Twijfels over meerwaarde diep en rond
Alle rijtechnische discussies ten spijt, harde gegevens over het hele paard in beweging met ruiter hebben dierenartsen nooit gehad. Totdat de Zwitser Dr. Michael Weishaupt samen met de faculteiten diergeneeskunde in Utrecht en Uppsala een onderzoek startte. In Bit 148 (september 2007) zwengelde Dr. Weishaupt een discussie aan op basis van harde feiten.
Onderzoek
De onderzoekers wilden zoveel mogelijk meetgegevens verzamelen van het hele paard. Gegevens die tot voor kort simpelweg niet te meten waren omdat er geen meetapparatuur voor bestond. In Zürich bogen de wetenschappers zich over zeven Grand-Prixdressuurpaarden, elk paard moest in zes verschillende hoofd-halsposities lopen voor de metingen. Van een simpel voorwaarts-neerwaarts tot de wedstrijdpositie zoals voorgeschreven door de internationale paardensportbond FEI. Ook de trainingsmethodes diep en rond en het extreem hoog instellen van het paard kregen de nodige aandacht omdat juist daar veel discussie over bestaat.
De discussie over diep en rond rijden laaide in september 2007 weer op door het verschijnen van foto’s van de succesvolle ponyhengst Power en Paint die diep en rond gelongeerd werd door Coby van Baalen en amazone Angela Krooswijk.
Resultaten onderzoek
Een onbelast, vrij dravend paard draagt ongeveer 56 procent van zijn gewicht op de voorhand. Ondanks verwoedde pogingen om hun paard met het ruitergewicht op de rug ‘te verzamelen’ en ‘de achterhand eronder te krijgen’ werd de voorhand van het paard procentueel zowel in draf als in stap zwaarder belast, respectievelijk tussen 57,4 en 58,9 procent en 58,3 en 60,1 procent.
De diep-en-rondpositie zorgt voor maximale beweging van de rug. „De diep-en-rondaanhangers rijden op deze wijze, omdat het paard met meer impuls beweegt en het de gangkwaliteit bevordert”, legt Weishaupt uit. ,,Daar staat tegenover dat de achterhand er wel minder onder komt en het paard kortere passen maakt. Het belang van deze oefening is mijns inziens dan ook beperkt voor verbetering van de dressuur.” De onderzoeker ziet bovendien spanning ontstaan door het diep en rond rijden: „De diep en rond gereden paarden zetten de onderrug vast. Door de gespannen onderrug kan de achterhand niet onder het lichaam komen.”
Weishaupt: ,,Ik had veel meer interesse van het FEI-dressuurcomité verwacht, maar dat heeft zich nog niet bij mij gemeld.” Voor het stilzwijgen van de FEI heeft de onderzoeker geen goed woord over. ,,We hebben de meetgegevens en weten dat de diep-en-rondoefening weinig extra voor de beweging van het paard doet. Dát moet je uitdragen.” Hij waarschuwt voor het moment dat de dierenbescherming en in haar kielzog de publieke opinie zich met de problematiek bezig gaat houden. „Als er niets verandert, zijn we echt het haasje.”
| |
|





