10-12-03 Strijklappen verbieden bij vierjarigen onverstandig
Eind september verscheen in De Paardenkrant een artikel over het gebruik van achterbeenbeschermers die invloed hebben op de wijze van springen van een paard. Tijdens de VION Cup voor vijf-, zes- en zevenjarigen was het gebruik van bepaalde kapjes toegestaan, die op FEI-wedstrijden niet gebruikt mogen worden bij paarden tot en met zeven jaar. De KNHS en het KWPN waren zich hiervan bewust en willen de reglementen volgend jaar aanpassen. Ze hebben al een stap gezet richting de hengstencompetitie, maar de aanvulling op het wedstrijdreglement springen van de KNHS voor de klasse M en hoger is in mijn ogen niet volledig genoeg en te summier omschreven.
Op basis van de aanvulling kan ik zo drie, vier modellen beenbeschermers maken die er alsnog voor zorgen dat het paard de sprong achter net even beter afmaakt, terwijl men de hengsten in de competitie juist zo ‘natuurlijk’ mogelijk wil bekijken. Inmiddels heb ik contact gehad met de KNHS en vroeg Gert Naber , Manager Wedstrijdsport, mij of ik wat op papier wilde zetten hoe het reglement zou moeten luiden, daarbij de FEI regels in acht nemend. Ik heb dit gedaan. Mijn e-mail is in goede orde ontvangen, maar ik heb er verder nog geen reactie op gehad. De regels die ik opgeschreven heb, luiden als volgt:
-Achterbeenbeschermers mogen aan de binnenzijde van het achterbeen een maximale hoogte hebben van 16 centimeter.
-De buitenzijde van de achterbeenbeschermer mag een maximale hoogte hebben van 10 centimeter en een minimale hoogte van 5 centimeter.
-Het klittenband moet een minimale hoogte/breedte hebben van 5 centimeter.
-De achterbeenbeschermers mogen geen elastische delen hebben (klittenband,riempjes, etc.)
-De binnenkant moet van zacht materiaal zijn en moet vlak zijn en mag rond de achterbeenbeschermer uitsteken als het buitenmateriaal van leer is of dergelijk materiaal (geen knopen)
- Er mogen geen haken, knopen, riempjes of andere mogelijkheden aanzitten (alleen klittenband)
- De ronding van de beschermers moet passend om de binnenkant van de kogel bevestigd worden met een maximale hoogte van 16 centimeter (de voering wordt gezien als een los onderdeel dus mag iets uitsteken)
Dit is in mijn ogen de meest duidelijke omschrijving voor ruiters en stewards. Overigens vind ik het onverstandig dat vierjarige paarden tijdens de Vion Cup en de hengstencompetitie niets om de achterbenen mogen. Ik laat een vierjarig springpaard nooit zonder een strijklap de ring binnen gaan. Stel je voor dat een hengst zich achter aanraakt, zich verwond en daardoor een tijdje uit de running is. Wie betaalt dat? Je praat over kapitaal, over inkomsten van eigenaren.
Ik kan het wel goed begrijpen dat men jonge paarden in competitiewedstrijden, wat een commercieel en foktechnisch gebeuren is, wil beoordelen zonder achterbeenbeschermers die de sprong beïnvloeden. Maar verder moet iedereen voor zich weten of ze er gebruik van willen maken of niet. In de basissport heeft verbieden mijn inziens geen zin, dan worden er andere dingen bedacht. De ruiters die ze al gebruiken zijn vaak prof of semi-profs en doen dat met verstand. De amateurs gebruiken meestal alleen een ‘knijpertje’, die nauwelijks iets doet. Dat zijn die kunststof beschermers die je in alle kleuren en merken in de schappen van elke ruitersportwinkel ziet liggen.
Wout Jan van der Schans omschreef het gebruik van de kapjes in zijn column in De Paardenkrant (10 sept.) voortreffelijk. Hij zet de speciale beenbeschermers in bij een belangrijke wedstrijd. Ze kunnen voor net dat beetje meer zorgen om een proef te winnen. Een hardloper kan de honderd meter ook niet binnen tien seconden afleggen op klompen. Wellicht ook niet op sportschoenen, maar met hier en daar wat aanpassingen redt hij dat wel. Zo moet je dat ook met deze beschermers zien. Ze zijn vooral bedoeld voor de topsport, al zet ik ze ook wel eens in bij jonge paarden tijdens het vrijspringen.
Driejarige springpaarden die achter wat knijpen in plaats van de sprong goed afmaken, doe ik een kapje om. Jonge paarden die nog niet eerder los gesprongen hebben, laat ik drie keer in de week, om de dag, door een lijntje springen. De hindernissen staan daarbij laag. Als ze zich de eerste keer vasthouden achter, doe ik ze de tweede keer een strijklapje om. Maken ze de sprong nog niet goed af, dan pak ik voor de derde springsessie een kapje, bouw ik de hindernissen voor het eerst wat op en probeer ik af te sluiten met een goede sprong. Je ziet dat de paarden op een gegeven moment de geest krijgen en de sprong achter goed gaan afmaken. Eenmaal geleerd doen ze dat hun leven lang. Het gaat allemaal om logica en nuchter verstand. Een driejarige is als een kind van twaalf, één mensenjaar staat voor vier paardenjaren. Een driejarige is dus speels, ondeugend en leergierig en die kun je helpen in hun leerfase. In dit geval dus met een achterbeenbeschermertje. Hier moet je wel goed blijven kijken naar de reactie van het paard, dus zeker niet overvragen!
Jan Snellen uit Gastel is directeur van JS Horse Tack en Jean Rapide Trading BV (ontwikkeling, productie en verkoop van ruitersportartikelen) en parcoursbouwer en is in het verleden springruiter geweest.
Deze opinie verscheen vrijdag 3 december in De Paardenkrant
| |
|
reacties
Er zijn nog geen reacties





