Ga naar hoofdinhoud

OCD-selectie werpt vruchten af

RöntgenfotoVorig jaar had ik bij de inschrijving van de nieuwe hengsten een kort onderhoud met KWPN-directeur Johan Knaap. Ik vond het onzin om door te gaan met hengsten die in de klasse C voor osteochondrose vallen. Na een operatie kan een klasse D of E namelijk ‘gereduceerd’ worden tot een klasse C. En dat moet voorkomen worden! In De Paardenkrant heb ik toen openlijk mijn twijfels geuit, mede omdat het KWPN zijn indexen destijds nog niet gepubliceerd had.

Die kritiek moet ik achteraf iets bijstellen. Het is namelijk ook zo, dat je er 100% van overtuigd moet zijn dat de data op wetenschappelijke wijze zijn verkregen en verwerkt. Want de gevolgen zijn niet te overzien als achteraf je onderzoekresultaten onderuit gehaald worden. Naast het feit dat de OC-indexen nu zijn gepubliceerd, zijn ook de criteria aangepast. Op de plekken waar het mogelijk is om van die klasse D of E een valse C te maken, zijn de eisen aangescherpt. Die plekken moeten vanaf nu een echte klasse A zijn, dus volledige afwezigheid van elke vorm van osteochondrose op die locaties in het gewricht. Locaties die OCD in mindere mate vererven en niet middels operaties zijn te camoufleren, worden nu wel geaccepteerd.

Daar zijn wel kanttekeningen bij te plaatsen. Er is namelijk nog een plek in de sprong, die nogal eens geopereerd wordt en vervolgens in de klasse C valt. Ter bescherming van de fokkers had ik die ook in de strenge klasse A meegenomen. Maar je maakt het de beoordelingscommissie wel lastig. Soms is er namelijk sprake van individuele variatie in de vorm van dat onderdeel in de sprong. Dat onderdeel kan zich op een aantal manieren manifesteren die toch passen bij een normaal beeld. Voorheen had de beoordelingscommissie een klasse B achter de hand, wanneer een paard niet helemaal binnen het ideaalbeeld viel. Door een strikte klasse A te hanteren, loop je hengsten mis die géén OCD hebben. En dat kan niet de bedoeling zijn.

Ik denk dat je met een strikte A sommige hengsten tekort doet, en dat je met het accepteren van een klasse C op de distale laterale rolkam van het spronggewricht hengsten in de fokkerij haalt die geopereerd kunnen zijn. Daar moet nog eens genuanceerd naar gekeken worden. Het liefst met de dierenartsen die de foto’s aanleveren en de beoordelingscommissie.

Met de huidige fokkerij-indexen kunnen fokkers zich wel een duidelijk beeld vormen met betrekking tot de partnerkeuze. Ze worden in staat gesteld om samen met de fokwaarden voor sport en exterieur op een genetisch inzichtelijke manier hun hengstenkeuze te bepalen. En daarmee houdt het KWPN de voorsprong vast die het op andere stamboeken heeft opgebouwd. Want zeker de laatste tien jaar merk je in de praktijk dat de strenge selectie op OCD door het KWPN zijn vruchten afwerpt.

Jacques Marée, dierenarts en hengstenopfokker
Deze column verscheen vrijdag 3 februari 2012 in De Paardenkrant.

Eén reactie op “OCD-selectie werpt vruchten af

Reacties zijn uitgeschakeld.

Lees ook