Toen in de publiciteit kwam dat ik de Commissie Gelijke Behandeling had gevraagd om het beleid van het KWPN, inzake de benoeming van vrouwen in richtinggevende functies, te toetsen aan de Algemene Wet Gelijke Behandeling, kwam er een stortvloed aan reacties los. Veel mensen vroegen zich af hoe ik het aandurfde om actie te ondernemen tegen het grote en machtige KWPN. Men was het wel eens met mijn standpunt, maar op de zeepkist gaan staan, daar moest je toch wel veel lef voor hebben. Waarom eigenlijk? We leven toch in een land waar de vrijheid van meningsuiting een groot goed is?Toch zijn er nogal wat mensen die ervan overtuigd zijn dat ik represailles zal op mijn weg zal treffen. Ik zou nooit meer een paard ter keuring hoeven brengen en een meer uitdagende functie al helemaal op mijn buik kunnen schrijven. Om eerlijk te zijn, heb ik me inderdaad afgevraagd of het wel zinvol zou zijn om mijn nek uit te steken, met alle mogelijke gevolgen van dien. Ik ben daarom echt niet over één nacht ijs gegaan voordat ik het besluit nam een brief te schrijven naar de CGB in november jl. Uiteindelijk was mijn besluit gebaseerd op een jarenlange opeenvolging van gebeurtenissen waarin discriminatie de rode draad vormde.
Ons-kent-ons
Het KWPN is een vereniging, die bestaat bij de gratie van de fokkers en waarin de belangen van deze groep paardenliefhebbers centraal horen te staan. De uitvoering van de statuten en reglementen moet een helder en democratisch karakter hebben,waardoor de leden zich gehoord voelen en saamhorigheid in de groep ontstaat. Niets is zo fnuikend voor de sfeer en het groepsgevoel als de indruk bestaat dat maar een kleine groep het voor het zeggen heeft. Bij de benoeming van functionarissen zou een structureel, transparant en objectiveerbaar beleid gevoerd moeten worden, waardoor de uiteindelijke keuzes door de leden breed worden gedragen.
En dat is nu net waar het bij het KWPN aan schort. Bestuur en directie lijken een ondoordringbaar machtsbolwerk, dat naar eigen goeddunken een interpretatie geeft aan het democratisch bestel. Er heerst geen cohesie in de ledenraad, omdat zittingstermijnen wisselend verstrijken en men nauwelijks de tijd heeft om elkaar goed te leren kennen. Om deze redenen wordt de indruk gewekt dat benoemingen van functionarissen een hoog ‘ons kent ons’-gehalte hebben. Bovendien zijn ze niet controleerbaar op objectieve gronden. Vrouwen die een richtinggevende functie ambiëren, hebben echt een probleem. Ze komen gewoon niet aan bod.
Mannen ‘beter’
Het één en ander heb ik persoonlijk mogen ondervinden. Daarom heb ik de handschoen opgepakt. In maart vond een hoorzitting plaats ten kantore van de CGB en zijn beide partijen gehoord door de leden van de commissie, die bestond uit een aantal door de wol geverfde juristen. Men vroeg zich onder meer af waarom er bij het KWPN zo weinig vrouwen terug te vinden waren in topfuncties. Hierop verklaarde het KWPN, met droge ogen en niet beseffend gigantisch in eigen voet te schieten, dat de fokkerij toch echt van oudsher een mannenaangelegenheid is. Als ik er niet zelf bij gezeten had, zou ik deze uitspraak niet hebben geloofd!
In een vraaggesprekje met NRC Next, dat plaatsvond met betrekking tot de uitspraak, doet het KWPN er nog een schepje bovenop, door te zeggen dat mannen klaarblijkelijk meer ervaring hebben en beter passen in het functieprofiel. Ik vind het onthutsend dat een dergelijke uitspraak , anno 2011, zonder blikken of blozen wordt gedaan binnen een vereniging waarin met name binnen de dressuurfokkerij en sport al jaren een expliciete feminisering gaande is.
Vrouwen in beeld
Ik ben door de CGB in het gelijk gesteld. Maar hoe nu verder? Het KWPN hult zich tot nu toe in stilzwijgen. Ik hoop echter dat de aanbevelingen die de CGB gedaan heeft ter harte worden genomen. Men heeft de opdracht gekregen om procedures helder, inzichtelijk, objectiveerbaar en controleerbaar te maken. Op die manier moeten er onherroepelijk ook vrouwen in beeld komen die beschikken over de gewenste deskundigheid en ervaring. Dat is in het belang van de club. Ik ben er heilig van overtuigd dat de kwaliteit van het beleid en de sfeer binnen de vereniging er dan op vooruit zal gaan.
Dat is waar het uiteindelijk om moet gaan: de fokker die met plezier en trots lid is van een vereniging die middels een helder en open beleid tot doel heeft de beste paarden ter wereld voort te brengen!
Karin Retera fokt dressuurpaarden, is KWPN-keurmeester en amazone, instructeur en jurylid op Grand Prix-niveau.
Deze opinie verscheen woensdag 29 juni 2011 in De Paardenkrant
Poll