Ga naar hoofdinhoud

Column Rick Helmink: Meten met twee maten

Opinie
Cat.nr 473 (Governor x Sir Sinclair) - Foto: Jacquelien van Tartwijk

De eerste bezichtiging voor de KWPN hengstenkeuring levert weer genoeg gespreksstof op. Vooral over het meten met verschillende maten. Door de KWPN-meter (zo krompen enkele hengsten qua stokmaat ten opzichte van buitenlandse keuringen), door de verschillende KWPN-inspecteurs die de hengsten lineair scoorden (wanneer is frans té frans?) en met name door de hengstenkeuringscommissie dressuur, die overigens zelf vond een goede lijn te hebben uitgezet én vastgehouden.

De KWPN-meetlat werd op z’n minst nog door één en dezelfde persoon consequent gehanteerd, maar dat de paarden door de ene inspecteur zus en door de andere inspecteur zo gescoord worden is lastiger te verkopen.
Zo was cat.nr 553 (v. Zonik) volgens de hengstenkeuringscommissie binnen de grenzen van het toelaatbare frans, cat.nr 473 (v. Governor) niet en van cat.nr 318 (v. Bordeaux) waren de voeten te smal. Allemaal zaken die op de straat werden waargenomen en direct met de eigenaar gedeeld hadden kunnen worden.

Een stermerrie

Om voor Den Bosch in aanmerking te komen moet een hengst vrij zijn van uiterlijk waarneembare (erfelijke) gebreken en/of afwijkingen, minimaal 1,60m zijn, minimaal 70 punten voor exterieur scoren en minimaal 75 voor de bewegingen en een genoomfokwaarde voor osteochondrose hebben (bron: selectiereglement dressuur hengsten 2018-2019). Kort gezegd: het moet qua kenmerken een stermerrie zijn.

Valse hoop

Als een hengst op de straat al is uitgesloten voor de tweede bezichtiging lijkt het mij zaak dat de eigenaar er dan al (dus vóór het vrijbewegen/vrijspringen) van op de hoogte wordt gesteld dat Den Bosch geen haalbaar doel is. Met het toelaten tot de kooi wordt de indruk gewekt dat de hengst zijn tekortkoming op enige wijze kan compenseren. En als een top gefokte hengst in de kooi imponeert met model en beweging en vervolgens wordt afgeserveerd begrijpt werkelijk helemaal niemand er wat van.

Communicatie

Kort gezegd komt het allemaal weer neer op communicatie. Zodra de hengstenkeuringscommissie een afwijking waarneemt die goedkeuring in de weg staat, moet zij daar de eigenaar van de hengst van op de hoogte stellen. In alle fasen van de hengstenselectie, de eerste, tweede en derde bezichtiging en vervolgens ook nog in het verrichtingsonderzoek.

Ad Valk kreeg pas in de laatste week te horen dat zijn Koning niet ingeschreven zou worden vanwege zijn stap, waarin hij volgens de commissie te weinig progressie had gemaakt. Valk schakelde de herkeuringscommissie in, die bekeek de gehele procedure nog een keer en schreef de Governor-zoon wel in. Dat was allemaal niet nodig geweest als de commissie in de tweede week al had gezegd dat de stap dusdanig onder niveau was, dat Koning het nooit tot goedgekeurde hengst zou schoppen.

Twee maten

En dan nog even terug naar die stermerrie: een aantal van de hengsten die nu naar Den Bosch mag, zal het bij Jan met de pet nooit tot stermerrie schoppen. Terwijl die merrie slechts enkele nakomelingen zal brengen en die hengst (hopelijk) een veelvoud daarvan. Over twee maten gesproken…

Rick Helmink, freelance medewerker
[email protected]

4 reacties op “Column Rick Helmink: Meten met twee maten

  • Auke Dijkstra

    Beste Rick,
    Je vergelijkt een hengst welke wordt aangewezen voor de 2e bezichtiging met een stermerrie qua eisen. En dan maak ik even het sprongetje naar de bij herbeoordeling ingeschreven hengst van Ad Valk, Koning.
    Een 6 op de stap, en 72 punten totaal. Deze hengst komt niet eens aan de 75 punten. Voorafgaand aan het oordeel geveld door de herkeuringscommissie, is er niemand in dit land, die kon bedenken, dat de herkeuringscommissie het eerdere oordeel aan de kant zou zetten en deze hengst zou goedkeuren. En wie doe je hier een plezier mee. De eigenaar? De fokkers? Probeer deze maar aan het dekken te krijgen. En moeten we misschien ook een herbeoordeling in het leven roepen voor alle merries welke net niet de minimale eisen gesteld aan Ibop cq. Eptm. Denk dat de diverse richtlijnen mbt selectie nog eens tegen het licht moeten worden gehouden.

  • Pim Koudijs

    Het hele keuring systeem wekt best veel vragen op. Afgelopen woensdag Nasr hengstencompetitie geweest. En misschien ligt mijn lat te hoog, maar alleen al de modellen…….. en hengst moet in mijn ogen de uitstraling van een vaderdier hebben met model, partijen, kracht, front, ras en uitstraling. Maar verreweg de meeste hengsten behoren tot een groep grijze muizen. Het zijn paarden die als je ze op een landelijk concours tegenkomt, meniet wordt uitgenodigd om een extra om te kijken. Dat is overigens niet alleen bij het KWPN Maar deze tendens van ‘nette sport beestjes’ zien we bij de meeste Europese stamboeken terug. En als het dan nogsimpel te rijden comfortabele rijpaarden waten dan was dat nog iets, maar ik had het vermoeden dat het leeuwendeel van de deelnemers niet met een glimlach in de rondte reed en zat te genieten. Het gafmeer een beeld van mes tussen de tanden en bij de paarden dat van het bit klem tussen de tanden. Terwijl de jury dan nog vaak over een smakelijke aanleiding sprak. Gelukkig waren er enkele uitzonderingen en die zullen aankomend jaar dus wel het boek vol dekken. En wij ons afvragen Hoe het komt dat er enkele veel dekkers zijn en de rest haast geen merrie aangeboden krijgt.

  • Bart Wiebing

    Het met twee maten meten, dat gevoel komt soms zowel bij de spring als ook bij de dressuur commissie toch om de hoek kijken naar mijn mening. Zo ook als hij van een bekende (top) fokker komt, en wordt hij bij een bekende hengstenhouder cq opfokker ter keuring wordt aangeboden. Dan kan het schijnbaar wat makkelijker soms. Je krijgt daar toch een twee maten gevoel bij, als paarden liefhebber, en al jaren fokker.

  • Karel de Lange

    Eigenlijk is meten met twee maten maar peanuts vergeleken met wat er werkelijk mis is en dat is keuren zonder er het noodzakelijke ritme aanwezig is. Helaas is dat Rick en zijn collega’s volledig ontgaan. Die deden er zelfs driftig aan mee om foto’s van de steeds toenemende “eenpoters” met de hoge disfunctionele achterhand te bewerken en het publiek en zichzelf te misleiden dat deze paarden zogenaamd wel bergop bewogen. Deze paarden breken met de vergaande onbalans hun nek nog over een vluchtheuvel! Maar ook met een bewerkte foto valt er van deze notoire “eenpoters” geen fatsoenlijk dressuurpaard te maken. Voor een dressuurpaard is een dalende achterhand cruciaal en zolang die niet aanwezig is, is er ook geen balans in de beweging. Ook niet bij de dressuurpaarden die bij gebrek aan nog een fatsoenlijke draffoto dan maar in een ongebalanceerde galop worden gepresenteerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook