Ga naar hoofdinhoud

Vraag: Hoe help ik mijn drachtige merrie goed de winter door?

DrachtigVraag: Komend voorjaar, april, krijgt mijn merrie een veulen. Ze loopt op dit moment nog in de basissport (M-niveau), hoe moet ik haar voedingspatroon aanpassen om ervoor te zorgen dat ze de winter goed doorkomt en zolang mogelijk fit blijft? Ze krijgt op dit moment normaal brok en ’s ochtends en ’s avonds hooi op stal. Overdag staat ze in de wei of de paddock.

Antwoord VoerVergelijk.nl
Aan het begin van de dracht vraagt de foetus qua voeding nog niet veel extra van de merrie. Vanaf de 9e maand is de energie- en eiwitbehoefte dusdanig dat de voeding extra aandacht verdient. Ook de behoefte aan andere voedingsstoffen, zoals vitaminen en bepaalde mineralen, neemt in die periode toe. Om zo goed mogelijk in de behoefte van een drachtige merrie te voorzien, bestaan er speciale merriebrokken en supplementen.

Een drachtige merrie heeft naast haar eigen energie- en eiwitbehoefte, ook de behoefte van het veulen waaraan ze moet voldoen. Dat kan soms lastig zijn, omdat het veulen veel plaats in de buikholte inneemt. Hierdoor is er minder ruimte voor ruwvoervezels in de darm, waar de merrie normaal gesproken juist veel energie uit haalt. Voor een drachtige merrie is het daarom belangrijk om ruwvoer van goede kwaliteit te verstrekken. Fijnstengelig hooi of droge kuil is ideaal. Verstrek een fijne kwaliteit ruwvoer het liefst samen met een ruwvoer van grovere structuur, zodat de merrie haar rantsoen deels zelf op haar behoefte kan afstemmen.

Het is niet ongewoon dat een drachtige merrie last van haar maag krijgt, onder meer door de toegenomen druk in de buikholte. Ook daarom is ruwvoer van groot belang. Op ruwvoer moet veel gekauwd worden, waarbij veel speeksel wordt geproduceerd. Het speeksel buffert het zuur in de maag, wat de kans op maagzweren verkleint.

Merriebrok heeft doorgaans een hoger energie- en eiwitgehalte dan ‘normale’ brok. De eiwitbehoefte van de merrie kan ook gedekt worden met een eiwitrijk voer, zoals luzerne. Luzerne is echter ook rijk aan calcium en een scheve calcium/fosfor-verhouding (die normaal ongeveer 2:1 zou moeten zijn) is vooral bij een drachtige merrie zeer ongewenst. Let dus extra goed op als je losse voedermiddelen gaat combineren, en gebruik granen (fosforrijk) als tegenhanger voor luzerne wanneer je meerdere kilo’s per dag voert.

Vooral in de laatste maanden van de dracht is het wijs om het aanbod van koper, zink, mangaan en magnesium in het rantsoen te verhogen, ter voorkoming van OC(D) bij het veulen. Koper wordt via de navelstreng aan het veulen doorgegeven, waarna het wordt opgeslagen in de lever. In de eerste levensmaanden van het veulen, wordt deze kopervoorraad gebruikt voor een gezonde botgroei en helpt het OC(D) bij het veulen voorkomen. Een goede merriebrok heeft een hoog kopergehalte, maar het kan ook worden aangevuld door middel van een supplement voor speciaal drachtige merries. Zo’n supplement heeft vaak ook een hoog gehalte vit. A en E, wat belangrijk is voor o.a. het afweersysteem van het veulen.

Eigenlijk is er niet veel bijzonders nodig om je merrie goed de winter door te krijgen. Zorg dat je vanaf ongeveer de 8e maand langzaam overschakelt op een rantsoen dat energie- en eiwitrijker is dan haar normale rantsoen en houd haar conditie in de gaten. Dikker worden is niet de bedoeling, afvallen ook niet. Vlak na de geboorte, wanneer de melkproductie op gang komt, wordt er ineens veel van de merrie gevraagd. Vul die behoefte zoveel mogelijk aan met goede kwaliteit ruwvoer, om de darmen zo snel mogelijk in een normaal ritme te krijgen en verstoringen te voorkomen.

Lees ook:
Drachtige merrie
Lacterende merrie

Marike Jacobs, Voerconsultant VoerVergelijk.nl

Klik hier voor alle artikelen van VoerVergelijk.nl.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook