Ga naar hoofdinhoud

Kettingbrief Jacob Melissen: ‘De KNHS blinkt al jaren uit in het compleet ontbreken van een topsportstructuur’

Jacob Melissen, hippisch journalist.

In de Kettingbrief van afgelopen week kwam naar voren dat René van der Leest, medeoprichter van de Dutch Eventing Stables in Putten, zich in Nederland wil inzetten voor een syndicaatmodel voor mede-eigenaren om eventingpaarden aan te kunnen houden voor topruiters. Hij verzocht hippisch journalist Jacob Melissen mee te denken over een reële totstandkoming omdat hij kan putten uit de ervaring die hij heeft opgedaan bij het oprichten van het Springpaarden Fonds Nederland (SFN).

In deze Kettingbrief licht Jacob Melissen toe hoe het SFN in het leven is geroepen en of hij kansen ziet liggen in de eventingsport voor het idee van Van der Leest. Teun Platenkamp is de volgende penvoerder.

Beste René,

De wijze waarop ik het SFN ben gestart, is door Emile Hendrix, Egbert Schep, Willy van der Ham, Hans Horn, Henk Nooren en Johan Heins uit te nodigen voor een diner bij restaurant De Klepperman in Hoevelaken. De toenmalige penningmeester van de KNHS, Ieko Sevinga, had ik ook uitgenodigd omdat ik het fonds weliswaar los wilde laten staan van de KNHS, maar wel wilde dat ze er van afwisten. Bovendien Ieko Sevinga heeft verstand van geld. Hij is bankier.

Oud-springruiters met structuur in sport en carriere

Ik vroeg oud-springruiters die ook handelaren waren, maar voor mij was nog belangrijker dat zij maatschappelijk betrokken waren geweest bij de sport. Emile Hendrix bij de International Jumping Riders Club, Egbert Schep binnen de VSN en Hans Horn, Johan Heins en Henk Nooren als bondscoaches. Willy van der Ham was een uitzondering. Hij zei tegen mij: ‘Jacob, dat gaat je lukken.’ Dus vroeg ik hem toen Jan Tops niet reageerde op mijn uitnodiging.

Er is een Engels gezegde: ‘success is driven by structure.’ Als je die structuur hebt, kun je daar ook bij tegenslagen altijd op terugvallen.  

Het groepje mensen waarmee ik aan tafel zat, waren allemaal mensen met structuur in hun sport en latere carrière. Absoluut kenners van een springpaard, maar ze hadden vooral structuur want zonder structuur bouw je niet de bedrijven op die zij hebben opgebouwd en de successen die ze hebben geboekt. Er is een Engels gezegde: ‘success is driven by structure.’ Als je die structuur hebt, kun je daar ook bij tegenslagen altijd op terugvallen.  

Exportland toppaarden

Deze mensen waren het met me eens dat er iets moest gebeuren: de springsport zat in 2005 in een dip. Zij zagen ook in dat als Nederland een exportland wilde zijn en blijven van toppaarden dat het noodzakelijk was dat Nederlandse ruiters met Nederlandse paarden topprestaties leverden. Aangezien het allemaal handelaren zijn, hadden ze daar rechtstreeks interesse in. Het balletje is gaan rollen toen Ieko Sevinga contact had gelegd met Floris Deckers, voorzitter raad bestuur Van Lanschot.

Binnen het SFN is voor een duidelijke structuur gekozen. We hebben selecteurs, zij adviseren welke paarden worden aangekocht en krijgen van de directie (Floris Deckers en mij) het vertrouwen: wij zijn verantwoordelijk. We leggen hun advies niet naast ons neer. Net zomin dat wij hun advies naast ons neerleggen als we afscheid moeten nemen van een paard wanneer het niet aan de doelstelling van het SFN beantwoordt: voor Nederland actief te zijn op het hoogste niveau in de sport. Kampioenschappen dus.

Eventing: uitermate teleurstellend

Terugkomend op jouw vraag over de eventingsport heb ik het aantal CCIO’s nagezocht van 2010 tot 2021, waarbij er op 55 wedstrijden Nederlandse eventingruiters aan de start zijn gekomen. Ze boekten twee keer een zege, waren twee keer tweede en twee keer derde. En 21 keer reden ze zich bij de eerste tien. Je kunt dan zeggen dat dit uitermate teleurstellend is. Bondscoach Andrew Heffernan startte in die periode vijftien keer op een CCIO en werd één keer achttiende (zijn beste prestatie). Bovendien kwam hij drie keer niet aan de finish. Is het dan niet gerechtvaardigd de vraag te stellen of zo iemand bondscoach kan zijn van de Nederlandse eventingruiters?

Ontbreken topsportstructuur

Simpelweg gezegd: de KNHS blinkt vanaf het vertrek van George de Jong uit in het compleet ontbreken van een topsportstructuur. Hoe krijgen we de spring-, dressuur- en eventingruiters structureel naar een hoger niveau? Bedenk daarbij dat er op dat fraaie kantoor in Ermelo niemand werkzaam is die kan bogen op een glanzende carrière in de topsport. Hoe moet vandaaruit dan een topsportstructuur worden opgebouwd?

Hoe krijgen we de spring-, dressuur- en eventingruiters structureel naar een hoger niveau? Bedenk daarbij dat er op dat fraaie kantoor in Ermelo niemand werkzaam is die kan bogen op een glanzende carrière in de topsport.

Bij de eventing waren de successen van Martin Lips en Emile Welling gebaseerd op structuur met als resultaat: brons op het Wereldkampioenschap in Caen. Die hele structuur is overboord geflikkerd. We sturen twee eventingruiters op basis van data naar Tokio, die geen van twee de finish halen. Wij hadden geen team aan de start in Tokio, maar Martin Lips wel een team met Chinezen.

HandbalAcademie

Voor de aardigheid wil ik als voorbeeld de Nederlandse handbalbond noemen. In 1996 hebben ze een zaadje geplant met het project ‘Meiden met een Missie’. En dat resulteerde in 2006 in de HandbalAcademie. Heel veel meiden die nu in het Nederlandse team spelen zijn daar begonnen. Uiteindelijk leverde dat zilver en brons op tijdens het WK in 2015 en 2017 en werden ze wereldkampioen in 2019. Nu is hetzelfde gebeurd bij de mannen die zich in het spoor van het vrouwenteam zeer positief ontwikkelden en zich voor het eerst in zestig jaar voor een WK plaatsten. Resultaat: meer media-aandacht en sponsors. De uitkomst van een duidelijke structuur.

Ruiters zijn zwakke schakels

De structuur die jij probeert toe te passen in jouw fokkerij is goed. Hou wel in de gaten dat je veel ‘bloed’ nodig hebt en houdt. De zwakke schakels zijn volgens mij de ruiters. Momenteel staan er maar vijf Nederlandse eventingruiters bij de beste tweehonderd in de FEI worldranking. Wat de KNHS moet doen, is een plan maken om een twaalftal jongelui te gaan selecteren die per combinatie specifiek getraind worden door een heel goede bondscoach waarbij de ontwikkeling van ruiter en paard op de eerste plek staan.

Als een ruiter in een dressuurproef bij het binnenkomen op de AC-lijn geen negen kan scoren, is dat volgens mij een teken van luiheid.

Als een ruiter in een dressuurproef bij het binnenkomen op de AC-lijn geen negen kan scoren, is dat volgens mij een teken van luiheid. Wetende hoevaak Nederlandse eventingruiters na de dressuur al op een enorme achterstand staan van de beste in het klassement, dan zijn dat achterstanden die in de twee resterende onderdelen niet meer goed te maken zijn.

WK jonge eventingpaarden

Aan de uitslagen van het Wereldkampioenschap jonge eventingpaarden zie je dat de potentie er bij in Nederland gefokte paarden is. Bij de zevenjarigen hadden we er vorig jaar één op de vierde plek en twee bij de eerste twintig. Bij de vijf- en zesjarigen haalden vier KWPN’ers en één NRPS-er allemaal de finish. Aan de andere kant kan naar mijn mening ieder KWPN-paard makkelijk een ZZ-Licht dressuurproef lopen en een 1,30/1,35 m.-parcours springen. Dus moeten ze ook een cross kunnen lopen, maar alleen met een voldoende scheut ‘bloed’ kunnen ze dat dan ook binnen de tijd.

