Ga naar hoofdinhoud

‘Goed jurycorps is noodzakelijk voor stamboek’

Maarten SimonseIn de KWPN nieuwsbrief van augustus 2011 naar aanleiding van de eerder gehouden ledenraadsvergadering staat de opmerking dat in het kader van de toekomstvisie merrieselectie een kwalitatief hoogwaardig en uniform inspectiekorps cruciaal is. Verder staat er dat de kerngedachte is dat binnen een kleinere groep gemakkelijker uniformering en een kwaliteitsimpuls mogelijk is.

Dat lijkt in eerste instantie het intrappen van een open deur, maar het zijn bij nader inzien toch opmerkelijke frases. Enerzijds is er kritiek vanuit de stamboekorganisatie zelf op het functioneren van de organisatie; het moet professioneler.

Anderzijds is er kritiek op het functioneren van de juryleden; ze zijn te talrijk in aantal en hun oordeel verdient een kwaliteitsimpuls. Dergelijke zelfkritiek van een organisatie als het KWPN over een cruciaal instrument in de fokkerijselectie, het merrieselectie jurycorps, is misschien wel uniek voor een organisatie die bepaald niet bekend staat om zelfkritiek.

Kritiek op de jury is niet uniek en van alle tijden. Op het moment dat er een oordeel wordt geveld over een paard kan dat hevige emoties veroorzaken bij de betrokkenen, vreugde bij een positief oordeel, teleurstelling bij een negatief oordeel. Of kritiek op het oordeel terecht is, hangt mede af van de kwaliteit van de beoordeling en de manier waarop dat gecommuniceerd wordt. Het KWPN heeft terecht ingezien dat er op dit punt veel te verbeteren valt.

Om dit te bereiken zal inderdaad het aantal juryleden afnemen als er een hoger niveau vereist wordt van hun beoordelingen, niet elk jurylid kan die sprong maken. Want professionalisering betekent meestal ook harde eisen. Tot nu toe was er een leertraject van aspirant-jurylid tot volwaardig jurylid, maar eenmaal lid van het corps, is het makkelijk lid te blijven. Dit is te vrijblijvend, een volwassen organisatie heeft een systeem van permanente educatie en evaluatie. Een aantal verplichte examens en evaluaties lijkt mij dan ook een echte noodzaak voor een (aspirant-)jurylid. Kennis van afstammingen en moederlijnen, kennis van bouw en functioneren van het paardenlichaam en communicatie met eigenaren moeten daar onderdeel van uitmaken.

Wie dat overdreven vindt, moet zich realiseren dat er elk jaar weer discussies ontstaan over bijvoorbeeld een ‘minder fraai afgewerkt spronggewricht’ en dat het regelmatig voorkomt dat mensen vinden dat er geen open gesprek met de jury mogelijk is op een keuring wanneer er om een toelichting gevraagd wordt.

Deze wijze van ‘juryselectie’ zal niet ieder jurylid doorstaan. Maar als men een kwaliteitsimpuls nastreeft, is iedereen (stamboek en leden) alleen gebaat bij mensen met bewezen kennis van zaken. In het verleden zijn ‘specialisten’ toegevoegd aan het jurycorps die niet op alle fronten van de fokkerij, sport/afstammingen/keuringen, ervaring of bewezen kennis hadden. Maar hun oordeel heeft enkel toegevoegde waarde als het hun specifieke kennisgebied betreft, en zijn ze ongeschikt als volwaardig jurylid.

Schat aan fokkerijkennis
Er is in Nederland een schat aan fokkerijkennis, er zijn mensen die de fokkerij al jaren op de voet volgen en met hun ervaring en kunde goede resultaten boeken op de keuringen en met hun paarden in de sport. De visie van mensen die duidelijk ambitie en raakvlakken hebben op alle facetten van de fokkerij kan deze verder vooruit helpen. Slagen voor examens zal een aantal mensen dan ook makkelijk afgaan, maar voor andere zal de lat te hoog komen te liggen, zodat het aantal volwaardige juryleden afneemt. Dit zorgt er automatisch voor dat een geslaagd jurylid meer beoordelingen moet verzorgen, wat de uniformering ten goede komt. Nu keurt het overgrote deel van de juryleden maar een enkele keer per jaar, wat het moeilijk maakt om tot een goede standaard te komen, zoals het KWPN zelf ook terecht inziet.

Daarnaast dienen er een permanente evaluatie te zijn van het functioneren van de jury en een verplicht bijscholingsprogramma. Alleen op deze manier kan kennis en kunde gewaarborgd blijven voor de toekomst. Een dergelijke selectie is kostbaar en tijdrovend, maar wel noodzakelijk. De meeste eigenaren steken kostbare tijd en moeite in het voorbereiden van hun paarden voor de keuring; aan die zijde wordt er duidelijk steeds professioneler gewerkt.

Fokkerij is een levenswerk, een opeenstapeling van keuzes, vaak na wikken en wegen, en men moet selecteren. Als een fokproduct dan eindelijk verschijnt voor het oog van de jury, dient deze kennis van zaken te hebben om tot een goed oordeel te kunnen komen. Investeren in een goed getraind, kwalitatief hoog jurycorps is noodzakelijk voor het stamboek. Elke eigenaar en ieder paard verdient een goede jury.

Maarten Simonse is erkend keuringsdierenarts paard. Hij is op bescheiden schaal fokker, voorsteller van paarden op keuringen en laat paarden uitbrengen in de sport.
Deze opinie verscheen woensdag 5 oktober 2011 in De Paardenkrant

4 reacties op “‘Goed jurycorps is noodzakelijk voor stamboek’

  • paardenfokkerij-olympus

    Leuk helder verhaal van Maarten Simonse dat uitnodigt tot nadenken over het keuringsysteem.

    In tegenstelling tot Maarten ben ik van mening dat afstamming geen onderdeel mag uit maken van het keuringoordeel.

    Om de zuiverheid en objectiviteit te waarborgen mag je de vader of de moeder niet meekeuren.

    Een exterieurbeoordeling is per definitie iets anders dan een waardeoordeel over fokkerijverwachting ,zoals de aanwijzing voor een verrichtingonderzoek zoals bij jonge hengsten .Hierbij is afstamming wel noodzakelijk om in de selectie te betrrekken.

    De jury zal om de objectiviteit te waarborgen dus niet de afstamming vooraf mogen weten ,om de hieruit voortvloeiende lineaire score van de vaders zuiver en vergelijkbaar te houden.

    Verder zie je op de hengstenkeuring ,waar het neusje van de zalm uit het jurycorps jureert, men moeite heeft om door het uitermate professioneel voorbereide hengstenbestand de werkelijk beste er uit de pikken. Want wat vallen ze vaak in exterieur tegen tijdens de verrichtingen.

    Door intensieve voorbereiding is het dus mogelijk de beste jury een rad voor ogen te draaien.

    De meest zuivere beoordeling zou zijn als de merries thuis onaangekondigd in de wei zouden worden bekeken. Wat bewegen aan de longe en dan een regionale vrijspringdag op een ander tijdstip organiseren.
    Je kunt dan het beste de natuurlijke beweging en souplesse en rug en halsgebruik constateren met zo min mogelijk spanning.
    De fokker hoeft niet weer te investeren in professioneel klaar laten maken en opstallen.
    De paarden zullen onderling wat beter vergelijkbaar zijn.
    Ze zullen ook eerlijker vergelijkbaar zijn en minder gemanipuleerd.

    Het is dus niet alleen een zaak van kwaliteit van de jury, maar ook een zaak van mogelijkheden scheppen om het paard zuiver te kunnen beoordelen.

    De feiten hebben bewezen dat de kreet:een goed jurylid kijkt er wel doorheen, bij goed geprepareerde dieren ……..niet houdbaar is.

    Sjaak Hoedjes
    Bergen NH

  • Meta

    Beste Sjaak

    Vraag van een leek:
    Het zou toch veel eerlijker zijn als een paard “anoniem” voor de keuringscommisie verschijnt?
    Menig Totilasnakomeling zal nooit de “lichte tour ” bereiken. Maar ja ,als bekend is dat Totilas je vader is wordt het plaatje misschien wel heel anders bekeken?Ieder paard heeft zo zijn eigen capaciteiten.
    Het is een momentopname,zo’n keuring.
    Stel je kruist een gewone leuke kwpn-merrie met een Iberische hengst of met een Hackney,dan kan daar een hengstveulentje uit geboren worden met bijvoorbeeld een zeer spectaculair voorbeen gebruik,ruime gangen en een goede balans en lichaamsbouw…en schrijf je dit veulen gewoon in bij het Kwpn. (verzameling van rassen en kruisingen: http://nl.wikipedia.org/wiki/Koninklijk_Warmbloed_Paard_Nederland
    Vraag : kan men dit veulen dan introduceren voor de hengstenkeuring?(register A)Of moet de merrie allerlei predicaten bezitten en voorselecties hebben doorstaan?
    Wat mij ook zeer belangrijk lijkt is de beoordeling van het karakter van het te keuren paard,maar hoe doe je dat en in welke omstandigheden?
    Zo ken ik een merrie met Jazz als vader. Het is een mooi dier met goede basisgangen,maar onmogelijk in het gedrag,voedernijd,slaan ,gefrustreerd gedrag naar andere paarden en gevaarlijk naar mensen toe.Een onbegrepen paard wat met 2 dekens op stal staat,wanden dichtgetimmerd omdat ze anders onrustig wordt.Iedereen loopt er met een boog omheen.
    Maar, zegt de eigenaresse lachend: tja…het is een koninginnetje met een typisch “Jazzkarakter”…hebben ze allemaal .We laten haar dekken…misschien wordt ze dan wat rustiger”.
    Het arme dier kan zich niet leren soccialiseren met andere paarden ,altijd alleen,wordt bereden met ALLE toeters en bellen eromheen …jammer en zielig!!!!!
    Wat doen we met de “karakterpaarden” ,die vaak in ondeskundige handen komen en van hand tot hand gaan…?
    Leuk dat er “spectaculair” bewegende paarden gefokt worden ,maar hoe is hun karakter, we bezitten niet allemaal het “rijvermogen “van Emmelie Scholtens en Gert van het Hof ;-)))
    Quote van het KWPN :””Fokwaarden van karaktereigenschappen

