Mijn collega-dierenarts heeft nogal wat te verduren met de paardenfokkerij. Als hobbyfokker werd hij twee jaar geleden geconfronteerd met een verkeerde ligging van het veulen in zijn merrie. Hij is werkzaam in de rundergeneeskunde en verstaat dus z’n mannetje bij verlossingen. Maar bij de betreffende merrie lag het veulen in de zogenoemde ‘hundesitzige lage’. Deze ligging is soms echt dramatisch en niet op een normale wijze te verlossen. Helaas moest ook in dit geval het veulen, dat inmiddels overleden was, met een draadzaag worden verlost. Het jaar erna is de merrie niet meer drachtig geworden.Mijn collega besloot om het paard te ruilen tegen een drachtige merrie en dit jaar was het wachten op de nieuwe geboorte. Toen de merrie aan de tijd was, werden we allemaal op de hoogte gesteld en in verhoogde staat van paraatheid gebracht. De verlossing van dit veulen verliep wat zwaar, maar er kwam een levend veulen ter wereld. Blij liep mijn collega even naar binnen om de merrie wat te laten rusten. Hij zag echter op de camera in huis dat de merrie niet goed was en rende terug naar de stal. De merrie had erg bleke slijmvliezen en stierf binnen enkele minuten. We overlegden telefonisch wat te doen en het lukte om nog twee liter biest uit de merrie te krijgen. Mijn collega startte op met de biest en kunstbiest en ging bellen met de Nederlandse veulencentrale.
Ik stond versteld van de werking van het systeem van de veulencentrale, die 24 uur per dag bereikbaar is. Direct kwam de eerste merrie beschikbaar, maar zij accepteerde het veulentje niet en ging terug. Merrie twee kwam en er gebeurde hetzelfde, ondanks het gebruik van parfum en enige sedatie. Merrie drie stond nog aan de nageboorte en deze is om het veulen gehangen waarna een goede merrie-veulen binding is ontstaan. Na dit slapeloze weekeinde is mijn collega nu in ieder geval de trotse bezitter van een mooi veulen. Met dank aan de veulencentrale en iedere fokker die hieraan meewerkt om bij ongeluk toch nog enig geluk te realiseren.
Drs. Gerrit Kampman, dierenarts bij Dierenkliniek Den Ham
Deze column verscheen zaterdag 4 juni 2011 in De Paardenkrant