Fokkers uit heel Nederland én zelfs uit België werden op de eerste Horses Fokkerijdag van 2022 ondergedompeld in de fokkerijfilosofie van Egbert Schep. Die werd besproken maar ook gedemonstreerd aan de hand van veulens, jonge paarden en aangewezen of goedgekeurde hengsten onder het zadel. Dit zijn de lessen die de aanwezigen nooit meer vergeten.
1. Gebruik jonge hengsten
Jonge, gekeurde hengsten worden te weinig gebruikt, meent Egbert Schep. “Fokkers kiezen bewezen hengsten, want die zijn te verkopen op de veilingen. Maar dat is korte termijn-denken. Jonge hengsten krijgen op deze manier geen kans om een vererver te worden. Zelf dek ik er wel mee, want met jonge hengsten zorg je voor de meeste vooruitgang. En met een hengst uit een stam waar veel sport komt, die zelf ook goed springt, kan er weinig mis gaan.” Het zit ook een beetje in ons systeem, legt Schep uit. “Ik roep al een tijdje: geef die jonge hengsten nou geen punten meer. Je hebt het namelijk altijd mis; op die leeftijd kun je het gewoon niet zien. De ene is pas klaar als hij zes is, terwijl de ander als driejarige al heel veel laat zien. Ik denk steeds vaker: laat ze eerst maar volwassen worden. Dan gaat de rijderij ook veel gemakkelijker.”

2. Wees kritisch op je eigen fokmateriaal
Zonder goede merrie geen goed veulen. Prestatie is één – en dan niet het KWPN-predicaat, maar liefst meerdere familieleden die op het hoogste niveau gesprongen hebben. Maar een goed papier is niet voldoende: de merrie moet zelf ook goed kunnen springen. Schep vertelt: “Ik had eens een merrie uit een goede lijn, maar zelf kon ze niet springen. Dat komt soms voor. Ik heb haar voor niet te veel geld verkocht. Later zag ik dat er embryo’s uit haar aangeboden werden op de veilingen. Terwijl die merrie wat mij betreft helemaal niet in de fokkerij had moeten komen.” Onlangs investeerde Schep in twee merrieveulens van jonge hengsten om zijn fokkerij vooruit te helpen: één van Uricas van de Kattevennen en één Ermitage Kalone. “Ze waren niet goedkoop; normaal gesproken betaal ik niet zoveel voor een veulen. Maar ze komen uit hele goede prestatiestammen en beide hengsten zijn me in positieve zin opgevallen. Nu alleen nog kijken of ze springen kunnen.”

3. Selecteer slim
De selectie bij Stal Schep begint bij de jaarlingen. Drie dagen achter elkaar worden ze beoordeeld op het vrijspringen, waarbij lichtvoetigheid, instelling en oog voor de sprong belangrijke criteria zijn. Ze springen dan ook over één enkele steilsprong, uit galop en zonder aanleuning. Stalmanager Marijke Miltenburg vertelt tijdens de rondleiding: “Ze worden niet gelijk afgeserveerd als ze het er nog niet helemaal op lijkt. Maar als het echt niet goed is en niet verbetert, nemen we wel afscheid.” Een jaar later, als tweejarige, volgt het tweede selectiemoment. Dan wordt bepaald of de hengst naar de hengstenkeuring gaat, of dat het een sportpaard wordt. Egbert licht toe: “Voor de hengstenkeuring zoek ik echt een complete hengst, als ze alleen goed springen kunnen ze de sport in.”

4. Kies je hengst bewust
Dat veel fokkers gaan shoppen bij de grotere hengstenstations – vaak in de eigen regio – is begrijpelijk, maar niet perse verstandig, meent Schep. Fokkers beperken zichzelf daarmee. Zijn advies: kijk en beoordeel zelf welke hengsten je goed vindt en vooral welke passen bij je merrie. En: bekijk de hengsten niet alleen in de hengstencompetitie, maar vooral op de ‘gewone’ wedstrijden. “Daar zie je in hun natuurlijke habitat, daar waar het uiteindelijk moet gebeuren.” Fokkerij is eigenlijk simpel, stelt Schep de aanwezigen gerust. “Het is een kwestie van alle goede en slechte eigenschappen van je merrie kennen en daar een goede hengst bij zoeken. Het is altijd kansberekening; alles is erfelijk.”
5. Vergeet de huntermarkt niet
Voor paarden die goed springen, fijn te rijden zijn en exterieurmatig goed in elkaar zitten ligt er, naast de springsport, nog een markt open: die van de hunters in Amerika. Een markt met veel potentie, waar we in Nederland wat Schep betreft veel meer gebruik van kunnen maken. De vierjarige Nostradamus ES (Quabri de L’Isle x Peter Pan) wordt verder opgeleid in die richting. “Hij kreeg 75 punten in het verrichtingsonderzoek.. U mag zelf bepalen wat u daarvan vindt”, licht Schep toe bij zijn presentatie. “Qua gangen, rijdbaarheid en springtechniek verwacht ik dat hij het heel goed zal doen als hunter.”

6. Zonder fundament geen springpaard
Een terugblik kan natuurlijk niet ontbreken met een paardenman die al jaren actief is – en tot zijn 56e actief was als ruiter. “Destijds wisten we niet waar het naartoe ging met de fokkerij, toen we begonnen met halfbloeden. Achteraf weten we dat de beste springmerries gekomen zijn uit de Groninger stammen. Het is best jammer dat die naar achteren geschoven zijn in de zoektocht naar een mooi exterieur.” Eén van de dingen die Schep waardeert aan de Groningers is het achterbeen. “De achterknieën zijn belangrijk, maar worden vaak over het hoofd gezien. Een koehakkig achterbeen mist kracht. De Groningers stonden een beetje wijd in te knieën; die moesten kunnen trekken. Dat soort dingen zijn we een beetje vergeten in de fokkerij.”
Bron: Horses.nl