Geen binding met eigenaren

Waar het om gaat is dat je ruiters moet hebben die het eruit kunnen halen. Als je geen ruiters hebt, kun je ze het mooiste bloed onder de kont geven, maar dan sta je met lege handen. Ik weet dat je met twee ruiters werkt. Ik denk dat je die groep ruiters groter moet maken om meer mensen geïnteresseerd te krijgen. Een syndicaat om paarden te behouden zou een oplossing kunnen zijn, maar dan zou de KNHS eerst moeten komen met een voorstel om de eigenaren van gevestigde en potentiële toppaarden ook een plek te geven. De KNHS heeft geen enkele binding met de eigenaren terwijl zij juist de basis vormen van de successen in het verleden, het heden en de toekomst.  

De KNHS heeft geen enkele binding met de eigenaren terwijl zij juist de basis vormen van de successen in het verleden, het heden en de toekomst.  

Bij het SFN nemen we op een gegeven moment afscheid van onze paarden en hopen daarop een plus te maken waardoor we onze investeerders geld terug kunnen geven. Als een paard dertien, veertien jaar is, moet hij weer verkocht worden. Maar aan wie verkoop je nog een dertienjarig eventingpaard?

Albert Voorn

Een groot gedeelte van Hippisch Nederland zal in lachen uitbarsten als ik zeg dat Albert Voorn een goede bondscoach zou zijn voor de eventing. Bij hem is dressuur de basis geweest voor het presteren in de springring. Als je sommige ruiters ziet losrijden ter voorbereiding op de dressuur of het springen, lijken ze helemaal niet te weten waar ze mee bezig zijn. Ik ben alleen bang dat zijn rechtlijnigheid voor veel ruiters een obstakel is om hem te accepteren.

Zoek ruiters die gemotiveerd zijn om zo hard te trainen dat ze na de dressuur bij de eerste tien staan. Dan is het foutloos rijden van een cross of springparcours plotsklaps een stuk eenvoudiger. 

Albert heeft in zijn leven ook military gereden. Je kunt hem mede paarden en ruiters laten selecteren. En er is één doel: de Olympische Spelen 2028. Parijs moet je denk ik vergeten. Alhoewel, in 1926 wonnen onze eventingruiters daar teamgoud. Begin met een gemotiveerde groep waarmee je verder kunt. Thierry van Reine, Sanne de Jong, Raf Kooremans, Tim Lips, Elaine Pen, Janneke Boonzaaijer, Alice Naber en Renske Kroese. Neem de jeugd daarin mee en neem afscheid van een aantal mensen. Vooral mensen die leiden aan zelfoverschatting zonder amper ooit iets gepresteerd te hebben. Zoek ruiters die gemotiveerd zijn om zo hard te trainen dat ze na de dressuur bij de eerste tien staan. Dan is het foutloos rijden van een cross of springparcours plotsklaps een stuk eenvoudiger. 

Graag wil ik de Kettingbrief doorgeven aan Teun Platenkamp, voormalig Voorzitter Technische Commissie Topsport Eventing en National Safety Officer.

Beste Teun,

Zou jij met jouw kennis van de eventingsport in staat kunnen zijn om een plan te schrijven waarin de structuur richting de Olympische Spelen van 2028 wordt vastgelegd en met welke mensen zou je die structuur in willen gaan? Is Albert Voorn een goede keus als bondscoach? Zo niet wie dan wel?

Met vriendelijke groet,

Jacob Melissen 

2 reacties op “Kettingbrief Jacob Melissen: ‘De KNHS blinkt al jaren uit in het compleet ontbreken van een topsportstructuur’

  • jan jonas

    Ik vind dat Albert Voorn een zeer goede keuze zou zijn . Hij is als geen ander bezig met dierenwelzijn. Zijn kritische opstelling ten aanzien van paardrijden vandaag de dag stelt hem in staat om objectief het paard en zijn of haar bereider te benaderen. De kwaliteit van het rijden zie men aan de stijl van het rijden, terug. Dat heb ik zelf ervaren. Jacob Melissen heeft helemaal gelijk, als hij zegt, dat Albert kwaliteiten als bondscoach voor de Eventing sport heeft.

  • Ja, vraag Albert Voorn, zo een pracht stijlruiter…. en weet u allen nog? Sydney, was hij het niet die Jeroen Dubbeldam hielp?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook