Ga naar hoofdinhoud

Het Duitse opleidingssysteem onder de loep

Meer dan de helft van de Duitse ruiters die op de Olympische Spelen van Rio aan de start verschenen, doorliepen aan het begin van hun carrière de opleiding tot ‘Bereiter’ aan Warendorf. Sterker nog, het complete eventingteam bestond uit ‘Pferdewirts’ (‘paardenmeesters’), zoals de afgestudeerden zich na het behalen van hun diploma mogen noemen. Ook wereldwijd steekt menig toekomstig ruiter de landsgrenzen over om in Duitsland de fijne kneepjes van de klassieke rijkunst te leren. Niet geheel verwonderlijk; achter de opleiding gaat een uniek systeem schuil. 

De term ‘Warendorf’ is al jaren een begrip in de hippische wereld. Vanaf 1968 maakt de Deutsche Reitschule onderdeel uit van Landgestüt Warendorf en kunnen er beroepsopleidingen gevolgd worden. Vanaf 2010 is een andere structuur aangebracht waardoor er sindsdien vijf richtingen zijn waarop een student kan afstuderen. De opleiding tot ‘Bereiter’ is daarvan misschien wel het meest bekend. Sinds 1975 bestaat deze driejarige opleiding zoals in de huidige vorm en fungeert het als spil binnen de Duitse paardensport. Een systeem dat zijn vruchten duidelijk afwerpt en waar nog steeds gestreefd wordt naar het afleveren van alleen de beste kwaliteit. Centraal binnen de opleiding staat het leren vanuit de
praktijk.Speciaal daarvoor geselecteerde leerbedrijven stomen de studenten klaar om later in de hoogste regionen van de sport mee te kunnen draaien.

Praktijk

Het opleiden vanuit de praktijk is volgens Markus Scharmann, hoofd beroepsopleidingen van de Deutsche Reiterliche Vereinigung (FN), één van de sterkste punten van het systeem. “De studenten leren vanuit de praktijk en niet in de veilige omgeving binnen een school. Zo krijgen ze direct met alle facetten uit het bedrijfsleven te maken. Daarnaast rijden ze veel en nemen ze deel aan wedstrijden. Op deze manier vergaren ze veel kennis en ervaren ze direct wat het leven van een professionele ruiter inhoudt.”
De studenten leren van de oude garde, de ‘Reitmeisters’, die hen dagelijks op het door hun zelf verworven leerbedrijf bijstaat. “We hebben geen toelatingseisen waar een toekomstig student aan moet voldoen. Het enige wat wij van ze verwachten is dat zij zijn aangenomen bij één van de erkende leerbedrijven. Daarnaast is het natuurlijk handig wanneer ze al enige rijervaring hebben en over talent beschikken, maar de ‘Meisters’ hebben zoveel ervaring dat ze wel goed in kunnen schatten of een leerling het in zich heeft of niet. Zij zijn toch drie jaar lang verantwoordelijk voor de student, dus ook voor hen is het van belang dat het klikt.” Duitsland telt inmiddels 500 à 600 van dit soort praktijkbedrijven. De plek die de student vergaart bij een dergelijk bedrijf is eigenlijk direct de eerste baan binnen de paardensport. “Voor het werk dat ze leveren krijgen de studenten gewoon maandelijks salaris uitbetaald. Elk jaar, gedurende de opleiding, gaat dat wat omhoog omdat ze natuurlijk steeds meer zelfstandig kunnen werken.”

Geen studiekosten

“Een ander voordeel is dat de student, doordat de opleiding door de staat wordt gerund, geen
studiekosten hoeft te betalen. Daardoor heeft iedereen de optie te beginnen. Ze worden op deze manier betaald voor een goede studie en krijgen de kans zich te bewijzen op gerenommeerde stallen met goede paarden”, legt Scharmann uit. Om ervoor te zorgen dat alle studenten op dezelfde manier worden opgeleid, dienen de leerbedrijven aan strenge voorwaarden te voldoen. De coach op het bedrijf, die zich over de leerling ontfermt, moet in ieder geval de opleiding tot ‘Meister’ hebben voltooid. Deze ‘Meisters’ hebben de opleiding tot ‘Bereiter’ doorlopen en daarna nog de masterclass gevolgd. Hierdoor wordt er vanzelfsprekend vanuit gegaan dat de ‘Meisters’ de capaciteiten hebben om de leerlingen correct te scholen. Zij zijn de volledige drie jaar verantwoordelijk voor het opleiden van de student.

