Ga naar hoofdinhoud

Jong talent

Edward Gal met Sisther de JeuRegelmatig worden wij benaderd door paardeneigenaren met een goed paard. In de meeste gevallen, vooral als de paarden ver weg staan, vragen we ze om een video van het paard naar ons op te sturen.

Als wij een goed gevoel bij de video hebben, gaan we het paard bekijken en eventueel proberen. De ene keer hier thuis en soms ook bij de mensen thuis. Het liefst een aantal dagen achter elkaar. Als dat goed klikt en ik heb het gevoel dat het een paard is waar ik enthousiast van word, gaan we met de eigenaren om de tafel zitten om te kijken wat de wensen zijn. Zowel van de eigenaren als van mijzelf. We zijn naar de eigenaren toe altijd duidelijk. Wat voor de ene ruiter een heel goed paard is, kan bijvoorbeeld voor de andere ruiter helemaal niet passen.

Als ik besluit een paard niet te gaan rijden, betekent dat zeker niet dat het geen goed paard is. Ik moet er een ‘click’ mee hebben en er een toekomst in zien. Ik houd bijvoorbeeld van een scherp intelligent paard, wat meewerkt. Een flegmatiek paard is niks voor mij, maar dat wil niet zeggen dat die niet goed genoeg is. Ik ben er wel van overtuigd dat een paard dat als jong paard niet wil meewerken, dat uiteindelijk als hij ouder is ook altijd een punt blijft.

Naast mijn toppaarden Sisther de Jeu en Interfloor Next One heb ik nog de hengsten Voice en Rubin Cortes, die ik komende winter in de Grand Prix wil uitbrengen. Verder heb ik de zesjarige Ambria, met haar 1,78 m een groot paard dat nog wat tijd nodig heeft, maar waarvan ik veel verwacht. Moorlands Asther de Jeu is al wat verder en haar hoop ik volgend jaar in de lichte tour uit te brengen. Moorlands Bodyguard is nog zo’n jong talent dat ik graag wil noemen. Hij doet het echt heel goed en van hem kan ik al zeggen dat hij veel aanleg heeft voor passage en piaffe. Wanneer hij wat druk wordt en ik vang hem op, dan maakt hij een mooie ‘dribbel’, die geweldig aanvoelt.

Daarnaast hebben we momenteel redelijk wat drie-, vier- en vijfjarigen staan waar we veel potentie in zien. Ondanks de jonge leeftijd zijn dit dieren waarvan wij denken dat ze het in zich hebben om uiteindelijk een goed Grand Prix-paard te worden. Maar op deze leeftijd weet je nooit zeker of ze de absolute top zullen halen. Zo is bijvoorbeeld de aanleg voor piaffe en passage bij jonge dieren nog niet goed te testen, en als je het wél weet, is het nog maar de vraag of ze het in de ring ook gaan doen. Verder wordt er tussentijds ook nog wel eens één verkocht. We moeten dus constant blijven zorgen voor voldoende aanwas van paarden waarvan je hoopt dat ze goed genoeg zijn om uiteindelijk voldoende over te houden.

Edward Gal, dressuurruiter
Deze column verscheen vrijdag 9 september 2011 in De Paardenkrant.

Lees ook