11-01-12 ‘NK springen slechte raadgever bij internationale selectie'
door Luit Dubbeldam
In een artikel in De Hoefslag dat terugblikt op 2010 geeft bondscoach Rob Ehrens aan dat Nederland tijdens de eerste landenwedstrijd van de Meydan FEI Nations Cup in La Baule nooit goed weet te scoren. Hij geeft aan dat een verklaring niet direct voorhanden is en dat hij zich hier nog verder op gaat beraden.
Ik heb al meerdere keren gezegd dat het Nederlands kampioenschap springen te vroeg komt. En dat te veel naar de uitslag ervan wordt gekeken. De paarden die op het NK in Mierlo vooraan meelopen worden meestal geselecteerd voor de spring¬equi¬pe in La Baule. Maar La Baule is anders. Net als dat goed presterende paarden zich vaak heel klein maken als ze voor het eerst in Aken komen. Daar aan de Franse kust laat de wind de vlaggen wapperen, is er veel meer poespas op het terrein en veel water. Mierlo is een schitterend concours, maar het laat zich niet vergelijken met dit evenement.
Wat mij door de jaren heen opvalt is dat de paarden die het NK winnen, datzelfde jaar niet in het kampioenschapsteam worden opgenomen en bij dat gegeven moeten we stilstaan. Afgelopen jaar won Eurocommerce New Orleans met Gerco Schröder, het jaar ervoor BMC Van Grunsven Whisper met Jeroen Dubbeldam, in 2008 VDL Emmerton onder Jur Vrieling, in 2007 O’Brien met Angelique Hoorn en ga de voorgangers maar na. Een uitzondering is Eurocommerce Berlin, die in 2006 met Gerco Schröder het NK won en dat jaar ook deel uitmaakte van het team dat goud won op de Wereldruiterspelen in Aken.
Druppel aan de neus
Dat de nationaal kampioenen het team meestal niet halen komt in mijn ogen omdat ze altijd worden opgesteld voor La Baule, terwijl ze er vaak mentaal en fysiek nog niet helemaal klaar voor zijn. Daar moeten paarden heen die al veel kilometers in dat soort pistes hebben gemaakt, zoals Opium van Marc Houtzager en Exquis Walnut de Muze met Harrie Smolders. Pas dan kun je scoren. Kortom, de planning kan al voorafgaand aan het NK worden gemaakt. Maar in plaats daarvan staan we steeds met een druppel aan de neus in La Baule.
Je moet als ruiter in elk geval geen waarde hechten aan de klassering op het NK en denken dat je in aanmerking komt voor het kampioenschapsteam, want het is elk jaar weer een lange weg richting een internationale titelstrijd.
Dit jaar is het EK in september en het Nederlands kampioenschap in Mierlo staat op de kalender voor 22 tot en met 25 april. Hoe voortreffelijk het ook wordt georganiseerd, het NK komt te vroeg in het seizoen. Het is het eerste grote outdoorconcours in Nederland en om je goed te wapenen moet je van tevoren al naar het buitenland voor de eerste kilometers op het gras.
Dit jaar is het NK zelfs nog een week eerder dan anders en valt bijna tegelijk met de wereldbekerfinale (27 april tot en met 1 mei), waarvoor misschien wel drie of vier Nederlanders zich gaan kwalificeren. Dat is jammer, want hierdoor lopen de beste paarden niet op het NK en devalueert het kampioenschap. Je wilt immers dat de top tegen elkaar strijdt. Voor de sport, voor de bezoekers, maar ook voor de sponsoren.
Ik vind dat we meer naar Duitsland mogen kijken, waar het nationaal kampioenschap juist vrij laat in het seizoen wordt gehouden en waar de selectie grotendeels op wordt gebaseerd. Pas dan kun je met meer zekerheid zeggen welke paarden in vorm zijn.
Kalender
Nu ik het NK en de wereldbekerfinale heb aangehaald, kom ik op de kalender uit. Te veel evenementen worden gelijktijdig gehouden. Neem de Van den Boogaard Cup. Sven Harmsen, bondscoach van de jeugd, wil graag dat de jeugd op deze selecties verschijnt. In ons geval gaat het om onze stalruiter Sjaak Sleiderink. Voor hem is het amper te doen om op zaterdagavond om half tien met een of twee paarden in Esbeek (bij Eindhoven) te starten. Wij kiezen dan voor Exloo, waar hij er meer kan rijden. En ook omdat de finale op CHIO Rotterdam plaatsvindt, het weekend waarin Harmsen het Duitse concours Hagen als laatste selectie voor het EK gebruikt. Zo gebeurde het ‘t afgelopen jaar dat de finale van de KNHS-VdB Cup zonder de topdrie uit de tussenstand van start ging, want die ruiters zaten in Hagen. Daar gaat de competitie.
Dit soort dingen moet beter worden afgestemd. Net als dat de hengstencompetitie, weer terug in Veendam, op dezelfde avond (30 december) werd gehouden als de finales van de Sallandse Ruiterdagen. Daardoor bleven de betere combinaties in de finales weg omdat het hengstenspringen prioriteit heeft.
Dat Saasveld en Luttenberg, waar nationaal werd gereden, elkaar in slechts twee dagen opvolgden is ook niet goed. Dit gaat ten koste van het aantal deelnemers per concours en het publiek. De KNHS had hier beter naar moeten kijken.
Er worden al niet veel nationale wedstrijden meer verreden. Veel Nederlanders kunnen terecht op de meerdaagse tweesterrenwedstrijden in het buitenland en dat is de nekslag voor de eendaagse 1,40-m-wedstrijden in eigen land.
De animo voor de tweesterrenwedstrijd op Zwolle International komend weekend is ook enorm. Ik denk dat zelfs de helft betaalt voor een startplek. Het is jammer dat er niet meer van dit soort concoursen zijn in Nederland en dat er in het noorden een paar zijn weggevallen, deels omdat ze daar elkaars sponsoren liepen na te jagen.
Voor de sport is het belangrijk dat er nieuwe sponsoren uit het bedrijfsleven worden aangetrokken en ik denk dat daar ook een taak ligt voor de ruiters zelf.
In december ontvingen wij op onze Stal De Sjiem een groep mensen van de ‘Ronde van Overijssel’. Daaronder zaten veel sponsoren en zakenmensen die de paardensport nog nooit van dichtbij hadden gezien. Na een uitleg wat er allemaal bij een bedrijf als het onze en onze sport komt kijken, ontvingen we veel waardering en positieve berichten. Hier kunnen potentiële sponsors tussen zitten die veel voor de toekomst van de paardensport kunnen betekenen. Het is aan de ruiters om deze mensen bij de sport te betrekken!
Luit Dubbeldam (66) uit Zwolle is vader van topspringruiter Jeroen Dubbeldam.
Deze opinie verscheen woensdag 12 januari 2011 in De Paardenkrant
| |
|
reacties
Er zijn nog geen reacties





