Ga naar hoofdinhoud

Het is slecht gesteld met biodiversiteit paardenrassen

Hinke Fiona Cnossen2010 is het jaar van de biodiversiteit in Nederland. Een goede aanleiding om eens boven tafel te krijgen hoe het is gesteld met de diversiteit van de warmbloedpaardenrassen met een Nederlandse oorsprong. Wel, ik durf te zeggen dat het slecht is gesteld met de variatie binnen de Nederlandse rassen.

Die afnemende variatie is iets wat de stamboeken in de hand werken en de merriehouders nemen dat over. De merriehouder heeft te weinig keus om binnen het ras te blijven fokken. En dat terwijl de merriehouder een belangrijke troef in handen heeft, namelijk de ideale fokmerrie.

Vierde bezichtiging
Neem het Gelderse paard, door de Stichting Zeldzame Huisdierrassen uitgeroepen tot Ras van het Jaar 2009. Er zijn twaalf hengsten goedgekeurd in deze richting. De oudste, Ahoy (27 jaar), is eigenlijk tuigpaard-gefokt en zwart van kleur en daardoor erg populair. Hij heeft in al die jaren slechts één zoon goedgekeurd gekregen, de zwarte Rubus B.

Dan zijn er de halfbroers Elegant en Galant, van respectievelijk 23 en 21 jaar. Ze hebben in al die jaren geen zoon goedgekeurd gekregen. Zegt dat iets over de kwaliteit of juist over het niet erkennen van de kwaliteit binnen je eigen fokrichting?

De zeventienjarige Koss, die via vader El Corona terug gaat op de Holsteiner hengst Amor, heeft twee zonen in dekdienst en twee kleinzonen.

Bij de combinatie van hengsten op leeftijd en weinig aanwas van nieuwe hengsten, is het wachten op inteelt en de negatieve elementen daarvan. Het is dan logisch dat je met dochters van deze hengsten geen vrije hengst binnen je stamboek kunt uitzoeken.

Ik pleit daarom voor een ‘vierde’ bezichtiging van de jonge Gelderse hengsten, na een eerste lichting veulens. Dit vergroot het aantal vaderdieren bij de merries en ook de toekomstige selectieruimte.

Het veranderende fokdoel of inteeltproblemen zijn altijd opgelost door één of enkele hengsten van een verwant ras binnen te halen, terwijl men vergeet hoe goed de eigen fokkerij is en daar de breedte in vasthoudt.

Voldoen aan fokdoel
Bij de Groninger paarden is de situatie iets gunstiger omdat ze daar onderkend hebben dat één hengst alleen het niet redt. De verschillende hengstenlijnen zijn aangegeven met een naamletter. De hengsten komen voornamelijk uit Groninger moederlijnen. Daarnaast zijn enkele hengsten uit verwante fokkerijen goedgekeurd, die dus geen Groninger bloed voeren maar wel voldoen aan het type en het fokdoel.

Ook is van veel hengsten sperma opgeslagen in de genenbank, onder andere met behulp van een methode waarbij na castratie het sperma uit de bijbal wordt gehaald. De ruin met de interessante bloedvoering gaat vervolgens een fijn leven als gebruikspaard tegemoet.

Verborgen gebreken
Bij Friese paarden lijkt het aantal van 90 hengsten indrukwekkend, alleen lopen daar ook hengstenlijnen dood. Dit komt door het voortdurend verschuiven van het fokdoel. Samen moeten de hensten maar liefst 20.000 merries bedienen. Gelukkig is men bij de Friezen nu wel zo ver dat men sperma opslaat in de genenbank.

Zowel uiterlijk als genetisch gezien lijken Friese paarden erg op elkaar. Dit kan een reden zijn dat verborgen erfelijke gebreken eerder tot uiting komen.

De verdeling van het aantal dekkingen tussen de hengsten is niet optimaal. Populaire hengsten dekken veel en de rest een handjevol. Eigenlijk is dat kortetermijndenken, want over drie jaar heeft de dochter ook een geschikte partner nodig. Je kunt dus dekbeperkingen verzinnen, maar psychologisch werkt dat blijkbaar juist als stimulans.

Met het houden van een dekhengst is geen droog brood te verdienen, tenzij de populariteit voor de Nederlandse paardenrassen toeneemt, puur en alleen omdat het cultuurhistorisch erfgoed is waar we trots op mogen zijn. De veelzijdigheid en het betrouwbare karakter van deze rassen zijn eigenschappen die we in de toekomst zeker nodig hebben. In de verschillende fokdoelen van de Nederlandse rassen zal in ieder geval het behoud concreet omschreven moeten zijn.

Want dat is toch een spookbeeld: Je wilt een Groninger paard kopen omdat het werklust heeft en betrouwbaar is en het blijkt er niet meer te zijn.

Ing. Hinke Fiona Cnossen is foktechnisch inspecteur bij de Stichting Zeldzame Huisdierrassen.
Deze opinie verscheen vrijdag 6 november in De Paardenkrant

Topics van dit bericht

Selecteer een topic en vind alle berichten over dit onderwerp onder "Mijn nieuws".
Lees meer over topics .

2 reacties op “Het is slecht gesteld met biodiversiteit paardenrassen

  • Wilhelm hagmans

    Hallo Frau Cnossen,
    excuus voor en antwoort in duits, maar mijn nederlands is onvoldoende.
    Ich stamme aus einer Bauernfamilie bei Geldern (Dld), dem namensgeber für die provinz und das pferd. Unsere Familie hat mind. seit 1596 Pferde gezüchtet. Seit 1972 besuche ich fast regelmäßig Keurungen in den NL.
    Ich finde das Verhalten des KWPN zum Inzuchtproblem in seinen kleinen Abteilungen sehr seltsam. Sie fragen immer um genetische Vielfalt, aber verhindern durch ihre Regeln und ihr Verhalten genau diese ´Vielfalt. Beim Gelderländer und beim Tuigpaard müßte genetische Vielfalt ein gleichberechtigtes Zuchtziel sein. Aber als noch die Möglichkeit bestand, hat man es versäumt, die Linien des Domburg/Istanboel, Wachtmeester und Goudsmid zu erhalten, indem man an die jungen Hengste falsche Anforderungen stellte. Wenn Tourist mit ganz wenigen Nachkommen, geritten von 3.klassigen Reitern, mehrere jahre erfolgreicher ist als internationaler Dressurpferde-Vererber als Rubinstein mit vielen Pferden, geritten von 1.klassigen Pro’s, dann ist durchaus die Frage, warum man den einen ablehnt und den anderen zu “Verbesserung” promoted.
    Meiner Ansicht nach hat die Gelderländer Zucht nur eine reelle chance, wenn sie sich vom KWPN trennt und ihre eingenen Wege geht.

  • Karin

    Bij alle stamboeken is het probleem dat er veel te weinig hengsten goedgekeurd worden. Het binnenhalen van vreemd bloed en daarmee ongewenste recessieve genen is geen oplossing. Geef gewoon meer jonge hengsten uit de eigen oude bloedlijnen een kans, ook als ze naar de smaak van de jury te ‘ouderwets’ zijn of ‘niets toevoegen’ (omdat er al een volle broer dekt bijvoorbeeld). Bij ‘Het Groninger Paard’ wordt nu steeds maar één nieuwe hengst per jaar goedgekeurd, en worden goede jonge hengsten onnodig afgewezen. Geen wonder dat de meeste eigenaren van hengstveulens al niet eens meer de moeite doen om ze voor de keuring op te fokken! Geef de merriehouders meer ruimte om zèlf te kiezen welke hengst het best bij hun merrie past. De betutteling door de stamboekleiding werkt nu alleen maar averechts.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook