Vitamines voor je paard
Veel eigenaren geven hun paard vitamines voor de verbetering van de weerstand. Maar hebben paarden eigenlijk wel extra vitamines nodig? En waar dienen ze voor?

Vitamines zijn in twee groepen te verdelen: vetoplosbare en wateroplosbare. Tot de eerste categorie horen de vitamines A, D, E en K.
Vitamine A (retinol)
Vitamine A zorgt voor de weerstand en vruchtbaarheid van je paard. Daarnaast is het goed voor ogen, botten, tanden, huid- en hoornweefsel. Vitamine A helpt met de groei van paarden. De dieren maken het zelf aan uit caroteen. Wortelen, lucerne en kunstmatig gedroogd gras zijn rijk aan dit anti-oxidant. Paarden slaan zelf een soort ‘wintervoorraadje’, met vitamine A, op in de lever. Wanneer je paard brokken krijgt, heeft hij geen extra retinol nodig. Wanneer je alleen hooi of granen voert is een preparaat met vitamine A raadzaam. Een overdaad aan vitamine A kan vergiftiging (hypervitamynose A) opleveren. Kenmerken van deze ‘luxeziekte’ zijn: pijn in de botten, droge slijmvliezen, beengebreken en een schilferachtige huid.
Vitamine D
Calcium is goed voor de botten. Onder invloed van de zon maakt de huid zelf vitamine D aan. Deze vitamine zorgt ervoor dat het lichaam calcium opneemt. De vitamine helpt ook bij de opname van mineralen en zorgt voor de juiste calcium- en fosforverhouding in het bloed. Via zijn eigen productie en via brok, levertraan en zongedroogd hooi krijgt het paard voldoende vitamine D binnen. Wanneer je paard in de winter minder in de wei komt, kun je hem levertraan geven. Veulens zijn veel gevoeliger voor een gebrek aan de vitamine dan volwassen dieren. Wanneer de dieren te weinig vitamine D binnenkrijgen, krijgen ze last van botafwijkingen, kreupelheid en stijve en gezwollen gewrichten.
Vitamine E
Zorgen voor een goede bloedsomloop, de cellen beschermen tegen gifstoffen en een goede spierfunctie geven. Dit zijn de taken van vitamine E. Ook is deze vitamine van belang voor de vruchtbaarheid. Het helpt tevens herstellen na grote inspanning. De vitamine zit in tarwekiemolie, maisolie, sojaolie en zonnebloemolie. De E-vitamine wordt opgeslagen als lichaamsvet. Bij drachtige merries kan een tekort een abortus veroorzaken. Vruchtbaarheidsproblemen bij hengsten komen ook voor. Veulens kunnen te kampen krijgen met zwakke spieren. Een paard dat dagelijks vers ruwvoer krijgt of in de wei loopt krijgt genoeg vitamine E binnen. Wie niet over weidemogelijkheden beschikt, doet er goed aan zijn paard wat extra’s te geven. Bijvoorbeeld in de vorm van een schep muesli.
Vitamine K
Een tekort aan deze vitamine is bijna niet mogelijk. Het paard maakt het namelijk zelf aan in zijn dikke darm. Het staat niet vast dat het nodig is om dit bij te voeren. Als het al nodig is, dan zal het na stress, ziekte, dracht of zware arbeid zijn.
Tot slot zijn er nog twee wateroplosbare vitamines, dat zijn de bekende C en B. Deze worden niet in het lichaam opgeslagen.
Vitamine B1, 2, 3, 6 en 12
Deze vitamines zijn terug te vinden in granen en vers groenvoer. Ze helpen bij het opnemen en omzetten van koolhydraten, eiwitten en vet. Een tekort leidt tot gewichtsafname, vermoeidheid en een verminderde werklust. Je paard heeft ook moeite om zich te herstellen na zware arbeid. Sportpaarden kunnen daarom ook wel wat extra van deze vitamines gebruiken.
Vitamine C
Je paard maakt zelf vitamine C aan. Het is belangrijk voor de aanmaak, het onderhoud en het herstel van botten en bindweefsel. Extra bijvoeren is niet noodzakelijk, hooguit bij jonge paarden die last hebben van veel stress. Je hoeft niet bang te zijn voor een overdaad aan vitamine C, je paard plast het overschot vanzelf weer uit.
Tekst: Tessa van Daalen
Dit is een samenvatting van een artikel in paardenmagazine Bit.
| |
|
reacties
Heb je misschien vitaminen waardoor dat beter geneest???
Fleur
hallo, ondanks mijn paarden 24 op 24 ruwvoer krijgen met in de winter nog wortelen heb ik vastgesteld regelmatig tekort aan vitamine E , kan dit zijn door een verkeerde bemesting weiland of een te arm grasland?Mvg





