Ga naar hoofdinhoud

Stalhouder en leaser problemen onderling oplossen?

Foto: Lonneke Ruesink

Vraag: Omdat ik enkele maanden naar het buitenland ging, heb ik mijn paard in deze periode laten leasen. Ik heb een contract met de leaser opgesteld, waarin onder meer staat dat zij de stalhuur voor haar rekening zou nemen in de gestelde periode. Ik heb de stalhouder op de hoogte gebracht van het feit dat de leaser de huur zou betalen. Met de stalhouder heb ik alleen een mondelinge overeenkomst dat mijn paard bij hem in stalling staat. Inmiddels ben ik terug, maar nu blijkt dat er niet is betaald. De leaser reageert niet op telefoontjes en is zogezegd ‘van de aardbodem verdwenen’.

Via een tussenpersoon heeft ze me laten weten dat ze een tijd geleden een deel van de huur in een envelop door de brievenbus van de stalhouder heeft gedaan, maar die heeft geen envelop ontvangen. Ik betwijfel of de leaser hierin eerlijk is. De staleigenaar verwacht nu van mij dat ik deze situatie met de leaser probeer op te lossen, en zo niet, dan moet ik de achterstallige huur betalen. Ik vraag me af of ik hier wel verantwoordelijk voor ben, of dat de stalhouder en leaser dit onderling zouden moeten oplossen.

Antwoord Schelstraete Advocaten

In deze casus dient eerst bezien te worden welke partijen met elkaar een overeenkomst zijn aangegaan. Op de eerste plaats is er de overeenkomst tussen de pensionhouder en de eigenaar van het paard. De eigenaar van het paard mag tegen betaling het paard stallen bij de pensionhouder. Deze overeenkomst staat in dit geval niet op schrift, maar dat is ook geen vereiste voor de totstandkoming van een geldige overeenkomst.

Op de tweede plaats bestaat er de overeenkomst tussen de eigenaar van het paard en degene die het paard voor een bepaalde periode leaset. Tussen de eigenaar en de leaser van het paard bestaat in dit geval wel een schriftelijke overeenkomst. In deze overeenkomst is bepaald dat de leaser de stalgelden voor haar rekening zal nemen. Dit zal zo zijn overeengekomen omdat de eigenaar van het paard in het buitenland verbleef en het om praktische redenen makkelijker zou zijn als de leaser de huur rechtstreeks aan de pensionhouder zou voldoen. Dit wil echter niet zeggen dat er daarmee ook een overeenkomst is ontstaan tussen de pensionhouder en de leaser van het paard.

Daarmee komen we dan ook bij de kern van dit geschil. De leaser van het paard heeft nagelaten om de huur te voldoen aan de pensionhouder, hoewel de leaser daartoe op grond van de tussen haar en de eigenaar van het paard geldende overeenkomst wel toe gehouden was. De vraag is nu in feite of de pensionhouder zich rechtstreeks tot de leaser van het paard kan wenden om zijn huur geïnd te krijgen of dat de eigenaar van het paard dit met de leaser dient op te lossen en ervoor zorg moet dragen dat de pensionhouder in ieder geval zijn huur betaald krijgt.

Om te beginnen is het theoretisch mogelijk dat er voor dit soort gevallen een bepaling is opgenomen in de schriftelijke overeenkomst tussen de eigenaar van het paard en de leaser. Aangezien de casus hier niets over vermeldt, ga ik ervan uit dat zulks niet het geval is.

Hoofdregel is dat overeenkomsten in beginsel alleen voor en tussen partijen rechten en verplichtingen doen ontstaan (dit heet het relativiteitsbeginsel). Op dit beginsel bestaat een aantal wettelijke uitzonderingen, neergelegd in de wet en bepaald in de rechtspraak. In deze casus lijkt van een van die uitzonderingen geen sprake.

Aangezien er tussen de pensionhouder en de leaser geen directe overeenkomst bestaat, zal de pensionhouder zich als zogenaamde ‘derde’ niet kunnen verhalen op de leaser van het paard. Om een vordering op iemand te kunnen uitoefenen moet er namelijk wel eerst een rechtsverhouding bestaan en die is er in dit geval niet. Nu de pensionhouder wel degelijk recht heeft op uitbetaling van de huurpenningen zal de eigenaar van het paard – met wie de pensionhouder wel een overeenkomst heeft – de huur dienen te voldoen aan de pensionhouder. De eigenaar van het paard zal zich dan daarna op de leaser kunnen verhalen. De pensionhouder kan er namelijk niet de dupe van worden wanneer een partij zijn deel van de overeenkomst (waarbij de pensionhouder geen partij is) niet nakomt.

Klik hier voor alle artikelen van Schelstraete Advocaten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.