Kwaliteit waarborgen

Hoe kan dan toch de kwaliteit gewaarborgd blijven en weet men zeker dat iedereen op hetzelfde niveau en op dezelfde manier wordt geschoold? “We merken dat de studenten zelf het ook erg belangrijk vinden waar ze terecht komen. Velen nemen de moeite om zich goed te oriënteren door te onderzoeken waar de beste bedrijven zitten. Daarnaast merken wij gauw genoeg of het bedrijf werkt volgens onze principes. Bij een examen zal dit altijd naar voren komen. Daarnaast gaan verantwoordelijken vanuit de staat regelmatig op bedrijfsbezoek om te controleren of deze nog aan de normering voldoen. Om de rijvaardigheid goed onder de knie te krijgen moet het bedrijf minimaal drie springpaarden en minimaal drie dressuurpaarden aan de student ter beschikking stellen. Daarnaast zijn de ‘Meisters’ zelf in de klassieke rijkunst geschoold, waarbij het Skala der Ausbildung leidend is. Zij delen weer hun kennis waardoor op die manier de cirkel rond is.”

Theorie

Naast het opdoen van praktijkervaring gaat de student ook naar school voor theorielessen. In elke deelstaat worden deze lessen gegeven, waarbij de student normaliter een keer per week in de schoolbanken plaatsneemt. In sommige deelstaten staan de theorielessen in blokken van een aantal weken achter elkaar op het programma. Na anderhalf jaar komen alle studenten naar de Deutsche Reitschule in Warendorf, waar zij een tussentijds examen afleggen. Daarin bekijkt de examencommissie, bestaande uit een ‘Meister’ die een eigen stal runt, een ‘Meister’ die werkzaam is binnen de paardensport en een leerkracht vanuit de opleiding, hoever de student is en waar aan gewerkt moet worden met het oog op het eindexamen. Na drie jaar moet het niveau uiteindelijk voldoende zijn om het eindexamen te behalen. Daarvoor dient de student op minimaal 1,20 m-niveau te springen en op het Duitse L-niveau een dressuurproef af te leggen.

Specialisatie

Voor een specialisatie per discipline is binnen het opleidingssysteem geen ruimte. “Wij vinden het ontzettend belangrijk dat een leerling zo breed mogelijk kennis vergaart. Daarom dienen de leerlingen ook zowel in dressuur als in springen geschoold te worden.” Aangezien steeds meer stallen zich juist wel specialiseren in de dressuur- of springrichting, lijkt dat een lastige opgave te worden. Maar ook daar is aan gedacht. “Wanneer de student bijvoorbeeld op een dressuurstal werkzaam is, zal er samengewerkt worden met een erkend leerbedrijf uit de buurt die zich gespecialiseerd heeft in het springen.”

Belang van Reitmeisters

De ‘Meisters’ binnen de opleiding zijn zeer waardevol. Het is dan ook een titel die je niet zomaar verdient. Het behalen van dit diploma is met name voor studenten met de ambitie een eigen bedrijf te beginnen in Duitsland belangrijk. Zonder is het namelijk niet mogelijk stagiairs aan te nemen, iets waar veel bedrijven in de hippische sport gebruik van maken. Studenten die oren hebben naar deze vervolgopleiding moeten aantonen dat ze, nadat ze als ‘Bereiter’ zijn afgestudeerd, minimaal twee jaar fulltime in de paarden hebben gewerkt. Ze moeten echt in loondienst zijn geweest, pas daarna kunnen ze met de opleiding beginnen. Sinds begin 2016 is er in de opleiding tot ‘Meister’ een aantal wijzingen doorgevoerd. “We willen altijd de beste kwaliteit leveren en zijn dus ook continu bezig het één en ander, in samenwerking met de staat, te optimaliseren. Naast hun vaste baan dienen studenten een project van twaalf maanden op te zetten en te voltooien, te vergelijken met een scriptie”, legt Scharmann uit.

Doelen

Aan het begin van het project stelt de student concreet doelen of legt een probleemstelling vast. Daar dient continu, gedurende die twaalf maanden, aan gewerkt te worden. “Een student kan bijvoorbeeld als doel hebben binnen die tijd Intermédiair I te starten. Tussentijds worden trainingsprotocollen aangeleverd ter beoordeling en per dag logboeken van de training bijgehouden. Aan het eind van het jaar moet de student aantonen dat de gestelde doelen zijn behaald en moet het traject daarnaartoe wetenschappelijk onderbouwd kunnen worden.” Bij het centrale examen dient de student zowel in de dressuur als het springen hoger dan op het Duitse L-niveau te rijden. Ook dan is er voor een specialisatie geen ruimte. “Na afloop van het examen wordt de rijvaardigheid, waarbij het Skala der Ausbilding leidend is, met de examencommissie besproken. De student moet in staat zijn om zijn eigen rit te analyseren en te benoemen wat naar behoren ging en wat verbeterd kan worden, probleemoplossend denken dus eigenlijk. In principe zijn het geen studenten meer, ze werken al in de paarden en
zijn collega’s. We willen een discussie op gang brengen waarin we kunnen zien dat de student zich goed kan verwoorden en exact weet wat er speelt.”

Cum Laude

Zo maar een papiertje halen zit er dus niet in. Per jaar levert Warendorf gemiddeld 200 tot 250 nieuwe ‘Pferdewirts’ af. Alleen de allerbeste studenten verlaten Warendorf met een Stensbeckplakaat, wat concreet betekent dat ze cum laude afgestudeerd zijn. Slechts een handjevol studenten lukt dit. Nieuwe ‘Reitmeisters’ zijn, mede door de hoge eisen, nog zeldzamer. Daarvan ligt het gemiddelde op 25 afgestudeerden per jaar, waarbij een beoordeling boven het gemiddelde met een vergrootglas te zoeken is.

Maarten van Stek: ‘Warendorf was de universiteit’

Maarten van Stek, dressuurruiter en instructeur.
Foto: Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl

Maarten van Stek studeerde dertig jaar geleden af aan Warendorf en mag de titel ‘Oberbereiter’ voeren. onbedoeld kwam de ruiter, na eerst Deurne en de Orun te hebben gevolgd, in Duitsland terecht. “Mijn pad is misschien niet heel standaard. ik werd na een clinic in Duitsland gevraagd om de opleiding te gaan volgen. thuis reed ik al op Grand Prix-niveau en daardoor mocht ik direct in het laatste jaar instromen. Waarschijnlijk was ik de eerste en de laatste die dit zo heeft gedaan”, zegt de ruiter lachend. Zijn ‘uitstapje’ – zoals Van Stek het zelf noemt – staat hem als de dag van gisteren bij. “De ijzeren discipline, bijna tot het militaristische af, dat heeft wel indruk gemaakt. Warendorf was, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Deurne, echt gericht op de rijkunst. De opleidingen in die tijd kon je zien als instituten, Warendorf was de universiteit. In Duitsland is alles heel strak georganiseerd en het consequent zijn op alle vlakken, zowel in het rijden als daarbuiten, komt altijd terug. de ene leermeester leert weer van de ander en dat is ontzettend waardevol. Mijn onbedoelde uitstapje naar Duitsland heeft mij een mooie tijd en een goede basis opgeleverd, waar ik nog dagelijks van profiteer.”


Linda Verwaal: ‘De opleiding opent deuren, hoewel het niet altijd makkelijk was’

Linda Verwaal, Grand Prix-dressuuramazone
Foto: Melanie Brevink- van Dijk

Zeventien jaar was Linda Verwaal toen ze de landsgrenzen overstak om zich in Warendorf te laten scholen. Haar traject was er één met veel hobbels, maar spijt van de keuze heeft de amazone nooit gehad. “Het was zoeken naar een goed leerbedrijf, zeker als je daar in Duitsland zelf geen connecties hebt. Uiteindelijk ben ik na een jaar op een goed bedrijf terechtgekomen, waar ik zowel in de dressuur als het springen veel heb geleerd. Ik wilde veel rijden en ook de paarden op wedstrijden uitbrengen, dat had ik echt voor ogen, want ik wilde zo veel mogelijk leren.” Volgens Verwaal brengt deze manier van opleiden bij de student veel verantwoordelijkheden met zich mee. “Je wordt betaald, dus er wordt ook veel meer van je verwacht. Eigenlijk ben je geen stagiaire, maar gewoon een vaste werknemer en dat vormt je direct in positieve zin. Het is een goed leerproces in alle opzichten. Ik ging als jong meisje zonder achtergrond in de paarden naar Warendorf en dat heeft absoluut mijn loopbaan gevormd. Het is een allesomvattende opleiding. Als je klaar bent heb je een goed papier, het staat namelijk hoog aangeschreven, en het opent deuren. Nee, ik heb er zeker nooit spijt van gehad, ondanks dat het soms niet altijd even makkelijk was.”


Monique Peutz: ‘Praktijkgerichte is kracht van de opleiding’

Monique Peutz, jurylid FOTO PAARDENKRANT/MELANIE BREVINK-VAN DIJK

“Eigenlijk was het voor mij geen bewuste keuze om naar Warendorf te gaan. Ik had in de zomervakantie bij dr. Reiner Klimke gewerkt. Dat beviel zo goed van beide kanten, dat hij mij terugvroeg voor een langere periode. Klimke kwam eigenlijk met het idee dat ik dan net zo goed mijn periode bij hem kon combineren met een opleiding. Warendorf stond goed aangeschreven zei hij, en dat bleek ook.” “Drie jaar lang ben ik bij de Reitmeister in dienst geweest. Ik heb er ontzettend veel geleerd. De opleiding zelf is ook super fijn, duidelijk en gestructureerd. Daar houd ik van, je wist precies waar je aan toe was. De materie was op alle vlakken heel uitgebreid, veel meer dan in Nederland.” Ook Peutz onderstreept het belang van leren in de praktijk. “Ik denk dat dat de kracht van de opleiding is. Het grote voordeel is dat je langere tijd bij hetzelfde bedrijf bent. Je wordt zo optimaal voorbereid op het werkleven daarna. Al heb ik met Klimke natuurlijk wel ontzettend veel geluk gehad.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook