Ga naar hoofdinhoud

Eventingsport leeft weer

Roelie BrilHet is fantastisch dat het na twintig jaar weer gelukt is een eventingteam te kwalificeren voor de Olympische Spelen. Ik heb Martin Lips ook meteen gebeld om hem te feliciteren. In 1992 in Barcelona was ik bondscoach en reed Martin mee in het team. Ik had destijds het voordeel dat ik met Lips, Eddy Stibbe zijn toenmalige vrouw Mandy, Fiona van Tuyll en Angela Rohof mensen in dat team had die het niveau aan konden. Met de tweede plaats met het team op het EK in Burghley hadden we ons bewezen.

Ik had de taak van het NOP (stichting Nederlands Olympiade Paard) met een team te starten op de Olympische Spelen in Barcelona. Ze wilden na zoveel jaren graag weer een team daar aan de start. We hadden op de Spelen gewoon pech en toen ging het paard van Eddy er ook nog uit in de laatste veterinaire keuring en was het gedaan met het team. Dat was jammer.

Ik moest destijds alles zelf doen. Ik gaf dressuurles, maar moest ook van alles regelen. Ik weet nog dat ik tijdens de kwalificaties weken lang elke ochtend eerst aan de telefoon hing en dan ging het ook om welke dekens er mee moesten: dik of dun, welke jassen enzovoort. Dat moest natuurlijk geregeld worden, maar in mijn ogen was dat geneuzel. Het was een zware periode waarin ik me niet optimaal kon bezig houden met het rijtechnische. Je stond overal alleen voor. Ik ben ook na de Spelen meteen gestopt als bondscoach. Je zag daarna dat er geen goede structuur in zat en enkele topruiters stopten. Het was over en uit.

Nu twintig jaar verder vind ik dat ze er weer goed voorstaan met meerdere goede combinaties die de Olympische Spelen aankunnen. De eventingsport leeft. Je hebt nu vijf mensen die voor kwalificatie in aanmerking komen en dat is al een mooi begin. Daar zitten jonge mensen bij en dat is ook een goede zaak.

Het rijden van een aantal eventingwedstrijden in een seizoen is iets heel anders dan wekelijks een springparcours rijden. In de eventing is het ook nog eens slechts een kleine groep die de top bepaalt. Het kan dan gemakkelijk een keer tegenvallen. Je hoeft maar één langsloper te hebben in de cross, of even je dag niet hebben in de dressuur en je bent er al niet meer bij. Het is daarom goed dat er nu meerdere combinaties zijn die voor Londen in aanmerking komen. Je zult zien dat er altijd een paard of een ruiter geblesseerd raakt en dan sta je zo met lege handen.

Voor mij is het logisch dat de bondscoach uiteindelijk bepaalt wie er naar Londen gaan. De belangen zijn groot, maar ik weet zeker dat Martin Lips in goed overleg in staat is om daar verantwoorde keuzes in te maken.

Roelie Bril, instructeur en oud-bondscoach eventingteam
Deze column verscheen vrijdag 30 maart 2012 in De Paardenkrant

Lees ook