Ga naar hoofdinhoud

Geheimzinnig

Koen CromheeckeHet lijkt erop alsof nogal wat bondscoaches of chefs d’équipe de voorbije weken verstoppertje hebben willen spelen richting Kentucky. Over goed een week gaan de meeste paarden op transport richting het WK. Een heleboel materiaal werd weken terug al op transport gezet richting Noord-Amerika. En de veterinaire onderzoeken om de paarden, de administratieve formaliteiten om grooms, dierenartsen en materiaal straks door de Amerikaanse inklaringsdiensten te loodsen zijn al wekenlang, zoniet maandenlang aan de gang.

De omvang van en de aard van de voorbereidingen die gepaard gaan met een trip richting Noord-Amerika zijn niet te onderschatten. En het is precies daarom dat het gros van de ruiters in binnen- en buitenland al wekenlang gewoon weet of ze er straks al dan niet zullen bij zijn. Terwijl een aantal anderen nog in balans met elkaar liggen, zoals dat vaak zo mooi heet.

Planning en organisatie heette het voorbije seizoen trouwens zowat overal het ordewoord te zijn, gegeven de opeenvolging van wedstrijden en de belangrijke afspraak van straks 4 tot en met 10 oktober.

Kwaliteit in een selectie mag dan belangrijk zijn, een goede groepsgeest en sfeer zijn dat even zeer. Titels worden nu eenmaal niet gewonnen met de vier besten, wel met het beste team. Op dat vlak verschillen de springsport en pakweg voetbal niet zo gek veel van mekaar. En omdat er in de aanloop naar zo’n kampioenschap nog heel wat kan gebeuren, wil natuurlijk ook niemand het risico lopen een ruiter, eigenaar of andere belanghebbende voor het hoofd te stoten met een niet-selectie om ter elfder ure alsnog op die beslissing terug te moeten komen. Zeker omdat niemand echt zit te springen om er straks in Kentucky als vijfde bij te zijn. Daar zit je dan, met je topper, een paar weken lang niets om handen, niets te doen. Terwijl aan de overkant van de plas op een paar wedstrijden goed geld te verdienen valt. Amper vier dagen na de finale met paardenwissel (10 oktober) wordt in Oslo trouwens al het nieuwe wereldbekerseizoen ingesprongen.

Rob Ehrens wist het weken terug al zo mooi te verwoorden: “Het is ook heel belangrijk om de zaken zo goed mogelijk naar buiten te brengen.” Het is haastig neergepend of in het beste geval feilloos opgenomen op het digitaal recordertje. Maar het zijn woorden waarvan de draagwijdte pas later tot je doordringt.

Ehrens is geen uitzondering. Ook de Belgische chef d’équipe Philippe Guerdat gaf de voorbije weken niet thuis, gevraagd naar z’n selectie, en zowat hetzelfde merken we aan de Ier Robert Splaine en z’n Franse collega Laurent Elias.

Nederland, België, Frankrijk, Ierland, Spanje ook. Het zijn wellicht niet toevallig landen waar de voorbije weken en maanden zoveel goeds te horen was over de uitstekende sfeer binnen het team. Landen ook waar met respect wordt gesproken over de bondscoach. Het is ons trouwens opgevallen, Oranje is en was (ere wie ere toekomt) de voorbije jaren zowat het lichtend voorbeeld op de springscène van de landencompetitie. Planning, organisatie en vooral ook diplomatie.

Rob Ehrens meldde recent ‘geen warm gevoel’ te hebben bij Kentucky. Maar Oranje zou daar straks wel eens kunnen verrassen. Als we Jos Lansink mogen geloven worden het trouwens de WEG van de verrassingen. Met onder meer Oranje en de Saudies in een glansrol.

Koen Cromheecke, journalist
Deze column verscheen vrijdag 10 september 2010 in De Paardenkrant.

Lees ook