Ga naar hoofdinhoud

‘Bestuur KVTH loopt steeds achter de feiten aan’

Op de jaarlijkse afdelingsvergadering van de afdeling Drenthe van de KVTH diende de gepassioneerde fokker/hengstenhouder Geert Rozema een motie van wantrouwen tegen het KVTH-bestuur in. De motie, die overigens niet werd aangenomen, was gestoeld op de volgende feiten.

Het Dagelijks Bestuur is qua uitvoering van het beleid niet transparant en communiceert zeer slecht naar de leden en loopt daardoor steeds achter de feiten aan. In de ogen van de heer Rozema heeft het DB dan ook gefaald in zijn beleid. Dit initiatief werd door een vijftal Haflinger leden ondersteund. Een opmerkelijk detail: deze motie werd op persoonlijke titel ondersteund door het gekozen hoofdbestuurslid van de KVTH-afdeling Drenthe. Ook ik ondersteunde dit voorstel van ganser harte. Ruim zes generaties fokkerij (30 jaar) ben ik lid van het KVTH en heb in diverse geledingen mijn gedachten mondeling en schriftelijk geventileerd hoe te komen tot een goed opgezette rasfokkerij van Haflingers. Dat mijn mening duidelijk afwijkt van die tot op de dag van vandaag gangbaar is binnen de KVTH moge meer dan duidelijk zijn.

Egotripperij

Jarenlang falend beleid en egotripperij, zowel bestuurlijk als in de basis van de fokkerij, heeft ervoor gezorgd dat er een enorme tweespalt heerst binnen de KVTH. Mensen die in het kuddegedrag niet passen worden niet begrepen of men wil ze niet begrijpen. Dat heeft er toe geleid dat er een identiteitscrisis binnen de KVTH is ontstaan die ongekende vormen aanneemt: falende Haflinger juryleden en bestuurders, die het beleid bepaalden, verlaten het zinkende schip.
Met de oprichting van het nieuwe stamboek NHPS verandert er in mijn gedachten fundamenteel niets. Voor een kwaliteitsverbetering aan de Haflinger populatie in Nederland voegt het niets toe. De oprichters van het NHPS hebben meer dan vijftien jaar bepalend en uitvoerend beleid gemaakt binnen het KVTH, daarbij volledig gesteund door het Dagelijks Bestuur van het KVTH.
Foktechnisch werd en wordt er ad hoc beleid gevoerd. Het is onvoorstelbaar dat met de kennis die er in Nederland voor handen is zo werd en wordt om gesprongen. Er zijn tal van feitelijke voorbeelden op te noemen die er zorg voor hebben gedragen dat wij in Nederland internationaal niet op de kaart staan en wij een tweederangs fokkerij zijn gebleven. Feit is dat geen enkele hengst in de afgelopen 50 jaar een doorlopende lijn heeft kunnen bewerkstelligen, ondanks de vel e goede importhengsten. Bloedlijnen van in Nederland gefokte tophengsten, zoals Weredi van de Vrijthof en Altjo van de Kenterstreek, zijn in mannelijke lijn dood gelopen. Reden: te weinig opbouw van genetisch vastgelegde bruikbare eigenschappen over generaties in de moederlijnen.

Kwaliteitsvolle moederlijnen

Mijn ervaring en visie is, dat een hengst iets moet toevoegen aan het ras qua gezondheid, afstamming, karakter, prestatie, vererving, vruchtbaarheid en exterieur. En dat moet je als stamboek proberen te halen uit verschillende kwaliteitsvolle moederlijnen waar deze criteria over meerdere generaties in verankerd zijn. Daar is en wordt niet naar gekeken bij beleidsmakers binnen de KVTH.
Ruim 20 jaar geleden, toen er veel vraag naar Haflingers was, werden er veel te veel hengsten aangenomen voor de dekdienst. Iedere fokdeskundige weet dat als er veel vraag is, de selectie op vaderpaarden in feite nog strenger moet zijn dan als er weinig gefokt wordt. Elke concessie die gedaan wordt bij de vaderpaarden krijg je terug te zien in de populatie en het duurt generaties voordat je dat weer op een acceptabel niveau krijgt. Onbruikbare fokdieren zijn gecreëerd en gebruikt, ondanks de vele signalen die er door de jaren zijn afgegeven( onder meer via ingezonden artikelen in deze krant van goed ingevoerde liefhebbers van het ras, waaronder Cees Beers, Koen en Lidy Zomer en vrij recent door Chiel Schreven en ondergetekende. Dat wij internationaal niet op goede koers lagen, daar is niets mee gedaan door de huidige en toenmalige haflingerbestuurders.

