Ga naar hoofdinhoud

Waarde van röntgenfoto’s niet overdrijven

röntgenVooral vanuit Nederlandse hoek zijn vaak kritische geluiden te horen over de röntgenologische gezondheid van 2,5-jarige hengsten op de Duitse hengstenkeuringen. Ook worden vragen gesteld waarom aan de röntgenfoto’s niet meer waarde wordt gehecht door de fokkerijleiding van de verschillende stamboeken. Ik zeg heel bewust ‘röntgenologische gezondheid’ omdat ik vind en door mijn ervaring als dierenarts heb gemerkt dat de gezondheid van een paard en de gezondheid op de foto’s lang niet altijd samen gaan. Een paard kan enorm gezond zijn en tot op het hoogste niveau in de sport verschijnen met röntgenfoto’s waar je hem op driejarige leeftijd mee zou laten staan. Als je röntgenfoto’s neemt van paarden die op olympisch niveau in de sport verschijnen, zijn er veel waar je hard voorbij zou lopen.

Toch verschijnen deze paarden op het hoogste niveau in de sport. Dat heeft in mijn ogen veel met de instelling en de hardheid te maken. Er zijn paarden die bij elk wissewasje kreupel lopen en er zijn paarden die bij alles blijven doorlopen. Die paarden kun je goed gebruiken in de fokkerij. We hebben in mijn ogen tegenwoordig teveel paarden in de fokkerij die bij elk pijntje direct stokkreupel zijn. Over deze instelling en hardheid kan een klinische keuring veel meer uitsluitsel geven dan röntgenfoto’s. Daarom vind ik dat er weer meer waarde moet worden gehecht aan de klinische keuring.

We moeten niet vergeten dat de röntgenologische keuring een hulpmiddel is en niet altijd uitsluitsel kan geven. Paarden kunnen geweldige röntgenfoto’s hebben waar niets te zien is, maar kunnen vervolgens wel meer kreupel dan rad zijn. Andersom is dat natuurlijk ook het geval, een paard dat meer drieën dan enen heeft op de foto’s kan in zijn gehele carrière onder het zadel nergens last van hebben. Als je kijkt naar de handel en zeker naar de handel naar het buitenland wordt er veel waarde gehecht aan de foto’s. Om die reden kunnen we de röntgenologische toestand niet negeren in de fokkerij. Toch wordt de situatie voor fokkers steeds ondraaglijker en moeten we proberen om te zorgen dat er iets minder waarde wordt gehecht aan de foto’s. Dat lijkt misschien als het intrappen van mijn eigen glazen omdat de dierenartsen goed verdienen aan de röntgenfoto’s. Naast dierenarts ben ik ook fokker en opfokker en ondervind ik ‘last’ van de waarde die tegenwoordig aan röntgenfoto’s wordt gehecht.

Erfelijkheid
Om nog even terug te gaan naar de hengstenkeuringen en daarmee de röntgenfoto’s in de fokkerij moet de erfelijkheid van de röntgenologische gezondheid nog goed bewezen worden. Ik weet dat in Nederland nu een onderzoek loopt naar de erfelijkheid van röntgenologische aandoeningen en ben erg benieuwd naar de resultaten. Uit eerdere onderzoeken van onder andere de FN is namelijk gebleken dat de omstandigheden waarin een paard opgroeit en dan met name de voeding zeer grote invloed hebben op de röntgenologische toestand van paarden. Uit diezelfde onderzoeken bleek ook dat de röntgenfoto’s door de jaren heen kunnen veranderen. Een hengst kan op 2,5-jarige leeftijd brandschoon zijn op de foto’s, maar als ik een paar jaar later weer foto’s maak, kan het tegenovergestelde aan de hand zijn. Andersom is dit ook het geval, een paard kan als jaarling op de foto’s van alles mankeren maar als vierjarige gewoon met enen naar Amerika gaan.

Verschillende beoordelingen
Ook vanuit praktisch opzicht is het lastig om in Duitsland meer waarde te gaan hechten aan de röntgenfoto’s op de keuring. Ik ben zelf keuringsdierenarts geweest bij het Oldenburger stamboek en weet dat daar andere standaarden worden gehanteerd dan bijvoorbeeld bij de Holsteiners, Hannoveranen of de Trakehners. Zonder dat hier overeenstemming is, wordt het onmogelijk om in de fokkerij waarde te gaan hechten aan de foto’s. Ik zeg altijd: zoveel dierenartsen, zoveel beoordelingen. Wat de één belangrijk vindt, is voor de ander minder doorslaggevend en waar de één een drie geeft, vindt de ander dat het voor een twee doorgaat.

Dr. Hermann-Joseph Genn is een in paarden gespecialiseerde dierenarts. Samen met twee collega’s leidt hij paardenkliniek Mühlen. Daarnaast was hij meermaals teamarts voor verschillende olympische teams en treedt hij geregeld op als FEI-dierenarts.
Deze opinie verscheen vrijdag 2 december 2011 in De Paardenkrant

4 reacties op “Waarde van röntgenfoto’s niet overdrijven

  • jos wouters

    Eindelijk eens een dierenarts die zegt hoe het zit.Wij fokkers en ruiters worden al een tijdje voor de gek gehouden ,zoals hierboven vermeld de een geeft een twee en de ander een drie .Dit moet kunnen.Want het kan behoorlijke waarde vermindering opleveren.Ook ik verkocht een 8 tal jaren een paard met drieen , hier was het paard niet te verkopen,maar via via verkocht en loopt nu nog steeds in amerika op het hoogste niveau.Mijn eigen diernarts had toen gewed dat hij niet ouder als 5 jaar zou worden,maar onder tussen wel 14 en grand prix springen>Jan greve heeft er eerder ook al eens het een ander over geschreven.Voor ons als verkopers zou het beter zijn dat de dierenartsen eens op een lijn zouden zitten.

  • Marian Raven

    Is er wel eens een onderzoek gedaan naar een representatief deel van de paardenpopulatie en hun röntgenfoto’s?
    Of kan het zijn dat er al jaren conclusies getrokken worden n.a.v. paarden die met klachten bij de dierenarts komen, waar vervolgens foto’s van worden genomen, die dan ‘passen bij de klacht’.
    Ik ken zelf namelijk drie paarden met een 4 voor hun straalbeen, die klinisch super in orde zijn en waarvan er twee regelmatig springen (niet olympisch, maar alá).
    Ik kan me voorstellen dat er veel meer paarden rondlopen, die prima hun werk doen, maar zouden ze op de foto komen, dan zouden deze slecht zijn, net als bij de paarden uit het artikel. Dat komen we nooit te weten, want hé, waarom zou je met een gezond paard naar de dokter gaan?

  • Dit artikel is mij uit het hart gegrepen. Hier spreekt iemand met ervaring. Wij zitten al 35 tot 40 jaar in het vak en de conclusie is dat je de röntgenologische keuring niet wil missen, maar dat we er niet teveel een voorspellende waarde aan moeten verbinden. Er is veel grijs gebied waar mensen waarde aan willen hechten maar dan ben je verkeerd bezig.

    De keuringswereld moet ten rade gaan bij specialisten in kreupelheden. Deze ontstaan vaak vanwege heel andere redenen dan men op de röntgenfoto’s vooraf denkt te kunnen voorspellen. Met het toepassen van echografie zul je veel meer problemen kunnen ontdekken dan met een röntgenologisch onderzoek. Waar ik me ook aan stoor is dat foto’s vaak hun eigen leven gaan leiden. Ze worden naar andere dierenartsen in binnen- en buitenland gemaild en worden ‘waarzeggers’. Het paard zelf wordt dan niet bekeken, het klinisch beeld wordt buiten beschouwing gelaten, ze gaan zich blindstaren op de foto’s en daar gaat het fout.

    Onder de dierenartsen zijn er teveel zwartkijkers. Ze worden ook opgeleid tot foutenkijkers. Er gaat op de faculteit veel aandacht uit naar het beoordelen van de foto’s in plaats van dat de studenten wat meer kreupele paarden voor hun neus krijgen. Dat was in mijn tijd niet anders. We moesten foto’s van sesambeentjes beoordelen. Toen ik vervolgens vroeg naar een foto van een goed sesambeentje, om te kijken hoe het er wel uit hoort te zien, hadden ze die niet eens.
    Ik kom vandaag de dag regelmatig interpretatieverschillen tegen. We bekijken en zien dezelfde foto’s, maar geven er een verschillend oordeel aan. Degene die het meest negatief praat heeft altijd gelijk, heel raar, maar zo denken de mensen. Als je in de krant wil komen kan je beter een kwartje stelen dan 25 euro aan de kerk geven.

    Ons hele vak is weg. Tegenwoordig koopt iemand een röntgenapparaat en gaat aan de slag. Een dierenarts die hier echt bekwaam in wil worden, moet in de leer bij iemand die al lang in het vak zit. Een afwijking op een röntgenfoto’s hoeft niets te zeggen over de levensduur van een (sport)paard.

  • Jan Jonas

    Het bovenstaande artikel van Dr. Hermann-Jos Genn kan ik volledig onderschrijven. Ook ik heb paarden met een 4 op de foto’s meegemaakt die nooit kreupel werden tot en met Olympisch en wereldniveau toe. Met 37 jaar ervaring kan ik zeggen dat het eerste gezonde paard nog geboren moet worden. Ze hebben allemaal wel een radiologische afwijking, die vaak niet tot klachten leidt.
    Maar waar worden de grenzen gelegd. de omschrijving/beoordeling/ interpretatie blijft mensen werk.
    Bij een paard, dat NA een wedstrijd of inspanning weet te herstellen, zal de afwijking secondair blijven en niet primair worden. Tot op cel niveau toe.

Reacties zijn uitgeschakeld.

Lees ook