, dan komen ze te boek als huishoudster, vrachtwagenchauffeur of boekhouder.

    Zware tour ruiters t/m Z2 niet meer toegestaan.
    Die hebben de 4 ,5 en 6 jarige proeven en het ZZlicht.

    De lichte toer combinaties Z1 en Z2 toestaan en de jonge paarden proeven.
    Zo zullen er meer uitschrijvingen komen van de jonge paarden proeven en zeg nou zelf…..hoe kan een goed paard nou tot zijn recht komen in een baan van 20 bij 40 waarin hij voortdurend moet wenden draaien en keren.

  7. 7

    eens met Linda Verwaal, hogere eisen aan jezelf stellen en ind. niet en ander de schuld geven.

  8. 8

    Ik zou groot voorstander zijn van het onderscheid tussen amateurs en profs. Ik ga ook even in op de tegenargumenten, die ik nogal spijkers op laag water zoeken vindt.
    1. De kampioenschappen kunnen gewoon op dezelfde dag gereden worden, want op zich blijft het aantal deelnemers gelijk. Er komen alleen 2 prijsuitreikingen op die dag i.p.v. 1. Daarmee is er geen agendaprobleem.

    2. Ook het ‘je moet iets de schuld geven van het onvoldoende kunnen rijden’ vind ik een raar argument. De situatie rondom de profs is niet alleen of ze beter kunnen rijden dan amateurs, maar vooral ook dat de profs betere paarden hebben, kunnen kopen of te rijden krijgen. Als je paarden van topfokkers of rijke eigenaren te rijden krijgt, dan kan geen enkele amateur, tenzij zelf heel rijk, daar tegenop.

    3. Verder zie ik het probleem van het grijze gebied ook niet zo. Je laat iedereen gewoon zelf kiezen. En de echte profs, die zeer bekend zijn in het circuit die zich inschrijven bij amateurs, die worden vanzelf wel daar op aangesproken. En amateurs die zich inschrijven bij de profs, die vinden het kennelijk niet erg om onderaan te eindigen, of kunnen qua niveau gewoon super goed mee. Geen doorslaggevend argument, al zouden er 1 of 2 doorheen glippen.

    Met name tot de klasse ZZ-licht zou ik het gescheiden maken. Daarboven kan ik mij voorstellen dat het niet perse nodig is. Gewoon een keer proberen zou ik zeggen!

    Mary

  9. 9

    Dit weekend was er in Reims Frankrijk een concours voor professionals en amateurs gescheiden, en was te volgen op clipMyHorse TV. Daar kan het dus ook!

  10. 10

    In België zijn er twee federaties De KBRSF onder het FEI en de LRV. Beiden hebben ze een totaal andere filosofie om de paardensport te beoefenen. Wij hebben hier dus eigenlijk de keuze. Maar hier hebben we het dus over het FEI(KNHS en KBRSF). Dit zijn sportclubs met zowel amateurs als zogenaamde professionels en een paar echte professionels (veruit de minderheid.). Een club moet echter geen onderscheid maken in de aard of status van de leden. Alle leden moeten 200% gelijk behandeld worden en moeten de zelfde plichten en rechten hebben. Voor deelname aan hun wedstrijden moeten die clubs zich dus niet afvragen of de deelnemende leden amateur of prof zijn. Enkel de sportieve criteria kunnen van toepassing zijn om aan de wedstrijden te kunnen deelnemen. De voorbije jaren hebben de profs in deze clubs veel te veel macht gekregen en die macht wordt gebruikt ten nadele van de niet profs. Wat nefast is voor de paardensport. Onbegrijpelijk dat het grootste gedeelte van de leden dit niet wil zien en zo maar aanvaardt. Maar goed dit is een andere discussie. Mijn mening is dus duidelijk deze van Linda Verwaal. Nog dit ,die verschillende niveau klassen hebben wij hier toch ook. Stel gewoon de promotie criteria streng genoeg en dit moet per combinatie. Het wordt tijd dat de amateur eerlijker en correcter behandeld wordt. De toekomst van de paardensport wordt ook voor een groot gedeelte bepaalt door de amateurs. Dus geen gescheiden wedstrijden. Gewoon mijn mening vr gr EC.