Ga naar hoofdinhoud

‘Zadelkeuring betekent veel meer investeren’

Björn van KesselDe ideeën om de hengstenselectie van het Oldenburger Verband aan te passen zijn innovatief en nieuw, maar ik weet niet of ze het gewenste effect hebben. Allereerst kan het zo zijn dat niet de paarden, maar de ruiters worden gekeurd. Waar blijft de natuurlijke aanleg van het paard als je ze gaat voorstellen onder het zadel op de keuring? Daarnaast is er de mogelijkheid dat er op naam van de ruiter wordt gekeurd. Ik zeg niet dat dit zo is, maar die kritiek moet je als hengstenkeuringscommissie zo veel mogelijk proberen te voorkomen. Al snel hoor je dat mensen denken dat meer naar de eigenaar en de ruiter, dan naar het paard wordt gekeken bij beoordelingen. Door een ruiter bij de hengstenkeuring te betrekken, werk je dat in de hand. Dat moet je niet willen als commissie.

Investeren
Een ander belangrijk punt waarom ik nog niet helemaal warmloop, is dat er veel meer geïnvesteerd moet worden door hengstenaanbieders, in veel gevallen nog de fokker. Deze moet de hengst optimaal presenteerbaar onder het zadel op de keuring voorstellen. Dat houdt in dat hij het paard eerst zadelmak moet laten maken – veel professionele ruiters doen daar niet aan – en wel minstens drie maanden in training zijn bij een professionele ruiter om het optimale in de aanleg naar boven te halen. Dat kost een hoop tijd en niet onbelangrijk: geld. Voor de grote hengstenopfokkers is het misschien mogelijk, omdat zij vaak alle faciliteiten om dieren te trainen bij huis hebben. Voor de meeste fokkers geldt dat niet. Zij zijn al een hele zak met geld kwijt voordat ze nog maar iets hebben bereikt met hun hengst.

Dat aanbieders niet zoveel willen uitgeven aan hun hengst kan er toe leiden dat hengsten bij minder getalenteerde ruiters worden gezet en daardoor niet optimaal worden gepresenteerd. Daarmee kom ik terug op het eerder genoemde punt: er wordt dan op de ruiter gekeurd. Dat kan ook in negatieve zin zijn.

Longeren
Een aantal jaar geleden voegde het Oldenburger stamboek het longeren toe aan de hengstenselectie. De hengsten worden zo’n tien minuten bijgezet gelongeerd en daar kan het publiek en de hengstenkeuringscommissie informatie uit halen. Ik denk dat het longeren net zoveel inzicht geeft in het kunnen van de hengsten, als rijden onder het zadel. Aan de longe kan ik ook zien hoe een paard loopt als hij nageeft en of hij kan aantreden van achter. Daarbij hebben sommige paarden op driejarige leeftijd nog niet de draagkracht om onder het zadel net zo te lopen als in vrijheid.

Daarbij kan iedere hengstenaanbieder het dier zelf voorbereiden op het longeren. Daarvoor hoeft het dier niet gestald te worden bij een professional. Dat verlaagt de drempel voor de keuring en zorgt ervoor dat aanbieders hun paarden niet om financiële redenen thuis houden.

Fundament
Als de veranderingen daadwerkelijk worden doorgezet, ben ik daar niet blij mee. Maar ik houd onze hengsten waarschijnlijk niet thuis. Ik ben niet in de positie om nu achterover te leunen en te gaan rentenieren. We moeten hengsten goedgekeurd krijgen om ze te laten dekken en geld te verdienen. We zullen er dus in meegaan. Ik denk ook niet dat het zo’n vaart zal lopen. Duitsland is altijd trots geweest op de vrijheden die de fokker werden geboden. Het Oldenburger stamboek, wil naast de keuring onder het zadel, ook naar een deklimiet voor hengsten die nog geen test hebben afgelegd. Dat zal ook niet snel gebeuren. De Duitse fokkerij is heel anders opgezet en ik denk niet dat je alles moet veranderen. Je moet ook wat van je fundament overhouden.

De testen in Duitsland zijn al flink veranderd het afgelopen jaar. Ze worden nu centraal gereguleerd door de FN en geven een betere indruk van de paarden. Dat lijkt me al een flinke stap in de goede richting en voorlopig genoeg verandering.

Björn van Kessel is hengstenhouder. Samen met Niels Bax runt hij hengstenhouderij ‘De IJzeren Man’ in Weert. Naast zijn activiteiten bij het KWPN biedt hij regelmatig hengsten aan op de Oldenburger hengstenkeuring.
Deze opinie verscheen vrijdag 15 juli 2011 in De Paardenkrant

2 reacties op “‘Zadelkeuring betekent veel meer investeren’

  • paardenfokkerij-olympus

    Hengsten die meestal nog geen 3 jaar oud zijn onder het zadel op de hengstenkeuring mbt hun goedkeuring presenteren…………… valt buiten iedere ethische norm.

    Nu al wordt er met deze jonge dieren veel gedaan om ze zo lenig en gespierd mogelijk voor te stellen. Ze moeten immers boven de rest uitsteken om goedgekeurd te kunen worden.

    Bij een presentatie onder het zadel ,zal in de maanden vooraf al de grenzen van hun mogelijkheden opgezocht worden. In de meeste gevallen zal dat een belasting van deze onvolgroeide dieren tot het maximale bij de echte deskundigen .Dit zal een laveren op het randje van optredende beschadiging en (ogenschijnlijk )gezond blijven blijven zijn.

    Want wie maakt geen fouten bij de beoordeling wat zo n jonge hengst verantwoord aan kan?
    Wie durft daar zijn hand voor op te steken?
    Hoeveel weten er nog dat de wervels die de bovenkant van het bekken vormen pas op 5 jarige leeftijd versmolten zijn?
    Hoeveel weten er dat vooral bij hengsten pas op 7-8 jarige leeftijd de ontwikkeling van de onderdelen van de ruggegraat voltooid is?
    En dan heb ik het nog niet eens over de kwetsbaarheid van de pezen , banden en ligamenten.
    Wie met zekerheid kan stellen dat zo n systeem bij al die jonge paarden zo n vroegtijdige training geen of vrijwel geen inwendige , onzichtbare schade op treedt, mag weer zijn hand opsteken.

    Paarden hebben in de natuur een oerinstinct ontwikkeld. Als ze ongemak hebben zullen ze dat zo lang mogelijk niet te uiten. Zouden ze dat wel doen dan zouden ze de aandacht van roofdieren op zich vestigen.
    Dit maakt het voor ons mensen nog gecompliseerder om het kunnen en welzijn van een paard in te schatten.

    Het paard is ondergeschikt aan ons dus hebben we als mens een extra verantwoordelijkheid voor het welzijn en gezondheid van deze dieren.

    Een meedogenloze veldslag waaraan jonge hengsten bloot gesteld worden om op nog geen 3 jarige leeftijd hun uiterste kunnen te tonen, is strijdig met die verantwoordelijkheid.

    Beleidsmakers van paardenstamboeken kunnen soms heel logisch nadenken over structuren , fokwaardeschattingen , populatiegenetica, selectiescherpte , generatieinterval etc .
    Maar het individuele paard blijft een levend wezen en zal nooit een ding worden.

    In de systemen is het inderdaad slechts een nummer. Zo ook is het paard voor het ministerie ELI slechts een nummer.
    De schade en het bijbehorende leed van verklevingen en beperkingen in de hals door de verplichte inbreng van een 1,6 cm lang pinnetje met een streepjescode is daar een treffend voorbeeld van.

    Het is bedacht door technocraten ,die zich niet verdiept hebben in de anatomie van het paard en in zijn geavanceerde zenuwnetwerk.

    Helaas lijkt er in de volle breedte onvoldoende aandacht voor het wel en wee van het paard zelf.

    De ruiterinvloed vertroebelt bovendien een gelijkwaardigheid van de presentatie onder het zadel. Daar heeft van Kessel groot gelijk in evenzo in het feit dat getalenteerde iets laatrijp zijn de hengsten al bij voorbaat gemist worden.
    Ook zullen diverse zeer gelalenteerde ,veel aanbiedende hensten de boot al missen, omdat men in de voorbereide training de toegedachte belastingsmogelijkheden te rooskleurig heeft ingeschat.

    Het wordt tijd dat de technocraten eerst het individuele paard gaan leren doorgronden.

    Sjaak Hoedjes

  • Maria

    Meneer Hoedjes…., chapeau!!!

    Kan het misschien zo zijn dat die ‘technocraten’ tegen beter weten in handelen? Kop in het zand, commerciele belangen voorop…… !?

Reacties zijn uitgeschakeld.

Lees ook