Niet voor niets adviseerden twaalf jaar geleden beleidsmakers in België (jarenlang een afzetgebied van Nederland) om geen Nederlands gefokte producten aan te kopen omdat deze onbruikbaar werden bevonden. Inzenders op centrale keuringen werden tien jaar geleden met de neus op de feiten gedrukt en afgeserveerd met hun paarden. Dit na het jarenlang trouw volgen van wat juryleden bepaalden. Waar, tot dan, zij met hun producten de kopplaatsen in namen, werden deze fokkers gedegradeerd tot klassevulling en werden zij als voorbeeld gesteld dat dit nu toch wel achterhaald was. Kwalitatief niet de beste importmerries uit Oostenrijk bepaalden hier het beeld en werden geroemd en geëerd door de beleidsmakers. Een emotionele doodsteek voor de Nederlandse fokkerij.

Machtsmisbruik

De elitemerries die de afgelopen decennia het nieuwe elan in de fokkerij zouden brengen en waar op door gebouwd moest worden, laten het nu in de breedte compleet afweten met hun afstammelingen. We zitten nu met het gevolg van selecteren op eindproduct in plaats van fokproduct. De kernjuryleden (via het wie-men-kent en niet via het wat-men-weet aan het roer gekomen) hebben er niets van gemaakt. Juryleden die een andere mening waren toegedaan dan de kernjuryleden zijn door hiërarchisch machtsmisbruik buitenspel gezet.

Hoe moet het dan wel? Heel simpel, de juiste mensen op de juiste plaats, een goede praktische voorlichting door mensen met de juiste inzichten bij de KVTH. In de praktijk betekent dit dat er op centrale keuringen fokdieren met hun specifieke kenmerken moeten worden geselecteerd en gewaardeerd en niet op eindproducten zoals nu gebeurt. Verder moet er op basiskwaliteit binnen het ras, zoals de rasstandaard aangeeft, beoordeeld worden. Daar moet ook naar geprimeerd worden en niet zoals nu is, een vleeskeuring waar het toilet en de vorm van de dag en het persoonlijke inzicht van de jury premie en plaats bepalen. Dat zijn zaken die van belang zijn bij kampioenskeuringen. De rasstandaard is de rode draad, niets meer en niets minder.

Verder zouden de hengstenjuryleden actief in het buitenland op hengstenkeuringen moeten gaan rond kijken. Van de beste hengsten die iets aan de populatie in Nederland zouden kunnen toevoegen moeten zij hun bevindingen publiceren in het verenigingsorgaan en een aankoop advies geven aan Nederlandse geïnteresseerden. Verder moet aan de leden gelegenheid worden geboden om tegen betaling een fokadvies te krijgen. De hengstenjury zou dit voor zijn rekening moeten nemen omdat zij onafhankelijk zijn en als geen ander op voorhand voor 90 procent moeten weten wat een goed geselecteerd vaderdier genetisch aan de merrie kan geven.

Duidelijker geprimeerd

Qua voorlichting moet er op de hengstenkeuring veel duidelijker geprimeerd worden. Nu is het de omgekeerde wereld en worden merries veel zwaarder afgerekend op tekortkomingen dan hengsten. Verder moet het 100 puntensysteem uitgebreider worden ingezet zoals ik dat bij de invoering destijds al bepleitte. Alle ter keuring komende paarden, hengsten én merries, zouden moeten worden gepunt en gepubliceerd in het verenigingsorgaan. Het is anno 2013 van de zotte dat alleen de driejarige merries via dit systeem gepunt worden. Juist een correct ingevulde, realistische puntenlijst van de hele populatie kan inzicht geven in de fokkerij.
Een verder voordeel hiervan is dat een afstammelingenonderzoek vereenvoudigd kan worden tot een administratieve keuring (wat voor de beleving jammer is). Maar het grote voordeel is dat je met dit systeem alle afstammelingen registreert en die ook meeneemt bij het waarderen van de vader. En niet zo als nu bij dit achterhaalde systeem van een aantal geprikte paarden en een aantal uitgezochte. Al met al moeten er binnen de KVTH mensen op de juiste posities geplaatst worden met kennis van zaken, die wars zijn van de ons-kent-ons-cultuur. En waar niets anders gebeurt dan proberen een gezond, functioneel bewegende Haflinger te fokken. En dat is met alle vakkennis die in Nederland voorhanden is niet zo moeilijk. Het dier centraal, niets meer en niets minder.

Voor de KVTH biedt de oprichting van het nieuwe stamboek NHPS mogelijkheden. Als het Dagelijks Bestuur het nu eens goed zou oppakken en mensen met kennis van paarden en fokkerij zou inschakelen, kan er nu eindelijk na 50 jaar vermeerderen een goede Haflinger fokkerij in Nederland van de grond komen.

Haflingerfokker Auke Winters uit Hoogersmilde is jurylid bij diverse stamboeken

Eén reactie op “‘Bestuur KVTH loopt steeds achter de feiten aan’

  • A.H. van Leeuwen

    N.a.v. dit interessante artikel zend ik u de volgende (late) reactie.

    Over het belang van het genetisch materiaal, vastgelegd in de moederlijnen, en waar het verantwoord inzetten daarvan toe kan leiden en hoe daar door de KVTH tegenaan werd gekeken, het volgende over de ervaringen van Stal De Heksenketel (AGRAFORCE Take 2 C.V.) in Veere.

    De drijvende kracht daarachter in aanvang, wijlen Piet van Leeuwen, werd als een nieuwlichter gezien en als eigenwijs, toen hij merries waarover het bedrijf beschikte liet dekken door tophengsten uit Oostenrijk. Hij werd dan ook nauwelijks serieus genomen, ondanks dat één van die merries eerder de in Nederland bekende en succesvolle Haflingerhengst “Strizzi van De Heksenketel” had voortgebracht, waarvan overigens maar bij weinigen bekend is, dat die in Oostenrijk voor het leven als dekhengst is goedgekeurd! Uit de combinatie van Haflingermerrie “Katinka van de Heksenketel”, de volle zuster van genoemde hengst, en de Tiroler Haflingerhengst “Amadeus” kwam de Haflingerhengst Amethist van de Heksenketel voort, die op de Weltausstellung in Ebbs (AU) een hoge primering ten deel viel en die vervolgens voor een destijds astronomisch bedrag naar Oostenrijk werd verkocht. Welnu, die hengst wordt nu in Oostenrijk als “Stempelhengst” aangeduid (bron: Dr. Leopold Erasimus, Zentrale Arbeisgemeinschaft Österreichischer Pferdezüchter) met inmiddels de nodige goedgekeurde en in niet alleen in de fokkerij maar ook in de sport zeer succesvolle (klein)zonen in Duitsland en Oostenrijk.

    Hoe het deze hengst met destijds voor Nederland nieuwe bloedvoering verging op de centrale hengstenkeuring van de KVTH in Groningen? Hij werd afgekeurd! Piet van Leeuwen en Stal De Heksenketel zijn nooit als pioniers erkend door de KVTH, ondanks dat voor zover bekend noch eerder noch later in Nederland gefokte Haflingerhengsten ooit door andere fokkers naar Oostenrijk zijn verkocht om daar als dekhengst te worden ingezet.

    Zegt dit voldoende?

    Bram van Leeuwen (jawel, “de zoon van”)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.