    Een voorbeeld van het gebruik in de toekomst is het ontwikkelen van fokwaarden van karaktereigenschappen. Net zoals fokkers nu kiezen voor een hengst die past bij hun merrie wat betreft exterieur en beweging, zou het goed zijn als dit straks ook mogelijk is voor karakter. Het streven is om met de uitkomsten van het karakteronderzoek de fokkers meer informatie te geven over de karaktervererving van hengsten.””

    Hoe ver weg ligt die toekomst nog en wat zou dat voor gevolgen kunnen hebben voor sommige dekhengsten?

  • paardenfokkerij-olympus

    @Meta

    Zonder boekje keuren is inderdaad een must om meer objectief een oordeel te geven over het paard zelf. Als het KWPN daartoe zou over gaan is dat het allerduidelijkst signaal naar de leden toe dat men wars is van vriendjespolitiek.
    Het siert het KWPN dat ze pogingen ondernemen om karakter van hengsten beter in kaart te kunnen brengen , door ze te confronteren met allerlei al dan niet bewegende voorwerpen in samenspraak met een gedragdeskundige.Hoe paniekerig of hoe koel is een hengst.
    Toch is het begrip karakter zo breed dat dergelijke testen de lading niet kunnen dekken en ook reageren paarden afhankelijk van hun stressniveau( op dat moment hun ervaringen in het verleden verschillend zodat een betrouwbare weergave van hun genetische innerlijk erg lastig is.

    Het KWPN initiatief om te zoeken naar parameters om karakter in kaart te brengen toont wel haar vooruitstrevendheid aan.

    Wat dat ooit voor welke hengsten wat zou betekenen, daar heb ik wel enig idee over. Uit respect voor de eigenaren doe ik daar geen uitspraken over

  • Peter van der Waaij

    Beste heer Simonse (en eventuele lezers),
    De vraag die direct in mij opkomt na het lezen van uw stuk luidt: wie zouden het jurycorps moeten bijscholen? Ik ga er namelijk van uit dat het jurycorps de meeste kennis in pacht heeft wat betreft het jureren van paarden. Waarom zouden zij anders zijn aangesteld?
    Daarbij vraag ik me ook sterk af of het wel verstandig is om het aantal juryleden af te laten nemen. Hoe meer juryleden binnen het KWPN, hoe meer kennis, hoe hoger de kwaliteit van het oordeel. De voorwaarde is wel dat de juryleden onderling veel overleg plegen en vaak bijeenkomen om ideeën uit te wisselen. Ik denk dat goede samenwerking en reflectie het niveau meer ten goede komen dan een zeker bijscholingproject.
    Wat wel erg belangrijk is, is het traject dat een jurylid moet doorlopen om als zodanig erkend te worden. Ik vind echter dat ervaring hierin nauwelijks een rol of geen rol mag spelen. Om veel kennis te vergaren binnen het KWPN is het juist verstandig om óók jonge, minder ervaren mensen als jurylid aan te stellen. Voorwaarde is echter wel dat die persoon voldoende kennis van paarden heeft. Tevens is het niet verstandig om een onervaren jurylid direct als volwaardig jurylid aan te stellen.
    Tot slot is het ook van groot belang om het ideaalbeeld van het KWPN helder te houden en, wanneer nodig, bij te stellen. Zoals de Engelse naam van het KWPN (Royal Dutch Sport Horse) bevestigt, is het KWPN een stamboek van sportpaarden. De hedendaagse sport moet daarom nauwlettend in de gaten worden gehouden. Het idee dat sportpaarden vaak een slecht exterieur hebben, vind ik ronduit belachelijk. Wanneer het KWPN de sport als doel heeft, moet dit goed naar voren komen in het ideaalbeeld.
    Al met al ben ik van mening dat het jurycorps zelf het niveau op peil moet houden of, liever nog, het niveau moet verhogen. Ik denk dat de frisse wind die de jeugd met zich meebrengt hierbij belangrijk kan zijn. Ik twijfel echter niet aan de kunde van de juryleden en verwacht dat het niveau de komende jaren alleen maar zal stijgen.
    Met vriendelijke groet,
    Peter van der Waaij

Reacties zijn uitgeschakeld.

Lees ook