Ga naar hoofdinhoud

Gert Jan Bruggink over eerste keer CHIO Rotterdam: ‘Ik voelde me een ‘wijze’ uit het Oosten’

In de serie Toppers over het CHIO Rotterdam spreekt de organisatie van het evenement het Kralingse Bos deze keer met springruiter Gert Jan Bruggink. "Ik ben nooit als bezoeker in Rotterdam geweest, ik kwam meteen als ruiter", vertelt Bruggink, die zo'n twintig jaar geleden voor het eerst startte op het CHIO Rotterdam en tot het selecte gezelschap van zeven Nederlandse ruiters behoort, die sinds 1948 de Grote Prijs in Rotterdam hebben gewonnen.

“Volgens mij was de eerste keer in 2002 of in 2003 en met mijn paarden Joël, Marome en Lincoln. Ik weet nog dat ik het meteen naar mijn zin had en dat ik de prijsuitreikingen extra leuk vond. Dit door het soort prijzen, je kreeg toen antieke spulletjes”, aldus Bruggink, die onlangs de gewonnen prijzen nog bij zijn moeder in de kast zag staan. “Als je wint, vind je iets altijd leuk, maar eerlijk gezegd was het voor mij wel een cultuurshock toen ik als wijze uit het Oosten naar het Westen ging. Om dit nader toe te lichten, ik had een mountainbike bij me om van stal door het bos naar het hoofdterrein te fietsen. Naïef als ik was, zette ik die niet op slot en weg was mijn fiets. Maar ik vind het Kralingse Bos wel een bijzondere plek voor een concours zo midden in de stad. Mede door het pannenkoekenhuis De Big dat ik echt associeer met het CHIO.”

Herinneringen

Het winnen van de Grote Prijs in 2004 zal Bruggink nooit vergeten, maar toen hij in 2013 de Grote Prijs bijna won, is voor hem ook een hele mooie herinnering. “Dejavu was negen jaar en stond aan het begin van een prachtige carrière. Ik wilde heel graag weer winnen en was goed onderweg, moest nog een paar hindernissen toen mijn teugel brak”, blikt Bruggink terug. “Toch sprong ik door en we wisten het parcours te voltooien. Ik kreeg een staande ovatie van het publiek. In 2016 kregen wij op onze stal het koninklijk paar op bezoek en zelfs zij wisten dit nog, heel bijzonder.”

Iets te vieren

Nadat Bruggink in januari 2019 bij een val van een paard zijn heup brak, heeft hij een lange weg af moeten leggen om weer terug te komen op niveau en dat was eerder deze week een glaasje champagne waard. “Zaterdag precies om 16.15 uur heb ik een fles champagne opengetrokken, omdat het op dat moment precies vier jaar geleden was dat ik mijn heup brak bij de val van een paard en dat ik vier jaar later om die tijd op datzelfde paard bleef zitten”, aldus Bruggink. “Maar zonder gekheid, het is niet meer zoals vroeger. Ik wil eigenlijk nog maar vier à vijf paarden per dag rijden, al lukt dat momenteel niet helemaal. Ik kan het spelletje nog steeds beoefenen en dat maakt me gelukkig, dat had ik niet verwacht. Ik heb een kunstheup en een lange weg moeten gaan, maar ik kan de ring weer betreden.”

Nog een keer CHIO

Of er voor Bruggink nog een keer CHIO in zit weet hij nog niet, maar hij zou het mooi vinden als het zo zou zijn. “Je hebt ook ruiters te voet”, grapt hij. “Maar zonder gekheid, dat zou mooi zijn na alles wat er is gebeurd, alleen al voor mijn eigen gevoel na zo’n abrupt einde van een geweldige carrière. Met een eigen gefokt paard of een ander heel goed paard. Ja, dat zou ik mooi vinden, eens een sportman, altijd een sportman. Je hoort mij niet klagen hoor, na alles wat ik heb meegemaakt en wat vaker thuis zijn is ook leuk. Maar in het verleden was ik ieder weekend van huis ….. Vieren jullie in 2024 het 75 jarig jubileum ? Een mooi doel om naar toe te werken!”

Lees het hele interview met Gert Jan Bruggink hier

Bron: CHIO Rotterdam

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.