Deskundigen over adviezen Dressage Task Force

Bondscoaches en juryleden maakten ruzie over de scores, de tribunes bleven grotendeels leeg en het wel aanwezige publiek viel gedeeltelijk in slaap. Tijdens de Olympische Spelen van 2008 in Hongkong werd één ding duidelijk: de dressuursport moet op de schop. De speciaal opgerichte Dressage Task Force (DTF) kreeg in november vorig jaar opdracht van de FEI met voorstellen te komen. Het adviesrapport ligt klaar. Tijd om kritisch naar de aanbevelingen te kijken.

AdelindeCornelissenDe eerste aanbeveling is een startbewijs voor de reserveruiter. Dressuuramazone Adelinde Cornelissen stond vorig jaar als reserve aan de kant tijdens de Olympische Spelen in Hongkong. Zij is dan ook enthousiast over het plan om de reserveruiter op individuele basis te laten starten. ,,Voor mij was het een fantastische ervaring, maar je moet toch vijf weken opofferen. Het is zwaar om je tot drie keer toe volledig op te peppen en klaar te staan voor het geval je moet invallen.”
Ook olympisch dressuuramazone Imke Schellekens-Bartels vindt het een zeer menselijk besluit. Bondscoach Sjef Janssen beaamt dat dit voornemen een hele verbetering is ten opzichte van de Spelen in Hongkong, ,,maar ik betreur dat de oude formule niet wordt gehandhaafd. Dat betekent vier ruiters laten rijden met een wegstreepresultaat.”
Olympisch jurylid Wim Ernes is het gedeeltelijk met Janssen eens. ,,Echter, het niet laten wegvallen van de laagste score maakt de wedstrijd spannender. Dus vanuit die optiek kan ik de nieuwe voorstellen begrijpen. Nadeel is dat mogelijkerwijs niet het beste land wint. Dit gebeurt als een teamlid een onfortuinlijke proef rijdt en de individuele ruiter hoger scoort.”

Landenwedstrijd
Sjef JanssenDe landenwedstrijd wordt als het aan de DTF ligt in de toekomst niet meer na één proef beslist. Twee proeven bepalen welke teams de olympische medailles krijgen omgehangen.
Wim Ernes is positief. ,,De tweede proef is een korte proef en de startvolgorde van deze wedstrijd is zodanig dat de grote kanshebbers in het laatste blok starten. Dit maakt de teamwedstrijd extra spannend en aantrekkelijk.”
Cornelissen vult aan: ,,Hoe meer wedstrijden, hoe eerlijker het is wanneer een land tot winnaar wordt uitgeroepen.”
De bondscoach is het niet met hen eens. ,,Drama”, is hij stellig. ,,Dat is een zeer slechte zaak. Het publiek komt de eerste proef helemaal niet kijken. Bij de tweede proef kijken ze alleen het laatste uur als de wedstrijd wordt beslist.” Ook Schellekens is kritisch: ,,De vraag is of er eigenlijk wel een extra proef nodig is om te beslissen welk land het beste is.”
Het aanwijzen van het team gebeurt uiterlijk een uur na de inspectie van de paarden. Ernes: ,,Ik sta achter het voorstel van de DTF, maar had liever gezien dat alle vier de leden van een land als ‘team’ starten in de eerste proef en dat de drie hoogst scorende combinaties als team verder gaan. Dan is de kans groter dat het beste land wint.”
Er schuilt ook een gevaar in het spreiden van de landenwedstrijd over meerdere proeven. De kans bestaat dat na de eerste proef teamleden om medische of veterinaire reden uitvallen. Het comité stelt voor dat de ‘reserveruiter’ dan start in het team.
Ernes, Janssen en Cornelissen denken dat het een goede zaak is als landenteams het strijdtoneel niet vroegtijdig hoeven te verlaten. Schellekens vindt het oneerlijk. ,,Als een combinatie niet helemaal in vorm blijkt te zijn, kan makkelijk gezegd worden dat het paard niet goed is zodat de reserve verder kan rijden. Het moet niet te ingewikkeld worden. Wat mij betreft wordt de landenwedstrijd gewoon na de Grand Prix beslist.”

Individuele finale
Imke Schellekens-BartelsDat de strijd om de individuele olympische medailles in de toekomst wordt uitgevochten in alleen de kür, kan op geen enkele voorstander rekenen. ,,Het is beter dat een kampioenschap over meer proeven wordt beslist. Ik begrijp niet dat ze dat bij de teams nu wel willen doen en bij de individuele strijd plotseling niet meer”, aldus Cornelissen.
Collega Schellekens valt haar bij: ,,Specialisten in de kür hebben dan een voordeel. Volgens mij moet er een score van een klassieke proef bij zitten.” Ernes sluit zich volledig bij hen aan. Janssen voegt toe: ,,Het aantal individuele ruiters voor de finale gaat van vijftien naar achttien. Wat mij betreft mogen dan ook vier ruiters per land starten. Dan laat je de allerbeste ruiters ter wereld zien.”

Aanpassing jurysysteem
De Dressage Task Force stelt niet alleen wedstrijdprogrammawijzigingen voor, maar heeft ook het jurysysteem onder de loep genomen. Een belangrijk voorstel is het aanstellen van een ‘supervising panel’. Dit panel speelt een adviserende en controlerende rol bij het opleiden en aanstellen van juryleden en kan eventueel corrigerend optreden bij onjuiste jurering.
De aanbevelingen worden over het algemeen goed ontvangen. Ernes denkt dat de dressuursport een grote stap vooruit zet. ,,Zeven juryleden zien meer dan vijf. Met het geven van halve punten kunnen we beter nuanceverschillen aangeven en met de inzet van een ‘supervising panel’ is de objectiviteit beter gewaarborgd.”
Schellekens ziet dezelfde voordelen en benadrukt het belang van evaluatie. ,,Ruiters kijken proeven terug om te zien hoe het beter kan. Juryleden moeten ook de resultaten van zichzelf en anderen naast elkaar leggen.” Ze legt uit waarom ze voorstander is van verschillende juryleden voor het artistieke en het technische gedeelte in de kür. ,,Tijdens het Global Dressage Forum legde DTF-lid Katrina Wüst uit hoe moeilijk het is alles te zien. Je bent als jurylid zo met de technische dingen bezig dat je het totaalbeeld een beetje uit het oog verliest.”
Sjef Janssen is blij dat er verandering komt, maar zet kanttekeningen. ,,Ik begrijp niet waarom het hoogste en laagste resultaat niet worden weggestreept. Nog altijd is er een kans van veertien procent dat één jurylid de wedstrijd beslist. Iedere internationale jurysport, zelfs reining, maakt gebruik van wegstreepresultaten, en dat is niet voor niks. Het is een gemiste kans als de deur open blijft staan voor zoiets catastrofaals als de mogelijkheid dat één jurylid kan bepalen wie de olympisch kampioen wordt!”
Janssen vervolgt: ,,En het jurypanel is in principe een goede zaak, maar kan ook levensgevaarlijk zijn. Zo’n panel mag alleen ingrijpen bij fouten die duidelijk zichtbaar zijn, bijvoorbeeld een verkeerd gesprongen wissel.”
Cornelissen begrijpt waarom de DTF geen resultaten wegstreept. ,,Je wilt als jurylid niet het schrapresultaat zijn, dus dan gaan juryleden misschien voorzichtiger punten.”
Ze twijfelt over de aanstelling van een panel. ,,Ik ga ervan uit dat de juryleden goed hun best doen en opletten. Is het dan nodig mensen neer te zetten die het weer corrigeren? Wanneer het sporadisch voorkomt is het misschien goed, maar dat zou ik eerst eens in de praktijk moeten zien.”

FEI-dressuurcomité
Volgende week presenteert de DTF haar aanbevelingen tijdens de algemene vergadering van de FEI. Daar wordt ook gestemd voor een nieuw dressuurcomité. Dit comité gaat met het rapport aan de slag.
Of de aanbevelingen daadwerkelijk van kracht worden, is afwachten. Het laatste woord lijkt nog niet gesproken ,,Ik ben blij dat gewerkt wordt aan de ontwikkeling van de dressuursport”, besluit Cornelissen.

Reageer
Discussie zien we graag op Horses, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Reacties zonder naamsvermelding kunnen zonder opgave van reden worden verwijderd. Om de toegankelijkheid en leesbaarheid van de discussie te bevorderen geldt een maximale reactielengte van 250 woorden. Lees hier alle voorwaarden.